Home

Is D66 minder technocratisch geworden?

Josette Daemen houdt politieke partijen ideologisch bij de les. Voor welke waarden staan ze nou echt?

‘Het kan wél”, prijkt er op het programma waarmee vorig weekend werd ingestemd op het D66-congres. De politiek wordt nu gedomineerd door mensen die roepen „wat níét kan”, schrijft partijleider Rob Jetten in het voorwoord, maar bij D66 stropen ze de mouwen op. Jetten publiceerde deze zomer ook maar alvast een boek getiteld Hoe het wél kan, met voorop een foto waarop hij letterlijk zijn witte hemdsmouwen aan het opstropen is. Subtiel? Niet echt. Origineel? Ook niet – maar, zo moeten ze bij D66 gedacht hebben: als de boodschap maar duidelijk is.

Het is een gewaagde keus, die campagne rondom de slogan „het kan wél”. „D66 is immers een van de partijen die ‘het kan niet!’ roepen als Geert Wilders weer eens eist dat Nederland per direct de grenzen voor asielzoekers sluit”, schreef de Volkskrant. „Idem dito als Caroline van der Plas een stikstofdrempelwaarde voor bouwvergunningen wil invoeren.” En het is waar: juist D66 staat erom bekend de plannen van politieke rivalen vaak af te doen als onmogelijk, doorgaans met een beroep op de juridische realiteit of wetenschappelijke kennis.

Ook binnen D66 klinkt soms kritiek op die technocratische benadering, zoals in een intern evaluatierapport dat de partij liet opstellen na haar grote nederlaag bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. „In de omgang met populistische politici hebben D66’ers vaak de neiging om het gelijk te halen op ‘de waarheid’ (zoals die van wetenschappers en rechters) in plaats van op waarden”, stond daarin geschreven. „There is no alternative”, klinkt er door in die reflex, naar het motto van Margaret Thatcher. En van die „betweterige toon”, zo luidde de conclusie, zijn kiezers niet gediend.

Ernstiger dan het electorale nadeel, als je het mij vraagt, is het feit dat een strategie waarbij één bepaalde weg als onvermijdelijk wordt gepresenteerd op gespannen voet staat met het democratisch ideaal. Natuurlijk, de grenzen van de rechtsstaat moeten bewaakt worden, maar democratie bestaat wel bij de gratie van een reële politieke keuzemogelijkheid binnen die grenzen. Een partij die alternatieven voor haar eigen koers steevast wegzet als onhaalbaar, ontkent dat er zo’n keuzemogelijkheid zou zijn. Zeker voor een partij met een grote D in haar naam is dat uiteraard niet de juiste weg.

Zet D66 nu een stap in de goede richting? Zien we met de „het kan wél”-campagne de start van een minder technocratische koers? Ik heb zo mijn twijfels.

De grootste ommezwaai van „het kan niet” naar „het kan wel” maakt D66 ogenschijnlijk op het thema asielmigratie. In juni kondigde Jetten de koerswijziging al aan: om asiel te kunnen krijgen in ons land moeten vluchtelingen voortaan buiten de Europese grenzen een aanvraag indienen; wie zich meldt in Nederland wordt afgewezen. Om dat mogelijk te maken moeten internationale vluchtelingenverdragen worden opengebroken – iets waarop het D66 van weleer vermoedelijk de ‘het kan niet-kaart’ zou trekken, maar nu lijken ze bij de partij dus wel degelijk een politieke keuzemogelijkheid te zien op dit punt.

Of toch niet helemaal?

Bij De Correspondent las ik een interview naar aanleiding van de nieuwe asielkoers van D66 met Anne-Marijke Podt, Tweede Kamerlid en asielwoordvoerder namens de partij. Daarin valt me op dat Podt, gevraagd naar het idee om het VN-Vluchtelingenverdrag open te breken, toch weer terugvalt op de taal van de onvermijdelijkheid. „Je ontkomt er niet aan. Als je aanvragen niet meer in Europa wilt behandelen, moeten er verdragen op de schop”, zegt ze. Akelig, „maar op dit punt kunnen we niet anders”. Toch weer een beetje „there is no alternative” dus – alleen nu de andere kant op.

Goed, dit is slecht een retorisch dingetje, te onbeduidend om te gelden als basis voor conclusies over de hele partijkoers. Van meer gewicht is Podts antwoord op de vraag hoeveel vluchtelingen D66 zou willen toelaten, als een nieuw systeem over een jaar of tien rond zou zijn. „Het lijkt me een heel slecht idee om de aantallen te laten bepalen door politici”, zegt Podt. „Je kunt allerlei factoren meewegen: de staat van de economie, de huizenmarkt, demografie. Maar dat getal moet niet politiek zijn. Dat kan een onafhankelijk orgaan het beste bepalen” – „Europees”, als het aan haar ligt.

En zo lopen we toch weer het technocratische drijfzand in. Je hoort het de asielminister in 2035 al zeggen: u wilt minder vluchtelingen toelaten in ons land, of juist meer misschien? Sorry, die beslissing ligt nu bij experts in Brussel. „Het kan niet”, u hoort het goed.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next