Europese rechters Europese conservatieven zien hun kritiek op mensenrechtenverdragen en rechters gangbaar worden. „Verdragen worden nog te vaak gezien als heilige teksten.”
Op een bijeenkomst van de Hongaars-Brusselse denktank MCC verenigen conservatieve critici van het Europese mensenrechtenverdrag zich.
„Lang, lang, lang” heeft Marc Bossuyt zich een roepende in de woestijn gevoeld. Maar die tijd is voorbij, zegt de in krijtstreeppak gestoken jurist als hij het podium afdaalt. Al jaren schrijft hij dat rechters veel te veel invloed hebben op het Europese migratiebeleid. Nu klinkt diezelfde klacht, steeds luider, van regeringsleiders van links én rechts in heel Europa.
„En ik heb de pretentie te denken daar iets aan bijgedragen te hebben”, grijnst Bossuyt.
Europese kiezers en parlementen schoven de voorbije jaren naar rechts op. Regeringen scherpten hun migratiebeleid aan. Maar de rechtspraak schoof niet mee, waardoor beleid meer dan eens sneuvelt bij de rechter. In het bijzonder: bij de rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, die toetsen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het EVRM.
En dus is het hoog tijd dat de macht van de rechters aan dat Hof wordt ingedamd, vindt het conservatieve publiek dat eind september bijeenkomt in een chique salon in het centrum van Brussel. Onder een statig decor van kroonluchters en kariatiden, bonden de sprekers op het podium een voor een de strijd aan met de rol van de in hun ogen machtige rechtspraak.
„We zijn beland in een tijdperk waarin lawfare belangrijk is geworden”, klinkt het al omineus in de openingstoespraak van Frank Furedi, directeur van de Hongaars-Brusselse denktank MCC die de avond organiseert. De Hongaarse overheidsfunctionaris Bernadett Petri gaat in haar betoog nog een stap verder: „We leven in een juristocratie, een aristocratie van juristen.”
De boodschap wordt instemmend ontvangen door het publiek, dat in de kledingkeuze een mengeling van klassiek Brits conservatisme en bombastisch Trumpiaans nationalisme toont. Oftewel: veel tweed-jasjes, Barbour-jacks en naaldhakken en een enkel Make Europe Great Again-petje. Wat de bezoekers verbindt, is de overtuiging dat politici en rechters naar hun smaak veel te progressief zijn geworden. En de gedachte dat hun verzet daartegen steeds meer mainstream gehoor vindt.
„Ik denk dat we het er over eens zijn dat iemand niet moet worden uitgezet naar een land waar de doodstraf of marteling dreigt. Maar het hof maakt die definities wel héél breed”, zegt Bossuyt, emeritus hoogleraar en oud-voorzitter van het Belgische Grondwettelijk Hof, tegen zijn publiek.
Hij komt met een voorbeeld: „In 2011 kreeg België een tik op de vingers omdat het een asielzoeker had teruggestuurd naar Griekenland, omdat de opvang in dat land niet op orde was. Dat is volgens mij geen vorm van marteling, dat kunnen we toch allemaal zien?”
Op de flanken van het debat valt deze frustratie al langer te horen. De sprekers van de avond voelen zich gesterkt nu ook meerdere EU-regeringsleiders openlijk mopperen over het mensenrechtenhof. Zij zien dat veel pogingen om het migratiebeleid aan te scherpen stranden, doordat asielzoekers tot aan het Europees Hof procederen en daar gelijk krijgen. Of doordat nationale rechters in hun beslissingen de Europese uitspraken volgen.
Een doorbraak kwam begin oktober in Kopenhagen, waar Nederland zich met zestien Europese landen waaronder het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië, uitsprak voor een andere omgang met het mensenrechtenverdrag, om het tegengaan van illegale migratie makkelijker te maken.
Eerder, toen negen Europese premiers hun beklag deden in een open brief, deed Nederland nog niet mee. Ze schreven dat het Hof door achtereenvolgende uitspraken „de reikwijdte van het Verdrag te ver heeft uitgebreid ten opzichte van de oorspronkelijke bedoelingen”. Demissionair premier Dick Schoof vond toen nog: „We gaan zo op de stoel van de rechter zitten en dat moeten we niet doen.” De oproep uit Kopenhagen zou anders zijn, omdat die zich niet richt op rechters.
JA21-Tweede Kamerkandidaat Diederik Boomsma (midden) met spreker Marc Bossuyt (rechts).
