Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
In Oost-Pruisen, ten zuiden van de Russische enclave Kaliningrad, ligt in het huidige Polen de Wolfsschanze – Wilczy Szaniec in het Pools. De wegen ernaartoe zijn opgebroken, vermoedelijk omdat zij worden verzwaard om eventuele agressie vanuit Kaliningrad (Königsberg) het hoofd te bieden. De dichtstbijzijnde stad in dit bosrijke gebied is Ketrzyn, het voormalige Rastenburg.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Tussen 1941 en 1944 was de Wolfsschanze de geheimste en geheimzinnigste plek van Europa. Het was het hoofdkwartier van Adolf Hitler, vanwaaruit hij de strijd aan het oostfront probeerde te leiden. De naam Wolfsschanze is vermoedelijk door Hitler zelf bedacht. Ging hij incognito, dan liet hij zich graag ‘Herr Wolf’ noemen. Soms liet hij zich zelfs aankondigen met: ‘Dirigent Wolf’. Waarschijnlijk is Hitler bij de naamgeving geholpen door zijn toegenegen secretaresse Johanna Wolf.
Als wij arriveren, is het nog niet druk en ook later zal het niet echt druk worden. Tegenwoordig is de Wolfsschanze een museum, maar op het eerste oog is het meer een park. Wel een vreemd park, want de Tand des Tijds lijkt daar zijn gang te mogen gaan. De bezienswaardigheden in het park zijn met mos overwoekerde bunkers, die hebben toebehoord aan de nazi-kopstukken Hitler, Göring, Bormann en aan de generaals Keitel en Jodl. Tevens waren er bunkers, die dienstdeden als gastenverblijf, communicatiecentrum, kantine en als garage voor de Mercedessen van de Führer.
In 1944, toen het Rode Leger naderde, hebben de Duitsers de Wolfsschanze verlaten. Voor zover mogelijk hebben ze boel zelf verwoest, omdat zij het hoofdkwartier te waardevol vonden om aan de Russen na te laten. De Poolse autoriteiten hebben de ruïnes zo gelaten, om er vooral geen bedevaartsoort van te maken. De bunkers zijn aan het verrotten, maar dat gaat niet zomaar, de metersdikke muren bieden moedig weerstand, wat niet wegneemt dat ook zij eens tot stof zullen vergaan.
De bunker van Hitler is een grote sarcofaag van graniet en beton, een onneembaar blok te midden van neerdwarrelende herfstbladeren. Binnen had Hitler een huiskamer, een werkkamer en, naar het schijnt, een kamer met bad. Helaas mag je er niet in. Graag had ik gezien in welke badkuip de grootste schurk uit de geschiedenis heeft gezeten.
Tijdens elk jaargetijde is het unheimisch op de Wolfsschanze. Over deze paden heeft Hitler gelopen en geposeerd met zijn staf, van wie velen in ongenade vielen, omdat het helaas niet meezat aan het oostfront. Slechts de stafkamer of het kaartenvertrek, waar Von Stauffenberg zijn mislukte aanslag heeft gepleegd, is herbouwd. Compleet met poppen die Hitler en de andere betrokkenen moeten voorstellen. De poging tot visualisering maakt de zaken juist kinderlijk en absurd.
Het is onbekend wie de architect van de Wolfsschanze is geweest, maar vermoedelijk was een bouwkundig ingenieur met de naam Fritz Todt erbij betrokken. Hij kwam ook uit Rastenburg. Als de drijvende kracht achter de Autobahnen, was Hitler zeer met hem ingenomen. Regelmatig ging Todt bij Hitler langs, tot hij niet ver van de Wolfsschanze – naar men zegt onder verdachte omstandigheden – om het leven kwam bij een vliegtuigongeluk. Niettemin, of juist daarom, kreeg hij een grootse staatsbegrafenis.
Maar uiteraard denk je bij de bouw van dit bunkercomplex ook aan Albert Speer. Als minister van Bewapening maakte hij er regelmatig zijn opwachting en als architect was hij ook de bedenker van het zogenaamde Ruinenwert-principe, hetgeen betekent dat een gebouw zo dient te worden ontworpen dat het er ook over duizend jaar – als ruïne – mooi uitziet. De ruïne als esthetische maatstaf voor de Tand des Tijds. Of de Wolfsschanze over duizend jaar nog bestaat en of mensen dan nog weten waarvoor zij heeft gediend, valt te bezien. Wij zijn pas 81 jaar onderweg – nog 919 jaar te gaan – maar zeker is dat zich in de wouden bij Rastenburg een ruïne heeft ontwikkeld, waar je niet onbewogen doorheen kunt wandelen. En dat zal nog wel een tijdje zo blijven.
Hitlers bunker bestaat uit verschillende lagen van staalbeton en basalt, bij elkaar zo’n zevenenhalve meter dik. Dat werd in die tijd voor ondoordringbaar gehouden, maar ik vermoed dat de superbom van Donald Trump er geen moeite mee zou hebben. Er is nu eenmaal op bommengebied veel vooruitgang. Hermann Göring deed, qua dikte, nu wel onder voor de Führer. Slechts drieënhalve meter. Via een nauwe gang van vochtig beton kun je door Görings bunker lopen. De rijksmaarschalk had ook een villa op de Wolfsschanze, maar daar kwam hij niet graag. Het is onduidelijk of Göring iets wist van de menselijke resten, die onlangs onder zijn vloer zijn gevonden.
De Wolfsschanze heeft ook een hotel/restaurant, door Tripadvisor gewaardeerd met vier ballen, maar wij dronken er alleen koffie. In de souvenirwinkel kocht ik nog wel een T-shirt met een wolf erop.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.