Home

Musea moeten moedig zijn

​is kunstredacteur van de Volkskrant.

Natuurlijk zijn we gespannen. En bang. Vanwege de politiek. Vanwege de buitenlandse oorlogen. Maar dit is het moment om moed te tonen.

Het was een videoboodschap vanuit de loopgraven. Donderdagochtend sprak Lonnie G. Bunch, de voorzitter van het Amerikaanse Smithsonian Instituut, de Nederlandse museumsector toe op het jaarlijkse Museumcongres. Bunch is nogal een museumbaas: hij leidt 21 musea, 21 bibliotheken, een dierentuin en veel onderzoeks- en onderwijscentra.

Zijn Smithsonian is door de regering-Trump onder een vergrootglas gelegd, of beter gezegd: op een pijnbank. Twee maanden geleden ontving Bunch een brief van de regering met wat er moet veranderen. Eind dit jaar worden in acht Smithsonian-musea ‘inhoudelijke correcties’ verwacht, ‘ideologische gedreven taal’ moet worden geschrapt. In feite gaat het om het implementeren van de ideologie van Trump, die wil dat de musea ‘Amerikaans exceptionalisme vieren’.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Binnen een andere context zou Bunch’ videotoespraak op te vatten zijn als inspirerend. Nu klonken zijn woorden alarmerend: ‘Culturele instellingen zoals de onze beschermen de geschiedenis, bevorderen de democratie en brengen mensen samen. Daarom is het essentieel dat zij een ongepolijste kijk op geschiedenis, cultuur en wetenschap geven, die het publieke belang dient.’

Bunch, die eerder als directeur aan de basis stond van het National Museum of African American History, lijkt zich weinig van Trumps opdracht aan te trekken. Integendeel, donderdag benadrukte hij het belang van onafhankelijkheid en riep hij musea op fel weerstand te bieden tegen de ‘toenemende druk om de ruwe kanten van de geschiedenis glad te strijken’.

In Nederland begon de week met positief nieuws van de Museumvereniging, waarin 473 musea zich hebben verenigd. De museumcijfers van 2024 stemden optimistisch: er was een recordaantal museumkaarthouders, namelijk 1,5 miljoen. En een toenemend aantal jongeren bezoekt musea. Vera Carasso, directeur van de Museumvereniging, concludeerde: ‘De museumcijfers 2024 laten zien dat musea stevig geworteld zijn in de hedendaagse samenleving.’

Na deze hoopgevende boodschappen voelde het Museumcongres als een realitycheck. Het thema was ‘Perspectief’. Daar is kennelijk behoefte aan. Dagvoorzitter Ikenna Azuike zette de toon en sprak van ‘onzekere tijden’. En na de toespraak van Lonnie Bunch vroeg hij de zaal: ‘Vindt iemand dat we ons overdreven zorgen maken?’ Het bleef stil. Azuike: ‘We zijn allemaal gespannen.’

Natuurlijk zijn we gespannen. En bang. Vanwege de Nederlandse politiek. Vanwege de buitenlandse oorlogen. Een andere spreker op het museumcongres, Yuliia Vaganova, deed er vanuit haar ervaringen als museumdirecteur van het Khanenko Museum in Kyiv een schepje bovenop: ‘Sorry dat ik jullie bang maak, sorry, maar ik moet eerlijk zijn.’

Ze benadrukte dat in Oekraïne niemand had verwacht dat er bommen zouden vallen, dat er projectielen op musea zouden worden afgevuurd. Haar oproep, kort samengevat: je wéét dat het kan gebeuren, ook hier, dus bereid je voor.

Waarschijnlijk was dit niet het ‘perspectief’ waar museummedewerkers op hoopten. Maar de zaal luisterde aandachtig. En angstig. Ik dacht terug aan Bunch’ toespraak, waarin hij had gezegd: ‘Nu is het moment om moed te tonen.’ Natuurlijk: juist als je bang bent, moet je moedig zijn. Dat geldt niet alleen voor museummedewerkers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next