Home

Toen ik de aangevraagde subsidie tot mijn grote verbazing ook kréég, begon de ellende

‘Als je last hebt van writer’s block moet je misschien accepteren dat je geen schrijver bent’, zei iemand eens.

Dat was onaardig, maar ook legitiem. Behalve dat ik niet alleen een writer’s block heb, maar ook een bijna-alles-block. En nooit hoor ik: als je zoveel moeite hebt om je administratie te doen, moet je misschien accepteren dat je geen belastingbetaler bent. Nee, het is altijd: hier is nog een boete, mevrouw Hoetmer.

Maar soms heb ik ook last van optimisme, dus ik had voor mijn boek subsidie aangevraagd bij het Nederlands Letterenfonds. Tot mijn grote verbazing kreeg ik die ook. Toen begon de ellende. Als heel Nederland eraan meebetaalt, dacht ik, dan moet het wel goed zijn. Daar werd ik nerveus van, en daarom deed ik maar niets.

Het geld parkeerde ik in een hoekje van mijn spaarrekening. Want ik ben wel een heel verstandige uitsteller.

‘Ha, gratis geld’, zei mijn boekhouder toen ik haar eindelijk eens wat administratie opstuurde en ze het hoekje ontdekte. ‘Ik word ook schrijver.’

‘Het is minder gemakkelijk dan je denkt’, antwoordde ik.

Na een jaar of twee kwam ik tot de conclusie dat het niet ging lukken zonder hulp. Tijdens een moment van helderheid schreef ik me in voor een cursus romanschrijven. Het was een hele procedure waarbij geweigerd worden ook een mogelijkheid was. Ik stuurde wat stukjes die ik wel had geschreven, een synopsis en een brief waarin stond dat ik weliswaar al schrijver ben, maar toch begeleiding nodig heb. Ik werd aangenomen, met nog vier anderen van wie er eentje ook al lang geleden was gedebuteerd. Het was dus niet zo uitzonderlijk.

Acht keer schreven we elke twee weken zesduizend woorden. Iedereen die weleens iets schrijft, weet dat zesduizend woorden behoorlijk veel is. En iedere twee weken was er zo’n Zoombijeenkomst waarbij we via ons scherm opbouwende kritiek kregen van de leraar (gewoon een andere schrijver) en medecursisten. Iedereen was welbespraakt en kon schrijven, dus dat was bepaald geen straf.

‘Dit is belangrijk, zweef er niet zo snel overheen’, zeiden ze.

‘Er moet wat meer emotie in.’

Ik moest toegeven dat ik ook in het echt weinig emoties beleef. Tijdens zo’n cursus leer je van alles over jezelf.

Het verhaal dat ik schrijf is, zoals dat van de meeste anderen in het groepje, een soort half-fictie omdat ik niet genoeg fantasie heb om iets volledig bij elkaar te verzinnen. Maar het wordt volgens mij een aardig boek waarin niemand wordt vermoord of verkracht, waarin de Tweede Wereldoorlog niet wordt genoemd en waarin iedereen gewoon gezellig doorkeutelt. Er zal ook weinig seks in voorkomen, net als in mijn echte leven.

Voor 95 procent van de romanschrijvers is er geen droog brood mee te verdienen, behalve als je subsidie krijgt, maar daar zal de uiterst rechtse golf die over Nederland spoelt binnenkort wel korte metten mee maken. Misschien terecht. Mensen lezen niet veel meer, en toch willen we allemaal boeken schrijven.

Tijdens de laatste les zouden onze tastbare lichamen elkaar ook ontmoeten, in een zaaltje. Aan het eind van de les zouden we zelfs toegesproken worden door een literair agent (die ik persoonlijk niet nodig heb, want ik zit al bij een uitgeverij). Voor de deur van het zaaltje kwam ik een kennis tegen.

‘Cursus romanschrijven’, legde ik uit.

‘Kun je toch al?’, antwoordde hij beleefd.

‘Ja en nee’, zei ik.

Columnist Cindy Hoetmer is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’. Haar vierde boek Goed, naar omstandigheden verscheen in 2022.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next