is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
In 1917 deden 23 leidende figuren uit het Nederlandse bedrijfsleven een oproep tot de oprichting van een hoogovens- en staalbedrijf in het land. Onder hen waren mensen met welluidende namen als Philips, Fentener van Vlissingen, Regout, Kröller, Stork en Wilton. Als gevolg van de blokkade waarmee het neutrale Nederland in de Eerste Wereldoorlog werd geconfronteerd, had de industrie geen nauwelijks staal, de belangrijkste grondstof.
Om de oprichting mogelijk te maken moest de staat miljoenen bijdragen aan de bouw van de installaties in de duinen van Wijk aan Zee. Daarvoor kreeg de overheid wel een belang in het bedrijf en vertegenwoordigers in de leiding.
Na de ontbinding van Estel en de fusie in 1972 met het Duitse staalconcern Hoesch legde de staat in 1982 opnieuw 1 miljard gulden bij om het bedrijf te helpen op eigen benen te staan. Het staatsbelang werd uitgebreid. In de paarse privatiseringsgolf daarop werd dat weer verkocht.
Nu wil de overheid 2 miljard euro bijdragen aan de vergroening van Tata Steel - 105 euro per Nederlander. Hiermee moet Tata een nieuwe installatie bouwen, waarbij kolen worden vervangen door gas en later door waterstof. De totale investering voor de nieuwe installatie zal 5, mogelijk 6 miljard euro bedragen. De rest moet van Tata zelf komen. Hierdoor zal de CO₂-uitstoot van het meest vervuilende bedrijf van Nederland met 40 procent verminderen.
Aan dat besluit zou een demissionair kabinet zich eigenlijk niet moeten wagen. Ook met de nieuwe fabriek blijft het staalconcern overlast geven in de omgeving. Sluiting van de fabriek maakt evenmin aan de milieuproblemen een einde, alleen al vanwege de bodemvervuiling en de lasten van het verleden (pfas, staalslakken) na ruim honderd jaar staalproductie.
Het is beter als Tata Steel de boel opschoont. Nederland voelt net als in 1917 de noodzaak van een eigen basisindustrie. Als hier geen staal wordt gemaakt, moet het van elders worden gehaald. Dan levert Nederland zich uit aan China en India, de grootste staalproducenten in de wereld.
Een besluit om Tata Steel te helpen bij de vergroening is niet zo gek. Maar als de overheid meefinanciert, moet er ook een vinger aan de pols worden gehouden. Al is het alleen al om ervoor te zorgen dat Tata zijn bijdrage aan de investeringen levert.
Soms kan een voorbeeld worden genomen aan Donald Trump. Bij de overname van US Steel door het Japanse Nippon Steel in juni van dit jaar, bedong hij een gouden aandeel (golden share) voor de Amerikaanse overheid. Hiermee kunnen alle belangrijke strategische besluiten van de Japanse eigenaren door de VS worden geblokkeerd, zoals reorganisaties, verplaatsingen en zelfs een naamsverandering die bij Hoogovens al is doorgevoerd.
Ook is Nippon verplicht 11 miljard dollar te investeren in modernisering. En daar hoeft de de Amerikaanse belastingbetaler geen cent voor bij te leggen.
De Nederlandse staat zou bij Tata Steel recht hebben op minimaal twee gouden aandelen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns