Foto Getty Images
Wie profiteert hier nou echt? Eind september berichtte NRC dat Danone een miljardenmarkt ziet in ‘gezonde darmen’. Het bedrijf opende in Parijs een laboratorium dat onderzoek zal doen naar bacteriën die de darmflora kunnen verbeteren, om zo in te kunnen springen „op de groeiende vraag naar voeding die niet gewoon gezond is, maar ook nóg gezonder maakt.”
Shana Hepping promoveert op het microbioom in beleid en de voedseltransitie aan de Universiteit Leiden.
Het microbioom, de microscopisch kleine wereld van bacteriën, schimmels, virussen en protisten in onze bodem, ons eten en onze darmen, is in de afgelopen jaren uitgegroeid van geitenwollensokkenonderzoek tot een sexy wetenschappelijk thema. Er lopen verscheidene onderzoeken naar het microbioom in allerlei vakgebieden. Dit heeft al een aantal mogelijke positieve effecten opgeleverd: weerbaardere gewassen, gezonde darmflora, preventie van ziekten, en misschien zelfs lagere zorgkosten. Een nieuw wondermiddel, dus! Ook buiten de wetenschap wordt het thema populairder. Zuurdesembrood en darmgezondheid zijn hypes, en de supermarkten staan vol met gefermenteerde producten.
Altijd wanneer nieuwe wetenschappelijke kennis op het snijvlak van voeding en gezondheid verschijnt, staan ook weer de grote voedingsbedrijven klaar om hun slag te slaan. Maar profiteren wij als samenleving of profiteert hier de voedselindustrie?
Nu staat de samenleving voor een keuze. Maken we van het microbioom een gemeenschappelijk goed dat onze gezondheid en duurzaamheid ondersteunt, of eindigt het als weer een marketinglabel in de supermarkt?
In die laatstgenoemde toekomst staan de schappen in de supermarkt vol probiotica. Bovendien gaat het bij veel van die supplementen om één enkel type bacterie of gist, dat meestal alleen tijdelijk in de darm aanwezig blijft. Dus moet je ze dagelijks slikken, wat een mooi verdienmodel.
Gezondheid wordt hiermee verpakt en vermarkt in een nieuw soort abonnement. Dat is goud voor voedselbedrijven, die dan ook gretig investeren in patenten, labs en zelfs microbiële medicijnen.
Het gevaar aan dit pad is dat ons microbioom een verzameling losse ‘gezonde’ ingrediënten en mooie slogans wordt in plaats van een complex geheel. Dat doodverklaarde bacteriën plots extra gezond zouden zijn - heel handig, want ze blijven langer houdbaar. En dat kennis die ons allemaal zou kunnen helpen, opgesloten raakt in private portfolio’s. De wetenschap schuift dan ongemerkt richting wat de Australische onderzoeker Gyorgy Scrinis treffend corporate science noemt: onderzoek dat vooral de aandeelhouder dient.
Dat bedrijven helemaal geen rol meer in de wetenschap zouden moeten spelen, is niet wat ik hier wil betogen. Integendeel, investeringen door bedrijven kunnen de wetenschap vooruithelpen. Maar zonder duidelijke spelregels en toezicht is er een groot risico dat het microbioom wordt uitgekleed tot een verkooppraatje. En dan komt het publieke belang al snel op de tweede plaats. Dat is doodzonde. Het microbioom kan zoveel meer zijn: een sleutel voor een voedselsysteem dat onze bodems, ons eten en onze darmen gezond houdt. Van bodem tot bord, van bord tot body dus.
Daarom zou ik willen voorstellen het microbioom in te zetten voor systeemverandering, door middel van integratie in ons voedselsysteem.
Er is namelijk veel reden tot optimisme. In ons onderzoeksproject Soils2Guts (Universiteit Leiden) wordt de microbiële connectie tussen bodem, bord en buik onderzocht. De hypothese gaat als volgt: de microben die in de bodem zitten hebben mogelijk invloed op de samenstelling van de microben op en in de planten die daarop groeien. Als mensen deze planten eten, komen die microben dan weer in onze darmen terecht. Als deze hypothese wordt bevestigd, dan moet dit ook gespiegeld worden in onze sociale systemen.
Landbouw en gezondheid zijn daarmee verweven. In het eerste deel van dat onderzoek laten we zien dat het microbioom een verbindend verhaal kan worden in deze integratie. Boeren, artsen, beleidsmakers en onderzoekers gebruiken het om verbanden te leggen tussen bodemgezondheid, voeding en zorg. Beelden als ‘de boer als dokter’ of ‘voeding als medicijn’ maken duidelijk hoe het microbioom bestaande scheidslijnen kan doorbreken. Hier ontstaat een toekomstbeeld waarin landbouw en gezondheidszorg niet langer gescheiden zijn, maar één ecosysteem dat publieke gezondheid en duurzaamheid verenigt.
De kansen van dit pad zijn talrijk. Stel je voor dat we ziekten kunnen verhelpen met gezonde maaltijden in plaats van pillen. Dat schoolkantines gevuld worden met lokaal geteeld, voedzaam eten dat de darmflora van kinderen versterkt. Dat boeren niet langer afgerekend worden op kilo’s opbrengst, maar beloond worden voor de voedingswaarde die ze produceren en de biodiversiteit die ze herstellen. Het microbioom kan een rode draad worden die bodem, bord en buik verbindt.
We staan dus op een tweesprong. Gaan we mee in het verhaal van gezonde darmen als melkkoe voor de voedingsindustrie? Of kiezen we voor een samenleving waar microben niet voor winst werken, maar voor ons allemaal?
Het microbioom is geen merk. Het is onze collectieve bron van gezondheid. En die verdient bescherming.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC