Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant.
In nog geen twaalf uur kwam ik hem twee keer tegen, de abstracte menssoort die de westerse democratieën gijzelt. De eerste keer was ’s nachts. Ik reed van de radio naar huis. De snelweg was bijna leeg en onverlicht. Mijn auto haalde een andere in. Even niet opgelet — ik sneed de auto achter me. De man knipperde met zijn lichten, terecht. Ook ik deed wat je dan doet: hand omhoog, sorry, sorry.
Niks sorry. Pijlsnel haalde hij me in, sneed me af, dwong me te remmen – 120, 100, 90. Ik week uit, maar hij schoot weer voor me – 80, 75 … Net toen ik besefte dat als ik niet wilde stoppen me een nachtelijke F1-race wachtte, nam hij een afslag.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De volgende morgen trok ik er met een kloeke boodschappenlijst op uit. Eerst naar de enige overgebleven juwelier van het winkelcentrum. De verkoopster hielp een stel van een jaar of zestig dat een ring zocht. Ze opende vitrine na vitrine. Een kwartier later vroeg ik voorzichtig of ze tussendoor mijn ketting kon ruilen voor een kortere. ‘Kost maar een minuutje’, zei ik verontschuldigend. ‘Ik heb zo’n lange lijst boodschappen …’ De klant met auberginekleur haar draaide zich om: korthaar beet me nijdig toe dat ik niet moest voordringen. Wat ik wel niet dacht. En of zij soms de hele dag had.
Ik geef toe, in verkiezingen had ik geen zin – de debatmarathon, het hijgen van peilingen, vooringenomen toetershows, de politiek met de kleinste p: wie sluit wie uit. Maar ik heb toch gekeken. En zondag, tijdens het leukste debat – dat van het Jeugdjournaal – overviel me iets tussen deernis en dankbaarheid.
Goeiig toch, dat ze dit allemaal ondergaan. Almaar lachend. En dat lijsttrekkers echt proberen te begrijpen wat er leeft. Dus gaat het over brood en boter; over wonen, zorg, bestaanszekerheid en een beetje over migratie. Alles tastbaar dichtbij, omdat sinds Pim Fortuyn en Hillary ‘deplorables’ Clinton iedere journalist en politicus waakt voor het verwijt de Boze of Bezorgde Burger te hebben gemist.
Fortuyn (2002) en Clinton (2016) markeren de omslag in culturele hegemonie: van de toekomstgerichte, geciviliseerde democratie naar de op het verleden gerichte haatcultuur. Van de naoorlogse, op regels gebaseerde internationale orde naar een post-naoorlogse, nationalistische cultuur van het recht van de schelste.
Toen Hans Janmaat van de Centrumdemocraten zei: ‘We moeten zorgen dat al die buitenlanders teruggaan’ (1994) en ‘Wij schaffen de multiculturele samenleving af’ (1986), werd hij veroordeeld voor aanzetten tot haat en discriminatie. Geert Wilders gebruikt slogans van gelijke strekking, maar wordt niet vervolgd.
Terwijl de debatten begrijpelijkerwijs brood en boter serveren, blijft het voertuig onbesproken dat de democratie zo snel zo diep kon beschadigen – en dat onze omgangsvormen vergiftigt met woede: de door AI aangedreven sociale media.
Woningnood is een groot probleem, ja, gevolg van het triomfantelijke afschaffen van de volkshuisvesting door de VVD. Maar niet de oorzaak van de hatelijkheid op straat of in de winkel.
Morgen staat op het stembiljet een keur aan partijen – Volt, GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie en CDA – die pleiten voor regulering van AI en moderatie van sociale media.
Echt, lieve burger, er valt wat te kiezen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns