Home

Een school die verkondigt dat homoseksualiteit zondig is: het is kindermishandeling

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Mogen kinderen op Nederlandse scholen leren dat de man het hoofd is van het gezin, het huwelijk uitsluitend is bedoeld voor man en vrouw, dat seks met iemand van het eigen geslacht zondig is en dat Joden zich verrijken? Nee, natuurlijk mag dat niet.

Artikel 1 van de Grondwet verbiedt discriminatie. En sinds 2021 hebben de scholen een wettelijke ‘burgerschapsopdracht’, die eist dat ze democratische waarden als gelijkheid en verdraagzaamheid uitdragen en onderwijzen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar ja, het mag ook wél. Artikel 23 van dezelfde Grondwet stelt dat besturen de vrijheid hebben om scholen te stichten en daar kinderen te leren wat hun goeddunkt. Ze mogen ouders en leraren die hun overtuiging niet onderschrijven, de deur wijzen.

Dit alles wordt betaald en gedoogd door de overheid. Artikel 23 stamt uit 1917, toen vrijwel alle Nederlanders een geloof aanhingen (nu is dat 43 procent), toen vrouwen geen actief kiesrecht hadden, homo’s in de kast zaten en weinig inwoners islamitisch waren. Nog altijd kan een schoolbestuur dat wordt bekritiseerd om de lesinhoud, wapperen met artikel 23: bemoei je er niet mee.

Een uitstekend onderzoek van Nieuwsuur, resulterend in twee reportages op 29 en 30 september over ‘botsende boodschappen’ op reformatorische en islamitische scholen, maakte de afgelopen week veel los. Het commissiedebat van de Tweede Kamer over onderwijs, op 30 september, ging over vrijwel niets anders. Helaas kwam daardoor een groter probleem niet aan bod: de achteruitgang in leerprestaties, die álle leerlingen treft.

De voorbeelden bij Nieuwsuur van seksisme, homofobie en antisemitisme zijn onthutsend; kijk de reportages maar terug. Het opmerkelijkst vond ik hoe hartgrondig reformatorische en islamitische scholen het met elkaar eens zijn in hun negatieve visie op vrouwen, homo’s en andersdenkenden. Het gaat hier wel om een klein aantal scholen: er zijn 80 islamitische scholen voor funderend onderwijs in Nederland, en 207 reformatorische scholen. De voorbeelden in Nieuwsuur gelden wellicht niet voor allemaal.

Toch is het een belangrijk onderwerp. Dit kán zomaar in Nederland. Wat er bij mij inhakte was het verhaal van een vrouw die als meisje wist dat ze op vrouwen viel, en bad dat ze van een man kon houden. Anders zou ze altijd alleen blijven en nooit moeder worden. Van een vrouw houden betekende dat ze naar de hel zou gaan. Dat werd haar thuis verteld, in de kerk en op school – een hermetisch gesloten driehoek.

Ik las dat Mirjam Bikker, lijsttrekker van de ChristenUnie zei: ‘Kinderen zijn van hun ouders en niet van de staat’. Dit is de crux van het conflict. Ik denk dat kinderen helemaal niet van hun ouders zijn, noch van de staat. Een mens is van zichzelf, niet de lijfeigene van een ouder of geliefde. De bedoeling van opvoeding en onderwijs is dat kinderen leren nadenken over zichzelf en de wereld, en eigen beslissingen nemen.

In hun reactie vinden alle politici, christelijk of niet, vroom dat scholen een ‘veilige plek’ moeten zijn. Dat is een hol cliché. Een kind dat op school leert dat het minderwaardig is, of zich zondig kleedt, is onveilig. Een puber die hoort dat zijn gevoelens verkeerd zijn, die niet mag zijn wie hij is en siddert van angst voor straf, is onveilig. Het is een vorm van kindermishandeling. De overheid moet kinderen in bescherming nemen tegen zulke bedreigingen.

Politieke compromissen op dit onderwerp zijn de afgelopen jaren onmogelijk gebleken. In verkiezingstijd wordt het heikele onderwerp vermeden. Een nieuw kabinet moet zich duidelijk uitspreken over welk wetsartikel in het onderwijs voorrang heeft. Anders houden we deze narigheid.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next