Home

Medisch specialist Ester Bertholet komt bij ouderen in de woonkamer, want daar zie je véél meer

De doorbrekers, deel 7 | Ouderenzorg Als specialist ouderenzorg smeedde Ester Bertholet een klein zorgteam rondom kwetsbare ouderen in Velp en Arnhem. Dat helpt de huisarts en bespaart op dure ziekenhuis- en verpleeghuiszorg. Ze trok daarmee de aandacht van het ministerie. Maar het zorgsysteem werkt niet mee.

Geriater Esther Bertholet wil barrières doorbreken in de ouderenzorg.

Ester Bertholet moest en zou geneeskunde studeren. Toen ze voor de derde keer werd uitgeloot, schoof ze gewoon aan bij de colleges en werkgroepen. „We zijn compleet dus?”, zei de docent, presentielijst in de hand. „Nee, ik sta er niet op”, zei Ester.

Officieel studeerde ze nog biologie — ze moest wat — maar niemand stuurde haar weg en toen de eerste tentamens naderden en ze haar zonde opbiechtte — „mag ik alsjeblieft tentamen doen? Ik ken alle stof!”— barstten alle docenten in lachen uit.

Zes jaar later was ze basisarts. Daarna volgde een net zo ongewone doktersloopbaan, die werd opgemerkt en geprezen tot de Tweede Kamer en de minister aan toe.

Na de uni zocht Bertholet (nu 53) jaren naar de juiste baan. Ze begon op de geriatrie-afdeling van het Radboud in Nijmegen, maar binnen de ziekenhuismuren voelde ze een te grote afstand tot de levens van haar patiënten. Ze besloot huisarts te worden, maar eenmaal in de spreekkamer met tegenover zich mensen met én een hernia én diabetes én somberheidsklachten vond ze het ondoenlijk er binnen tien minuten in haar eentje iets van te vinden. Ze werkte ook in een verpleeghuis en vond het merkwaardig om er bewoners aan te treffen die er fysiek en mentaal heus niet slechter aan toe waren dan sommige ouderen die ze in haar spreekkamer had ontvangen. Waarom woonde mevrouw A niet meer thuis en mevrouw B nog wél? Ze werd specialist ouderengeneeskunde en kreeg een aanstelling in een psychiatrische kliniek. Daar werd naar haar smaak de lichamelijke kant van het patiëntenleed te zeer over het hoofd gezien.

Tijdens een huisbezoek in Arnhem.

Wat nou, dacht Bertholet, als ik het beste van al die werelden combineer? Wat als ik de kundigheid van de specialist ouderengeneeskunde verplaats van het ziekenhuis naar de mensen thuis? Wat als we een klein zorgteam smeden rondom deze kwetsbare ouderen, met korte lijnen naar de fysio, de thuiszorg, de wijkverpleger? Helpen we dan de eenzame, overvraagde huisarts niet enorm? En besparen we dan niet op dure ziekenhuis- en verpleeghuiszorg?

Een lege koelkast

Ze stak gewoon van wal, net als op de uni. Vanaf 2011 konden huisartsen uit Velp en Arnhem ouderen met een opeenstapeling van klachten doorverwijzen naar ‘Praktijk Ouderengeneeskunde Bertholet’: ouderen die eenzaam waren én angstig én slecht ter been. Of vermagerd, vergeetachtig én kampend met een hoge bloeddruk. Een verpleegkundige en een specialist ouderengeneeskunde zochten de ouderen thuis op, brachten hun gezondheid en welzijn in de breedste zin in kaart –  „hoe ziet uw dag eruit?”, „welke medicijnen gebruikt u?”, „wie zijn uw mantelzorgers?” –  en keken even in de koelkast om er soms tot hun schrik achter te komen dat die helemaal leeg was. Op deze manier namen ze ‘zware’ patiënten tijdelijk over van de huisarts, zodat bijvoorbeeld een verwijzing naar het ziekenhuis niet nodig zou zijn.

