DEN HAAG - De hoogtijdagen van de Haagse koffiehuizen liggen achter ons. Waar de stad er vroeger zo'n zestig telde, zijn er nu nog maar een stuk of vijftien over. 't Pleintje in de wijk Transvaal is één van de laatste waar dat echte Haagse gevoel nog aan de bar hangt. Het is de plek waar mensen elkaar al decennialang treffen, waar iedereen je naam kent, maar waar je ook gewoon anoniem kunt binnenlopen voor een bakkie.
Toch hangt er ook iets weemoedigs in de lucht. De vaste gasten worden ouder en jonge mensen komen nauwelijks nog binnen. 'Er is geen nieuwe aanwas', zegt stamgast Willem. Hij komt hier al zo'n veertig jaar. 'Dit is wel één van de laatste koffiehuisjes die er nog zijn. De nieuwe generatie drinkt zijn koffie liever onderweg of achter een laptop.'
De Haagse koffiehuizen ontstonden begin vorige eeuw, toen Den Haag groeide als werkstad voor bouwvakkers, schilders en gemeentewerkers. In de vroege ochtend verzamelden mannen zich er om de eerste sigaret te roken, hun boterham te eten en de dag door te nemen. De koffiehuizen stonden vaak bij kruispunten of pleinen, dicht bij bouwplaatsen en werkplaatsen.
Ze waren een soort huiskamer van de straat, waar aannemers werk verdeelden en buren elkaar troffen. In de jaren zestig en zeventig doken er tientallen op, vooral in volkswijken als de Schilderswijk, Transvaal en Laakkwartier. Hier werd niet alleen koffie gedronken, maar ook gelachen, geklaagd en onderhandeld op z’n Haags, recht voor z'n raap.
Koffiehuis 't Pleintje kent een lange geschiedenis. Vroeger stond het dertig meter verder op het Paul Krugerplein, vandaar de naam 't Pleintje. Nu zit het in de straat ernaast, nog altijd midden in de wijk. Ooit was het van ome Aad, een markante man.
Tegenwoordig staat zijn zoon Marco achter de bar. Hij runt de zaak al 28 jaar en houdt vast aan de traditie. De oranje versiering hangt er nog sinds het WK in Rusland, want iets weghalen wat goed voelt, dat doe je hier niet zomaar.
'Ik ben hier opgegroeid', vertelt Marco. 'Veel stamgasten van mijn vader komen hier ook nog steeds bij mij. Maar het is wel veranderd. Ik ga niet meer om 6.00 uur open, daar is geen animo meer voor. Maar de sociale controle is hier nog wel', zegt hij.
'Zo was er een man die hier bijna dagelijks kwam, ineens een aantal dagen weg. Dan ga ik toch even checken of alles oké is. Hij bleek in het ziekenhuis te liggen. Nu zien we hem hier weer gelukkig. Dus we houden elkaar een beetje in de gaten.'
Wie het café binnenstapt, hoort verhalen van vroeger. Willem zat toen in het gevelwerk. 'Vroeger werd er afgesproken met je collega's in de koffietent', vertelt hij. 'Om 6.00 uur waren we bij ome Aad, dan kwam de rest van de ploeg en ging je naar je werk. 'De koffiehuizen waren toen het hart van de werkdag, je begon er de ochtend, kwam om 9.00 uur terug voor een pauze en sloot er af met een biertje om 16.00 uur.'
Koffiehuizen als 't Pleintje waren vroeger dé verzamelplekken voor klussers, metselaars en aannemers. Hier werd het werk verdeeld en het nieuws van de wijk doorgenomen. Als je wilde weten wat er speelde in Den Haag, hoefde je alleen maar een kop koffie of een biertje te bestellen. '
'Iedereen kende elkaar', zegt Willem. 'En als je er even niet was, vroegen ze waar je bleef. Tegenwoordig worden veel werkopdrachten via apps en bedrijven geregeld.'
Eén van de bekendste stamgasten is Marcel, hij komt hier al 45 jaar. Eerst bij ome Aad, nu bij Marco. Hoewel Marcel blind is, weet hij de weg feilloos te vinden. 'Ik heb een soort mentale map in mijn hoofd', zegt hij.
'Maar ik kom altijd wel vrienden tegen uit het koffiehuis, die helpen mij dan als er ineens allerlei obstakels op de stoep staan. Maar deze route heb ik wel al tienduizenden keren gelopen, dus meestal gaat het goed. En als ik binnenkom, hoor ik meteen de bekende stemmen. Dat vind ik fijn. Even gezellig onder elkaar, een beetje ouwehoeren.'
Marcel gaat verder: 'Wat er in de wijk is gebeurd, dat hoor je hier. En als ik niet meer recht kan lopen, dan gaat er wel een maat met mij mee, zodat ik toch thuis kom', vertelt hij terwijl het eerste biertje voor hem wordt neergezet.
Wie een middag in 't Pleintje doorbrengt, merkt al snel dat Haagse humor een categorie op zich is. 'Hier kun je alles zeggen', vertelt Marcel. 'Boerenlul of dit of dat, dat kan in andere koffiehuizen niet.'
Het gaat er soms hard aan toe, maar altijd met een glimlach. De verhalen zijn legendarisch, over de keer dat er bij Marco's vader werd ingebroken en de politie alleen de 'kunstlul' wist terug te brengen. Of hoe vroeger de ramen werden afgeplakt voor een spontane strip-act. En wie een broodje ei bestelde, kreeg weleens een rauw ei naar zijn hoofd. 'Dat gebeurde gewoon', zegt Marcel.
't Pleintje is misschien wel het laatste der Mohikanen onder de Haagse koffiehuizen. Een plek waar de stoelen kraken, de koffie sterk is en de verhalen sterker. Hier leeft nog iets wat elders langzaam verdwijnt, kameraadschap zonder poespas. Zolang Marco elke ochtend de deur openzet en de vaste gasten hun bakkie of biertje halen, blijft dat oude Haagse gevoel bestaan.
Source: Omroep West Den Haag