Home

‘Ik wilde me losmaken van het drieling-zijn, maar op de middelbare lukte dat nog niet echt’

Morris Kaandorp, een van een drieling, is dit jaar 25 geworden. Hoe kijkt zij terug op de jaren die haar hebben gevormd en wat verwacht ze van de toekomst?

is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.

Hoe ben je opgegroeid?

‘Ik ben opgegroeid in Alkmaar. We zijn met z’n zessen: mijn ouders, mijn oudere broer, ik en twee zussen. Ik ben één van een drieling.

‘Een van mijn zusjes is gehandicapt, door zuurstoftekort in de buik, wat pas duidelijk werd na haar geboorte. Robin groeide daardoor net iets anders op dan Hunter en ik, en mijn broer natuurlijk. Ze is spastisch, ze kan niet lopen en ook niet praten. Ze communiceert door te kijken naar dingen. Omhoog kijken is ja, naar beneden kijken is nee.’

25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl

Wat doet haar handicap met jullie als gezin?

‘Mijn ouders waren vroeger altijd in de weer met mijn zusje. Er gingen veel zorgen naar Robin uit. Nog steeds eigenlijk.

‘Omdat ze niet kan praten, is iedereen in ons gezin op haar gericht. Door naar haar te kijken, zien we dat ze iets wil vertellen. We willen het zo comfortabel mogelijk maken voor haar.

‘Ik heb hierdoor soms wel aandacht voor mezelf gemist. Vooral tijdens de puberteit liep ik daar tegenaan, dat ik dacht: nu is het mijn tijd.’

Wat betekent het voor jou om één van een drieling te zijn?

‘Mensen zeggen vaak: ‘Wat bijzonder dat jullie een drieling zijn.’ Daar sta ik zelf niet zo bij stil. Maar goed, als ik erover nadenk, ís het ook bijzonder. Als ik samen met mijn zussen ben, voel ik me nog krachtiger. Dat is iets onverklaarbaars. Het voelt alsof we dan compleet zijn.’

Droegen jullie vroeger dezelfde kleren?

‘Nee, onze ouders kozen er juist voor om dat niet te doen. Ze zorgden ervoor dat Hunter en ik op de basisschool in andere klassen zaten, zodat we onze eigen vrienden maakten.

‘Op de havo kwamen we alsnog samen in één klas. Dat vond ik moeilijk. Sowieso vond ik het op de middelbare school moeilijker om drieling te zijn. Je wordt altijd gezien als ‘een van de drie’. Als ik ergens kwam, was het altijd: ‘Waar zijn je zussen?’ Ik dacht dan: ík ben er toch?

‘Robin ging op haar 12de het huis uit, begeleid wonen. Dat voelde voor Hunter alsof er ook een deel van haar weg was. Zij hield zich daardoor extra vast aan mij. Ik wilde me juist losmaken van het drieling-zijn, maar op de middelbare lukte dat nog niet echt.’

Daarna wel?

‘Ja. Ik ben vijf maanden naar Azië gegaan met een vriendin. Het standaardriedeltje: Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam, Indonesië. Daarna voelde ik meer vertrouwen in mezelf, in de wereld en in de toekomst. Ik durfde meer.

‘Tijdens zo’n reis gebeuren er allemaal onvoorspelbare dingen. Ik had geen heimwee en kreeg vooral energie van die onvoorspelbaarheid. Dat gaf een zelfstandig gevoel.’

Wat ging je doen toen je thuiskwam?

‘Toen ging ik verpleegkunde studeren, hier in Rotterdam. Ik twijfelde eerst nog over Groningen en Amsterdam, maar de keuze voor Rotterdam was gemaakt toen ik via via hoorde dat ze in dit huis een huisgenoot zochten.’

Waarom koos je voor verpleegkunde?

‘Het sociale vind ik leuk, maar ik ben ook gefascineerd door hoe het lichaam werkt. Bijvoorbeeld: als je voor het eerst een kind baart, weet jij zelf niet precies hoe dat moet, maar je lichaam weet het wel en stuurt jou als het ware. Dat vind ik cool.

‘Ik zag voor me dat ik op de spoedeisende hulp of in een ambulance zou gaan werken, of als algemeen militair verpleegkundige. Maar ik liep mijn afstudeerstage in de psychiatrie, en daar ben ik blijven hangen. Het team is superleuk. Ik ga sinds mei langs bij mensen langs die psychotisch zijn, knalpsychotisch soms, of die verslavingsproblematiek hebben.’

Wat is het belangrijkste wat je ouders je wilden meegeven?

‘Ze hebben me veel vertrouwen gegeven. Ze zijn niet bang of voorzichtig aangelegd. Dat heb ik van ze overgenomen, een houding van ‘wat er ook gebeurt, wat er ook op ons afkomt, we gaan het aan en zien wel wat eruit voortkomt’.

‘Ze zijn open-minded, je kunt echt alles met ze bespreken. Ik hoefde nooit iets voor ze te verbergen.’

Dat heb je dus ook nooit gedaan?

Aarzelt even. Begint dan besmuikt te lachen. ‘Ja, nee... Ja, maar dat heb ik ze uiteindelijk ook wel eerlijk verteld. Ik had een jaar een winkelverbod bij alle Dirk-supermarkten in Nederland, omdat ik had gejat bij de zelfscan. ‘Proletarisch winkelen’ noemde mijn vader het, omdat ik nog een arme student was. Daar waren ze niet zo blij mee.’

