Home

Oost en West hebben elkaar nooit helemaal gevonden na Duitse eenwording

Duitsland viert vandaag dat Oost en West in 1990 weer één land werden. Maar 35 jaar na de hereniging hebben weinig Duitsers het gevoel dat het oosten en westen van het land echt samen optrekken.

Op 9 november 1989 schuift het Duitse volk het IJzeren Gordijn opzij. Duizenden mensen klimmen op de Berlijnse Muur en staan op plekken waar ze een dag eerder nog een kogelregen konden verwachten. Vreemden uit Oost en West vallen elkaar huilend en jubelend in de armen, terwijl de nog aanwezige grenswachten verbijsterd toekijken.

Beelden van de val van de Muur zijn diep in het Europese collectieve geheugen gegrift als het moment waarop Oost- en West-Duitsland weer samenkwamen na hun scheiding in 1945. Toch wordt dat niet gevierd op 9 november. Dat heeft te maken met andere zaken met een duisterdere plek in dat geheugen: het einde van het Duitse keizerrijk (1918), Hitlers Bierkellerputsch (1923) en de Kristallnacht (1938) vonden plaats op dezelfde datum.

De keuze viel op een neutraler, formeel en zelfs een beetje ambtelijk moment: de ondertekening van het Eenwordingsverdrag op 3 oktober 1990.

Dat klinkt door in hoe de dag wordt gevierd, zegt Aline Sierp, universitair hoofddocent European History and Memory Studies aan de Universiteit Maastricht. "Vergelijk het met Koningsdag in Nederland. Dat is echt een volksfeest. De viering van de Duitse eenwording is veel formeler, met ernstige toespraken en zo." Het is een nationale feestdag, dus de meeste mensen zijn vrij. "Maar zou je hen vragen waarom dat eigenlijk op 3 oktober is, dan denk ik dat veel Duitsers je dat niet kunnen vertellen."

Ten tijde van de eenwording was er dus al een verschil tussen hoe die werd bekeken op overheidsniveau en in de beleving van de Duitse burger. Die kloof is in de loop van de decennia dieper geworden.

In een recente peiling over de eenwording van opinieonderzoeker forsa zegt 23 procent van de respondenten uit het voormalige Oost-Duitsland dat het land sinds de eenwording echt één geheel is geworden. Dat gold in 2017 nog voor 43 procent van de ondervraagden uit dat deel van Duitsland. In het westen is 37 procent die mening toegedaan - ook geen klinkend cijfer.

"Aan de ene kant is de eenwording een van de belangrijkste historische gebeurtenissen van de afgelopen honderd jaar. Duitsers zijn er heel trots op", zegt Roland Löffler, directeur van de Sächsische Landeszentrale für politische Bildung. "Aan de andere kant is het debat tussen het Oosten en Westen in de afgelopen tien jaar vrij bitter geworden. Oost voelt zich niet geaccepteerd en West vindt dat het Oosten te veel klaagt, bijvoorbeeld over de economie of migratie."

De economie in het voormalige Oost-Duitsland presteert beter dan die in de Visegrádlanden (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije), maar blijft achter op die van het voormalige West-Duitsland. Volgens de denktank IWH is het oosten voor 75 tot 80 procent op een vergelijkbaar economisch niveau gekomen als het westen. Daarna is het verkleinen van de kloof vastgelopen. Bij middelgrote en grote bedrijven in het oosten blijft de productiviteit bijvoorbeeld aanzienlijk lager dan in het westen.

"Een van de grootste verschillen is dat geen enkel groot bedrijf een hoofdkantoor in het oosten heeft. Geen van de veertig grootste bedrijven van Duitsland is hier gevestigd. Van de middelgrote beursgenoteerde bedrijven zitten er maar drie in het oosten. Grote stichtingen, kerkelijke organisaties en vakbonden zijn ook gevestigd in het westen", zegt Löffler. "Dat betekent al snel dat je daarheen moet als je carrière wil maken."

Volgens de politicoloog heeft dat bijgedragen aan een van de grootste economische obstakels voor oostelijke deelstaten: de samenstelling van hun bevolking. Het oosten was op het moment van de eenwording het jongste deel van het land, maar is nu het oudste. Decennia van braindrain hebben diepe sporen getrokken.

Teleurstelling over de baten van de hereniging klinkt door in de Duitse politiek. De radicaal-rechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) heeft haar machtsbasis in het voormalige Oost-Duitsland en groeide binnen korte tijd uit tot de grootste oppositiepartij in het Duitse parlement.

Dat past binnen de bredere Europese trend van de opkomst van het rechts-populisme, zegt Sierp. "Als je meent dat je geen invloed hebt, zoek je de extremen op. Want dat geeft je het gevoel dat je nog iets te zeggen hebt." Lang werd aangenomen dat bepaalde politieke stromingen geen voet meer aan de grond konden krijgen in Duitsland. "Er is een tegenbeweging op dat constante debat over verantwoordelijkheid voor zaken uit het verleden. Vooral veel jonge Duitsers zeggen: dit heeft niks met ons te maken."

Löffler: "Veel mensen in het oosten hebben nog een DDR-mentaliteit. Dat was een klein land, waar de bevolking door de leiders erg werd afgeschermd van de buitenwereld. Die mensen kregen een grote verandering voor hun kiezen: van die vaste structuren naar een open samenleving. Nu is er elke vijf jaar wel een crisis: migratie, corona, Oekraïne. De gewone burgers willen stabiliteit en een staat die duidelijke regels maakt en hun belangen behartigt."

Meer dan een kwart eeuw na de omhelzingen boven de brokstukken van de Berlijnse Muur is er nog steeds werk te doen, besluit Löffler: "De grote les die we uit de eenwording moeten trekken, is dat wij Duitsers weten hoe transformaties werken: van keizerrijk naar democratie, naar het fascisme, naar het communisme en terug naar democratie. We moeten niet zo veel klagen en vooruit gaan kijken."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next