Home

Bi+ personen vaker eenzaam: 'Karikatuur dat je met iedereen naar bed wil'

Cijfers van statistiekbureau CBS over de mentale gezondheid van bi+ personen zetten donderdag een schijnwerper op een onderbelichte groep binnen de lhbtqia+-gemeenschap. Biseksualiteit wordt nog vaak gezien als 'tussenfase'. NU.nl sprak lezers over hun zoektocht naar acceptatie.

Rob Lagendijk (38) is herstellende van een ernstige hersenvliesontsteking. Dat geeft hem tijd om stil te staan bij zijn relaties en identiteit. Hij vertelt NU.nl over zijn positie als biseksuele man. "Mensen gaan er vaak van uit dat je hetero of homo bent. Ook binnen de homogemeenschap wordt biseksualiteit niet altijd serieus genomen", merkt hij.

In zijn liefdesrelaties heeft Rob met weerstand en onbegrip te maken gehad. "Mijn relatie met een man strandde door diepgeworteld wantrouwen. Het idee dat je als biseksueel 'met iedereen naar bed wil', is een vreselijke karikatuur. Biseksualiteit heeft niets te maken met hyperseksualiteit, maar dat stereotype hangt helaas nog steeds om ons heen."

In omgevingen waar hetero zijn de norm is, wordt Rob deels geaccepteerd. "Maar daar blijft het oppervlakkig. Ik ben constant mijn identiteit aan het beschermen." Hij vertelt dat zijn vrienden nooit zullen vragen naar zijn dates met mannen, maar wel naar zijn dates met vrouwen. "Daarmee is het lot van een bi+ persoon eenzaam. Je kijk op seksualiteit en relaties is fluïde, en veel mensen begrijpen dat niet."

Marijn* (42) is moeder van een jonge baby en heeft een relatie met een man. Voor haar is de zoektocht naar haar seksualiteit een reis die jaren heeft geduurd. "Het stigma dat bi+ mensen niet weten wat ze willen, voelt als een aanval, maar ik snap waar het vandaan komt. Er zit een kern van waarheid in. Het pad van een hetero of homo is helderder. Voor biseksuelen voelt het soms als een zoektocht en die onzekerheid kan invloed hebben op je mentale gezondheid."

Die zoektocht begon voor Marijn al op jonge leeftijd. "Op mijn vijftiende had ik een vriendin, daarna een vriendje en toen weer een vriendin. Lange tijd dacht ik dat ik lesbisch was, maar uiteindelijk bleek dat niet zo. Pas een paar jaar geleden kon ik echt zeggen: ik ben bi."

Net als Rob heeft Marijn ook niet altijd steun ervaren binnen de lhbtqia+-gemeenschap. "Ik ging vroeger vaak naar gaybars voor vrouwen. Daar voelde ik dat bi vrouwen niet echt bij 'de club' horen. Je moet bewijzen dat je écht op vrouwen valt, anders word je gezien als iemand die alleen maar 'in de vijver dipt'. Ik heb zelfs een tijdje mijn biseksualiteit niet vermeld op datingapps, omdat gesprekken anders meteen afgekapt werden."

"Ergens snap ik wel dat lesbiennes de angst hebben dat bi vrouwen weer 'teruggaan' naar een man", vervolgt Marijn. "Maar waarom zou die kans groter zijn dan dat ze naar een andere vrouw gaan. Waarom is dat 'erger'? Door deze manier van denken, voelt het voor biseksuelen alsof je jezelf steeds moet verantwoorden en elke keer weer het vertrouwen van een potentiële liefdespartner moet winnen."

Ondanks de uitdagingen zien Rob en Marijn ook de mooie kanten van hun seksualiteit. "Ik ben fluïde, kleurrijk en overal een beetje", zegt Rob. Beiden hopen dat de aandacht voor bi+ personen, zoals die door het CBS-onderzoek is aangewakkerd, leidt tot meer begrip en acceptatie voor bi+ personen. "Dit is een mooi startpunt", zegt Rob.

*De achternaam van Marijn is bekend bij de redactie.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next