is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Voor het begin van het schaatsseizoen op tv moet je als mens klaar zijn, in mentaal opzicht zeker. Dat komt ook door die ononderbroken stroom van wedstrijden die de NOS gezellig bij u thuis brengt, begeleid door de overtreffende trap van enthousiasme in het commentaar.
Wie zich al zorgen maakt over de toestand in de wereld, om gedrag van voetbalsupporters, om de bizarre stap van de KNVB om Vitesse weer te pesten met een nieuwe rechtszaak, of om de verrechtsing van het land; in schaatsland is de stemming opperbest en Hollandser dan Holland waar dan ook is buiten Thialf. En de bochten lopen gelukkig naar links tot in de eeuwigheid.
Kijk alleen naar de uitslagenlijst, naar dat ritme in de namen als nalatenschap van Bordewijk. Van Bergsma, Bosker en De Boer tot Conijn, Dul en Daleman. Van Krommenhoek, Slendebroek, Snellink en Stam tot Wennemars, Wijfje en de allermooiste naam van het weekeinde: Amber Duizendstraal. En verhip: Dai Dai N’tab doet weer mee, en we hebben Serge Yoro ook nog.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nee, wie positivisme wil inhaleren, kan het best een middag naar schaatsen kijken, of desnoods een heel weekeinde. Dat gaat van ‘oh De Boo’, tot een spervuur aan termen als fantastisch en fenomenaal. En dan waren dit nog de NK afstanden in Heerenveen. Het is nu al oefenen op nieuwe superlatieven, bruikbaar voor de Olympische Spelen van Milaan.
Het is onderhoudend, zeker, en de sport is van hoog niveau, met hevige onderlinge concurrentie. Als de termen al niet zo vaak waren gevallen, zouden we de prestaties hier zonder meer schitterend en fenomenaal willen noemen. In elk geval gebeurde er van alles, van de avonturen van de ultieme alfaman Kjeld Nuis tot het chagrijn van Suzanne Schulting of de pijnlijke lies van Jutta Leerdam.
Mijn favoriete verhaal ging over Tim Prins, ook omdat verliezers vaak interessanter zijn dan winnaars. Hij schaatste uitstekend, maar het zat hem niet mee. Prins, 22 jaar en getooid met helblond haar, oogt als een geboren schaatser. Hij komt uit Joure, zijn moeder heet Jolanda en zijn vader Sytse, en het hoeft niemand te verbazen dat pa ijsmeester is bij de Elfstedenvereniging.
Machtig expressief is de woede van Tim, als hij op de 1.500 meter met een paar honderdsten verliest van Nuis. Een dag later scheurt hij tijdens de 1.000 meter nota bene uit zijn deels groene pak en legt de commentator meteen de connectie met De Hulk, een superheld die na boosheid groen kleurt en uit zijn kleren knapt.
Tot de navel staat zijn pak open. Best stoer, zo’n blote, gladgeschoren bast. Hij verliest van Joep Wennemars, opnieuw met minimaal verschil, en weer is hij karakteristiek boos, maar niet te lang. Dat pak was een parachute, oreren de commentatoren. In de huiskamer denk je: wat nou, parachute. Hier staat gewoon een pak open. Gelukkig relativeert Prins op fijne wijze zijn pech. Dat foutje in de bocht was eigenlijk erger. Al had hij ondersteboven verder moeten schaatsen, dan had hij dat gedaan. Want dat is wel mooi aan al die schaatsers. Ze zijn vaak kritischer dan de hele entourage rond de baan.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns