DEN HAAG - Je zou hem een Haagse Donald Trump kunnen noemen. Vastgoedmagnaat en projectontwikkelaar Reinder Zwolsman is in de jaren zestig eigenaar van zo ongeveer alle hotels op Scheveningen en ontelbaar veel andere Nederlandse gebouwen; van de Euromast tot Carré. Een man met grote megalomane plannen. 'Vaak te groot voor Nederland', zegt Dick Brongers, die een boek heeft geschreven over de vastgoedmagnaat.
De carrière van Zwolsman begint voor de oorlog, als hij in het makelaarskantoor van zijn oom komt werken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog koopt hij meerdere kleine vastgoedportefeuilles. Hij verdient het nodige aan zwart geld, maar is ook actief in het Haagse verzet.
Na de oorlog begint de wederopbouw van Nederland en Zwolsman is vastbesloten om daar een bijdrage aan te leveren.
'Hij zag al vrij snel in dat er na de wederopbouw een periode zou komen waarin men weer kon gaan uitgeven. Het massatoerisme zat er aan te komen en dat voelde hij feilloos aan', zegt journalist Brongers.
Zwolsman koopt daarom niet alleen gebouwen, maar presenteert ook vernieuwende ideeën voor de invulling van complete gebieden. Zo wil hij de hele Nederlandse kuststrook volbouwen met hotels en hoge toeristenflats.
Eind jaren vijftig bouwt en ontwikkelt Zwolsman de nieuwe Scheveningse Pier in opdracht van de EMS; de Exploitatie Maatschappij Scheveningen.
Voor veel Hagenaars is het een schok, want het betekent het onherroepelijke einde van het elitaire karakter dat de badplaats voor de oorlog heeft. Met de komst van Zwolsman en de Pier verdwijnt de kaviaar en doet de patatcultuur zijn intrede.
In 1962 wordt Zwolsman grootaandeelhouder van de EMS. Dat betekent ook dat hij eigenaar wordt van alle grote hotels. Het Kurhaus, het Palace Hotel en het Grand Hotel zijn allemaal van hem. Zijn plannen zijn voor die tijd megalomaan te noemen.
De grote luxe hotels wil hij afbreken om plaats te maken voor torenflats, waar massa's toeristen in passen. Hij oefent alvast in buurgemeente Rijswijk, waar hij naast enorme kantoorkolossen het eerste winkelcentrum van Nederland ontwikkelt: In de Bogaard.
Een grote torenflat wordt ook voorzien in het Haagse Spuikwartier. Dat is na de oorlog behoorlijk verkrot. In nauwe samenwerking met de gemeente Den Haag werkt Zwolsman aan het 'Nervi-project', genoemd naar de Italiaanse architect die de toren ontwerpt.
Het plan sneuvelt uiteindelijk bij de Raad van State. 'Het nam het historische beeld op het Binnenhof weg. Het moest daarom keer op keer worden aangepast. Uiteindelijk haakte de architect af', legt Brongers uit.
Zo gaat het wel vaker met de plannen van Zwolsman. Lang niet alles dat hij bedenkt, wordt ook gerealiseerd. Vaak omdat hij op te veel tegenwerking stuit van de politiek en belangengroepen.
In de jaren zestig zijn inspraakprocedures steeds gebruikelijker. 'Zijn visie paste totaal niet bij de Nederlandse mentaliteit. Alles moest altijd groot, duur en imposant zijn', zegt Brongers.
In de jaren zeventig gaat het bergafwaarts met het bedrijf. Veel projecten komen niet van de grond en er wordt verlies geleden. Schevenings vastgoed wordt verkocht of afgebroken. Hij wil zelfs het Kurhaus afbreken.
Opvallend is ook dat de panden die hem in de weg staan, vaak worden getroffen door brand. 'Brandstichting is nooit bewezen, maar het was gewoon te toevallig', vertelt Dick Brongers.
Tijdens het schrijven van zijn boek is Dick veel te weten gekomen over Reinder Zwolsman. Brongers denkt dat de basis voor zijn dadendrang is gelegd in zijn jeugd.
'Het is psychologie van de koude grond. Maar die brandende ambitie is volgens mij voortgekomen uit een geweldig minderwaardigheidscomplex. In zijn jeugd kreeg hij helemaal niets voor elkaar. Maar als volwassene had hij iets waar hij zijn tanden in kon zetten.'
Zwolsman was in ieder geval iemand die door veel mensen werd gehaat, maar voor anderen weer een held was.
'Hij kon heel innemend zijn en kon echt mensen inpakken', zegt Dick. 'Maar achteraf kwamen ze er dan vaak achter dat ze in het pak genaaid waren. Dat is ook een talent.'
Source: Omroep West Den Haag