Hoe bevalt het om geen arme student meer te zijn?

‘Goed! In het begin zag ik best wel op tegen de structuur en routine van het werkende leven, maar het heeft me juist rust gegeven.

‘Ik maak dagen van negen uur; de ene week werk ik drie dagen, de andere week vier. Na een werkdag is er nog zoveel tijd en ruimte om allerlei andere dingen te doen. Eén dagdeel per week volg ik een cursus meubelmaken.

‘Een inkomen geeft ook vrijheid. En ik zit niet vast; als ik ooit weer wat anders wil doen, kan dat gewoon.’

Morris Kaandorp werd 25 op 5 september

Woonplaats: Rotterdam

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘7,5 of 8.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Wel als het gaat om nieuwsgierig zijn naar experimenteren met je identiteit. Dat digitale, daar heb ik niks mee. Ik hoef niet de hele tijd te appen. Tegenwoordig moet je alles via het internet regelen. Ik ben iemand die liever gewoon langsfietst.’

Waar ben je over zeven jaar? ‘Ik denk dat ik op gegeven moment op een punt kom dat ik een nieuw hoofdstuk wil aangaan. Rondfietsen op een bakfiets met vier van die kotertjes erin, dat zie ik wel voor me.’

Spaar je ergens voor?

‘Een beetje, want ik heb ook een flinke studieschuld. Ik zou een bootje willen kopen, om op te knappen en op te gaan wonen. En ik spaar voor een gravelbike. Het lijkt me leuk om vanuit Rotterdam weg te fietsen, richting het zuiden, kijken of ik Afrika kan aantikken.

‘Tijdens mijn opleiding ben ik er een halfjaar tussenuit geweest. Het was even te veel geworden. Na die zes maanden heb ik stage gelopen in een ziekenhuis in Tanzania.’

Wat werd er te veel?

‘Op kamers gaan, het goed willen doen op school, het sociale: alle ballen die ik in de lucht probeerde te houden. Ik kreeg last van angst en paniekaanvallen. Naar de supermarkt gaan was ineens eng. Het kwam helemaal onverwacht. Ik zag mezelf altijd als een stabiel persoon, iemand die goed kon omgaan met emoties, maar ik kwam erachter dat ik emoties te weinig aandacht gaf.’

Hoe is dat nu?

‘Ik ben gaan mediteren. Dat doe ik nog steeds iedere ochtend. Het helpt om te voelen wat er gebeurt in mijn lichaam. Als ik verdrietig ben, merk ik dat op, en dan weet ik dat er dus iets is wat ik aandacht moet geven. Ik weet niet of het voldoende is, maar voor nu werkt het goed.’

Hebben jij en je huisgenoten veel gemeen?

‘Vooral het vrije en het creatieve.’

Ik zie een regenboogvlag hangen.

Lacht. ‘Ja, dat ook. We zijn alle drie queer. Ik hou niet zo van die labels, maar ik date vooral met vrouwen.’

Het kan ook met een man zijn?

‘Ja, alleen minder snel. Er lopen veel minder leuke mannen rond dan leuke vrouwen.’

Zou je een relatie willen?

‘Jawel. Mijn langste relatie duurde negen maanden. Op een gegeven moment hadden we een open relatie. Dat was leuk en bracht ons alleen maar dichter bij elkaar, tot zij verliefd werd op iemand anders. Ik werd daar heel onzeker van.

‘Eigenlijk had ik moeten aangeven dat ik nog niet goed wist wat ik uit een open relatie wilde halen, en dat ik wilde dat ze voor mij zou kiezen, maar dat vond ik moeilijk.’

Dat gevoel van ‘nu is het mijn tijd’, speelt dat nog weleens op?

‘Als we met z’n allen thuis zijn, blijft dat een gevoelig punt. Vooral als ik zelf niet zo lekker in mijn vel zit. Dan is het ook aan mij om dat te communiceren, maar je schiet snel weer in die oude patronen.

‘Ik voel ook echt wel dat mijn ouders net zoveel van mij houden als van mijn zussen en broer, en toch is het een kwetsbaar thema.

‘Als ik foto’s of filmpjes van vroeger terugzie, ben ik meer op de achtergrond. Hunter was vroeger degene van ons die het makkelijkst het woord nam en verhalen vertelde, ook over dingen die wij samen hadden meegemaakt.

‘De laatste jaren ben ik aan het experimenteren met mijn uiterlijk, vooral met mijn haar. Het is allemaal niet zo bewust, maar misschien komt dat deels wel voort uit de behoefte om mezelf te onderscheiden. Ik ben ‘een van de drie’, en daar ben ik trots op, maar ik ben ook een eigen persoon.’

Wat is er uiteindelijk nodig geweest om los te komen?

‘Fysiek meer op afstand van elkaar komen te staan, in een eigen stad studeren en daar een eigen vriendenkring krijgen.

‘Ik vind het nog steeds moeilijk en verdrietig dat dit voor Robin niet is weggelegd. Ook al is ze in haar kleinere bubbel een blij, gelukkig mens, ze geeft aan dat zij ook het liefst helemaal zelfstandig zou willen wonen.

‘Ze heeft mij mede gevormd tot wie ik ben, met eigenschappen waar ik dankbaar voor ben: geduldig, flexibel en empathisch zijn. Dankzij haar kan ik veel aflezen aan iemands gezicht of lichaamshouding. Ik had haar hetzelfde vrije leven gegund.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next