Ze stelden diagnoses als dementie, parkinson en depressie, pasten de medicatie aan, schreven een beknopt zorgplan, betrokken de mantelzorgers en diëtist en maatschappelijk werker erbij, verdeelden de taken en overlegden samen over de voortgang. En zodra er een nieuw evenwicht was bereikt – afbouw van medicijngebruik, gezonder eetpatroon, vrolijker gemoed – droeg Bertholets praktijk de zorg weer aan de huisarts over, gemiddeld na zeven maanden.

In 2011 zag de praktijk zeventig patiënten en van 2013 tot 2015 per jaar gemiddeld 108. Zeventigers, tachtigers, negentigers. Hun angstgevoel nam af, ze voelden zich fitter en minder neerslachtig en beleefden meer plezier aan eten en drinken, bleek uit een vragenlijstonderzoek onder patiënten en hulpverleners. Verwijzingen naar het ziekenhuis bleken minder vaak nodig en de verhuizing naar het verpleeghuis werd uitgesteld met gemiddeld acht maanden.

Internist Joëlle Suijkerbuijk tijdens een huisbezoek, ze bekijkt de toegankelijkheid van de badkamer.

De kosten van een gemiddeld zorgtraject bedroegen zo’n 4.000 euro, veel goedkoper dan een plek in het verpleeghuis (kostprijs per jaar: minstens 60.000 euro).

Het ministerie van VWS kreeg belangstelling: zou dit concept ook elders aanslaan? Ja, zo bleek uit pilotprojecten in Tiel, Rotterdam en Zoetermeer die in 2020 begonnen, gefinancierd door VWS en later door ZonMw, dat subsidies toekent in de zorg.

De Tweede Kamer raakte ook gecharmeerd en nam in 2020 een motie aan: leuk en aardig die subsidiepotjes, maar deze veelbelovende zorg verdiende eigenlijk blijvende financiering. Want wauw, deze dokter Bertholet doorbrak de muren tussen ziekenhuis, huisartsenpost en huiskamer, nam het verschil serieus tussen iemand genezen en iemands leven wat aangenamer maken. Ze had ook niet alleen oog voor het behandelen van mensen maar ook voor het voorkomen van klachten.

Intussen had Bertholet in Velp ook nog een gesmeerd lopend buurthuis opgezet voor thuiswonende ouderen zodat toenmalig VWS-minister Hugo de Jonge (CDA) zich op werkbezoek in Velp liet ontvallen dat ze de code van de toekomstige ouderenzorg min of meer had gekraakt: “Dan ben je er toch zo’n beetje?”, zei hij.

Maar ze was er nog lang niet. Want hoeveel barrières Bertholet ook had doorbroken, de muur van het zorgstelsel bleek van graniet. Of beter gezegd: de muur bínnen het zorgstelsel. Want in Nederland loopt er een scheidslijn tussen aan de ene kant zorg die wordt betaald vanuit de zorgverzekeringswet (zvw) en aan de andere kant zorg die wordt geregeld in de wet langdurige zorg (wlz); dat gaat vaak om intensieve zorg, meestal in verpleeghuizen, maar steeds vaker ook thuis.

Twee wetten, twee financieringssystemen – en Bertholets praktijk beweegt zich er precies tussenin. Want zij helpt ouderen die net níét of net wél in aanmerking komen voor het verpleeghuis. Sommige vallen onder wet één (zvw), anderen onder wet twee (wlz). Die laatste groep had pech. Want Bertholet kreeg vanaf 2021 alleen nog geld via de zorgverzekeringswet, en níét via de wlz. Kortom: voor de behandeling van mensen die onder die wet vielen was geen geld meer.

Geen subsidies meer

Wat wél lukte: in 2024 kreeg de praktijk van Bertholet blijvende financiering. Eindelijk was haar type zorg niet meer afhankelijk van subsidies, maar zorgverzekeraars konden het gewoon inkopen, met ingang van 2025. Daardoor konden meer zorgverleners hun praktijk omvormen naar haar voorbeeld.

