Home

Alle partijen willen 100.000 woningen, maar de vraag is hoe

De woningmarkt is een dag voor de verkiezingen nog steeds een van de belangrijkste onderwerpen. Het tekort is groot en de woningprijzen blijven snel stijgen. Iedereen wil verbetering, maar de meningen verschillen over de manier waarop.

De meeste politieke partijen willen dat er 100.000 woningen per jaar bij komen, een streefgetal dat al jaren niet wordt gehaald. Linkse partijen wijten het woningtekort aan marktfalen, terwijl rechtse partijen de markt juist meer ruimte willen geven, analyseerde het Economische Instituut voor de Bouw (EIB).

Volgens het Centraal Planbureau (CPB) zorgen de plannen van de meeste partijen voor meer woningen op de lange termijn. Sommige partijen willen subsidies gebruiken, andere de lasten van woningcorporaties verlichten zodat ze weer kunnen investeren in betaalbare huurwoningen.

D66, ChristenUnie en GroenLinks-PvdA zorgen volgens het CPB voor de meeste woningen, gevolgd door VVD, NSC, CDA en Volt. "Alleen bij de BBB, de SGP en JA21 blijft het woningaanbod min of meer gelijk aan het basispad", schrijft het CPB. SP en PVV lieten de programma's niet doorrekenen.

"Het analyseren van die woningbouwplannen is toch een beetje nattevingerwerk", zegt hoogleraar woningmarkt Peter Boelhouwer van de TU Delft. "Het is maar net welke onderdelen je in de berekening meeneemt. In de analyse van het EIB komen de rechtse partijen er beter uit. In die van het CPB de linkse partijen."

"Het lastige van de woningmarkt is dat de resultaten afhangen van veel randvoorwaarden." Boelhouwer verwijst naar de waarschuwing van de provincies vorige week. Die voorspelden dat de bouw van een half miljoen woningen ernstige vertraging oploopt door stikstof en overbelasting van het stroomnet.

Alle partijen willen dat de overheid de regie neemt als het gaat om de woningbouw en ruimtelijke ordening. "Maar de uitwerking daarvan is niet altijd duidelijk", zegt Boelhouwer. "Zulke regie heeft juist heel veel regulering opgeleverd, dus daar moet je voorzichtig mee zijn."

Veel partijen zijn dan ook voor het versoepelen van de regelgeving rondom de bouw. Maar ook daarvan zijn de details niet duidelijk, zegt Boelhouwer.

"Ik denk niet dat de politiek in staat gaat zijn om veel te doen aan de woningprijzen", zegt hoogleraar economie Coen Teulings van de Universiteit Utrecht. Volgens hem is er geen sprake van marktfalen of een wooncrisis.

De hoge woningprijzen en de krapte op de woningmarkt zijn volgens Teulings simpelweg het gevolg van waar Nederlanders willen wonen. Hij onderzocht de 25 goedkoopste gemeenten. "Daar is gewoon te weinig vraag om rendabel te kunnen bouwen."

In de 25 duurste gemeenten is de situatie volgens Teulings anders, maar daar kan vaak niet worden gebouwd. "Met name jongeren willen dolgraag in het centrum van Amsterdam wonen, maar daar kun je onmogelijk bijbouwen. Aan de rand van de stad kan wel worden bijgebouwd, maar dat zal de prijzen in het centrum niet beïnvloeden. Zowel voor de hoogste als de laagste prijzen zal nieuwbouw dus niet veel verschil kunnen maken."

Kleiner bouwen in steden is volgens hem wél een mogelijkheid. "Woningen van 30 vierkante meter of minder zouden als warme broodjes over de toonbank gaan." Ook zou hij het parkeren loskoppelen van de woning. "Mensen die geen auto hebben, betalen nu mee voor mensen die wel een auto hebben."

Verder ziet hij weinig echte oplossingen. "Ik denk eigenlijk dat het grootste probleem is dat we er maar moeilijk aan kunnen wennen dat een woning een duur ding is."

Het grootste probleem van het nieuwe kabinet zal zijn "om het vertrouwen van investeerders terug te winnen, aangezien velen worden afgeschrikt door de zigzagkoers van de Nederlandse politiek", schreef ABN AMRO.

"We kunnen dan ook niet verwachten dat de huizenprijzen de komende jaren zullen dalen als gevolg van nieuwbouw." Volgens de bank is er meer nodig, zoals infrastructuur en voorzieningen als scholen en supermarkten. En de bouwkosten stijgen, dus blijven woningen duur.

Boelhouwer is het niet eens met de analyses van Teulings en die van ABN AMRO. "Ook in de buitenwijken in de Randstad zijn er lange wachttijden. Die zijn onderdeel van het tekort van 400.000 woningen." Wel vindt hij ook dat er in steden kleiner kan worden gebouwd.

Als Boelhouwer naar de programma's kijkt, denk hij dat het komende kabinet voor verbetering moet kunnen zorgen. "Maar je hebt alles nodig: marktpartijen, woningcorporaties en de bouwsector. Er zal wat geld bij moeten en je moet de randvoorwaarden als stikstof oplossen."

De rechtse partijen zullen wat hem betreft de woningcorporaties wat meer moeten ondersteunen. En de linkse partijen moeten wat meer ruimte geven aan de private sector. "Als je de programma's van de middenpartijen bij elkaar gooit, moet dat kunnen. Alléén over links of rechts gaat het niet lukken."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next