Twee dagen na de seizoensfinale in Jerez begonnen verschillende WorldSBK-teams dinsdag aan de eerste testdag ter voorbereiding op het 2026 seizoen. Op het Circuito de Jerez – Ángel Nieto reed Nicolo Bulega overtuigend naar de snelste tijd met zijn nieuwe Ducati Panigale V4 R. Michael van der Mark noteerde de zesde rondetijd tijdens zijn debuut als BMW testcoureur.
De nummer twee van het 2025 FIM Superbike World Championship seizoen liet er dinsdag geen gras over groeien. Met een 1’38.027 zette Nicolo Bulega de snelste tijd van de dag op de klokken, bijna 1,1 seconde sneller dan de rest van het veld. Ducati testte in Jerez met een compleet nieuwe homologatie voor 2026. Iker Lecuona, vanaf volgend seizoen Bulega’s teamgenoot, eindigde bij zijn debuut op de Ducati op P7 met een 1’39.520.
Achter Bulega werd de top vijf volledig bezet door Yamaha-rijders. Xavi Vierge (Pata Maxus Yamaha) noteerde met een 1’39.137 de tweede tijd, gevolgd door World Supersport-kampioen Stefano Manzi (GYTR GRT Yamaha) in zijn eerste WorldSBK-test op P3. Bahattin Sofuoglu (Motoxracing Yamaha) reed zich met P4 in de kijker, voor Andrea Locatelli, die als vierde van de zes Yamaha-rijders P5 noteerde. Remy Gardner reed beperkt aantal ronden vanwege fysieke klachten na zijn crash in de laatste race en sloot af op P9. Mattia Rato, debuterend op de Yamaha R1, werd dertiende.
Michael van der Mark beleefde zijn vuurdoop als officiële BMW-testcoureur. De Nederlander reed 57 ronden en klokte een knappe 1’39.492. De Nederlander – die vanwege de afwezigheid van de geblesseerde Danilo Petrucci de enige BMW coureur was – sloot hij de dag als zesde af.
Garrett Gerloff eindigde op P8 bij zijn eerste testdag met zijn oude crewchief Les Pearson. Bimota verscheen op de baan met testcoureur Javi Fores, die 58 ronden reed en twaalfde werd. Bij Honda testte Corentin Perolari als enige rijder voor Team HRC en klokte een 1’41.158, goed voor P13.
Philipp Öttl (Feel Racing) en Simon Jespersen (EAB Racing Team) waren de enige twee WorldSSP coureurs die in actie kwamen. Öttl klokte met een 1’42.632 de snelste tijd van het tweetal. Jespersen noteerde een 1’43.907 als zijn snelste ronde.