Internist Joëlle Suijkerbuijk, collega van Ester Bertholet, tijdens een huisbezoek in Arnhem.

Maar zo ging het niet. Het probleem met de wlz-patiënten die buiten de boot vallen is niet opgelost, en bovendien kopen de verzekeraars dit nieuwe type zorg nauwelijks in. Want tsja: zij hebben de taak de kosten laag te houden zodat de zorgpremies niet te hoog worden en dan voelt het contra-intuïtief om zorgaanbieders aan te moedigen de huisarts opzij te schuiven en kwetsbare ouderen te laten helpen door een specialist ouderengeneeskunde plus een heel zorgteam.

Je zou zeggen: ideaal, zo’n medisch specialist thuis. Het werk van Bertholet en co leidt namelijk tot flinke besparingen, omdat patiënten pas maanden later naar een verpleeghuis verhuizen en de zorg daar is duur. Máár: die plekken worden grotendeels door de overheid betaald, en niet door de zorgverzekeraars. Die worden dus niet verleid om te besparen op dat type zorg. Zo heeft Bertholets zorg opnieuw te lijden onder de verschillende manieren van financiering.

Verander dat dan, zou je zeggen. Maar dat vergt een stelselhervorming en is dus een zaak van de politiek, zegt Ester Bertholet. “Politici moeten het voortouw nemen.”

Sinds kort verkeert haar praktijk in Velp en Arnhem in geldnood. Zo wordt het zorgtraject, dat voor elke patiënt ten minste drie maanden loopt, sinds 2025 pas áchteraf gefinancierd. Gevolg, zegt ze: “We moeten inclusief salarissen en huur van kantoorruimte telkens zo’n 80.000 euro op de plank hebben liggen. Waar moeten we dat geld vandaan halen?”

Intussen blijft de praktijk ouderen helpen. Zoals Jannie (78), een Arnhemse die na ziekte en een val in een neerwaartse spiraal is beland en inmiddels in een hooglaagbed in haar huiskamer ligt. Op een septemberdag krijgen zij en haar man bezoek van Bertholets collega Joëlle Suijkerbuijk (44), een internist-ouderengeneeskunde. Ze werkte ruim tien jaar in het ziekenhuis maar ook zij verkiest inmiddels de huiskamer – “je ziet zoveel méér”.

Ze bevraagt Jannie even vriendelijk als doelgericht – veertig vragen in het eerste kwartier al: “Voordat u door de benen zakte, voelde u zich toen nog oké?” “U was zo verzwakt dat u op bed moest liggen?” “Hoeveel bent u afgevallen, twintig kilo zegt u?” “En het medicijn van de reumatoloog, tocilizumab, gebruikt u dat nog eens per vier weken?”Jannies zorgplan is in de maak.

Overname

Binnenkort gaat de praktijk over in andere handen. De overnameplannen waren al aanstaande, vertelt Ester Bertholet – “ik ben meer een pionier dan een bestuurder” – maar ze had natuurlijk liever een organisatie in goede conditie overgedragen. Nieuwe eigenaar van haar praktijk wordt Buurtzorg Nederland. Dat is een thuiszorgorganisatie die landelijk werkt en veel bredere hulp aan mensen geeft, van collega-pionier Jos de Blok. Het idee is dat die organisatie haar praktijk zal voortzetten.

En Bertholet zelf? Die zal ouderen thuis blijven bezoeken. Niet alleen in Nederland maar binnenkort vermoedelijk ook in de Franse Pyreneeën, waar ze een huisje heeft. “Ik sprak laatst met een geriater in het streekziekenhuis en tot mijn verbazing werken ze heel erg vergelijkbaar met hoe ik werk.” Ze mag thuiswonende ouderen gaan opzoeken in de dorpjes rondom. “Van die eigengereide bergbewoners, weet je wel. Lijkt me geweldig.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next