Die zestien Europese landen pleiten inmiddels voor een andere omgang met het verdrag. Ze sluiten zo aan bij de aanpak van Marc Bossuyt en de Belgische premier Bart de Wever: herschrijven van het mensenrechtenverdrag is geen optie. Dat kost veel te veel tijd en vergt instemming van alle aangesloten landen. Bovendien vindt Bossuyt de verdragstekst niet het grote probleem, maar de interpretatie daarvan door de rechters.
Daarom heeft hij creatievere oplossingen bedacht. Regeringen gaan niet over de uitspraken van het Hof, maar wél over de rechters die in het Hof zitting nemen. Landen die verandering willen, zouden er goed aan doen beter te letten op de cv’s van hun kandidaten, schrijft Bossuyt in de nota. Willen ze een conservatiever hof, dan moeten ze conservatievere rechters voordragen.
Een andere suggestie, ook van zijn hand, is om een handleiding op te stellen die het verdrag afbakent en de beweegruimte van rechters inperkt. De Wever is fan. Hij omarmde Bossuyts plan begin september in zijn HJ Schoo-lezing en kondigde direct aan wat de boodschap van zo’n handleiding zou moeten zijn: „De historische geest van dit verdrag was niet om een kanaal voor massamigratie te creëren. Dus u, beste rechter, mag dat er ook niet van maken.”
De bezoekers van de denktank worden voorzien van pamfletten die waarschuwen voor de politisering van de rechtspraak.
Het grootste bezwaarpunt van de critici in het verdrag is artikel 3, het verbod op marteling en onmenselijke behandeling. Deze zomer verbood de Raad van State in Nederland met een beroep op dit artikel het kabinet alleenstaande mannen terug te sturen naar België, ook als ze daar eerder asiel hadden aangevraagd, omdat de asielopvang er niet op orde is.
Een andere bron van frustratie is artikel 8: het recht op een privé- en gezinsleven. Dat speelt een belangrijke rol in gezinshereniging voor asielzoekers. Met datzelfde artikel in de hand oordeelden de rechters in Straatsburg vorig jaar dat de Zwitserse regering te weinig deed om klimaatverandering tegen te gaan. Het welzijn van de bevolking werd daardoor geschaad, aldus de rechtbank, tot vreugde van klimaatactivisten.
Nog voordat Bossuyt de borrel heeft bereikt, wordt hij aangeklampt door een goed gesoigneerde Fransman. Het is Fabrice Leggeri, oud-baas van de Europese grensbewakingsdienst Frontex en sinds vorig jaar Europarlementariër voor Rassemblement National, de partij van Marine Le Pen. „U bent zeer, zeer goed”, zegt hij. „Ik waardeer enorm wat u doet.”
Als Frontex-directeur vond hij het Hof al lastig, vertelt Leggeri even later, terwijl bedienend personeel met champagne en mini-quiches langs de tafels zwiert. „Al viel het nog mee vergeleken met de Eurocommissaris die er toen zat, vergeleken met de ngo’s, met de organisaties van Soros. Die zaten me het meest dwars.”
Met Le Pen heeft Bossuyt weinig op, met Trump ook niet. De vraag is of zo’n radicaal-rechtse leider nodig is om veel van zijn wensen te realiseren, nu ook in middenpartijen de roep om een andere rol voor het Hof aanzwelt. De jurist heeft zelfs wel eens de indruk dat rechters al stilaan beginnen mee te bewegen met de politiek, zegt hij.
Sprekers zijn het er over eens: hervorming is een proces van de lange adem
Hervorming van de rechtspraak zal echter een discussie van de lange adem zijn, erkennen de sprekers en gasten in de Brusselse salon. Zelfs als de gewenste handleiding er komt, keert het tij niet zomaar. Rechters kijken voor hun oordeel ook naar andere internationale afspraken en verdragen, zoals het Vluchtelingenverdrag. Inmiddels wordt de focus al verlegd naar de volgende juridische blokkades voor hun beleid.
Deze zomer botste de Italiaanse premier Giorgia Meloni met een andere Europese rechtbank, het in Luxemburg gevestigde Europese Hof van Justitie. Dat vindt haar plannen om asielzoekers uit ‘veilige landen’ in Albanië onder te brengen veel te vaag. „Deze uitspraak doet nog meer afbreuk aan de toch al beperkte rol van de regering en het parlement”, liet Meloni’s kantoor verbolgen weten.
JA21-Tweede Kamerkandidaat Diederik Boomsma, ook aanwezig in de zaal in Brussel, ziet het conservatieve momentum goedkeurend aan. „Verdragen worden nog te vaak gezien als heilige teksten waar je niets over mag zeggen”, zegt hij na afloop van het debat, een garnalencocktail in de hand. Maar hij is hoopvol. „Als ik naar het migratiedebat kijk, begint zelfs D66 op te schuiven.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC