Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant
Zoals bekend werk ik aan een trilogie. De eerste twee delen zijn verschenen, ze behandelen de bus- en treinreis naar mijn implantoloog, ik noem hem dr. Heipaal, en soms, als ik probeer af te dingen, Dr. No.
Hij is goedlachs. (Ik heb dit zinnetje even laten lezen aan mijn vriendin Jet, en ze was het met me eens dat het erg onheilspellend klinkt, een lachgrage kaakchirurg, het betekent problemen.)
De vorige schroevencolumn, het middendeel van de trilogie, eindigde ermee dat ik onderweg naar het kaak-Kremlin te laat uit de streekbus was gestapt. Ik stond liftend tussen de weilanden.
Welnu, dit kwam op de valreep goed, ik stormde hijgend Dr. No’s behandelkamer binnen, ’s mans complete spoelstation omdonderend, excuses, hoefde ik geen slokje straks, oké?
Dr. No, die me razendsnel verdoofde/uitschakelde, kon er wel om lachen. Grijnzend trok hij een kies. Het glazuren werktuigje had mij 48 jaar gediend, maar voor een toespraakje en een horloge van de kaak was geen gelegenheid.
Nu kwamen de schroeven, leek me. ‘Oemen e u el eens e Oevendraaier?’, vroeg ik met open mond.
‘Nee’, zei Dr. No. En hij ging ook nog geen schroevendraaien, hij ging eerst botschrapen.
‘Otschrapen?’
Dr. No was al bezig. Vrienden, ik denk heus niet de hele dag aan mijn skelet, jullie waarschijnlijk ook niet, noch aan de martelkelders die onze wereld herbergt. Maar nu wel. Verschenen was Dr. No’s assistente. Fraaie namen hebben de villain-bondgirls, te ‘kiezen’ valt uit Pussy Galore, Fatima Blush, Miss Taro en Octopussy.
‘Doe Octopussy!’
Oké, terwijl Octopussy mijn kop fixeerde, schraapte No met een scherp mes bot van mijn kaak. Had-ie elders nodig. Het voelde aan alsof hij kaas probeerde te schaven van een baksteen. Ik werd er filosofisch van, ik dacht aan de ‘verkiezingen’, ik dacht aan Geert en Annabel, en aan het nieuwe fascisme. Ik dacht aan Hitler en Stalin en Assad, en dat die ook een paar miljoen welwillenden nodig hadden om hun bloedregimes draaiende te houden. Je doet het samen. En ik dacht: zijn ze er niet altijd? Is er niet altijd een kwart bereidwillig gajes?
‘Gaat-ie?’, vroeg No.
Dankzij Facebook en Twitter, dacht ik boven het geschraap uit, waren onze democratieën mooi transparant geworden. Je kon nu al precies zien wie straks de bikkelharde, unverfrören nazi’s gingen worden. En ik bedoelde niet Dr. No! Nee. Was dat maar zo.
‘Klaar’, zei No. Octopussy reikte hem de schroeven aan.
Thuis zwol mijn wang op als een ballon. Volgens mijn vriendin Jet leek ik op de plaaggeest van Bassie en Adriaan. Beter dan op Caroline of zo, of op Göring. Twee dagen later liet een reep tandvlees los ter grootte van een waslabel. En ook tikte een van de schroeven permanent op de tegenoverliggende kies. Vond ik allemaal niet erg leuk.
Maar het bedenkelijkste stukje nasleep dan juist weer wel. U moet weten dat mijn nieuwe roman verschenen is, De jaknikker, dat is die olifantenkeutel waarnaar deze krant me vijf jaar lang gevraagd heeft waar-ie bleef. (Welnu, hij is er. Hallo? Hij is er! Ach, koop die drol, meer heb ik er niet over te melden.)
Maar goed, momenteel reis ik zaaltjes af, interviews, spreekbeurten, tirades. In Rotterdam trof ik nota bene Onno Blom aan, hij zag er bevrijd uit. Terwijl hij me voor een volle zaal ondervroeg, liet er iets los in mijn mond. Wat denk je, één der twee schroeven. Er trok een huivering door het publiek. ‘Het is maar een implantaat’, zei ik, de slijmerige bout ophoudend.
‘U ziet het’, zei Blom, ‘aan iedere schrijver zit een schroefje los.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns