Home

Mbo’ers met niet-Europese achtergrond moeten harder werken voor een baan

Mbo'ers met een niet-Europese achtergrond zitten na het halen van hun diploma vaker zonder werk dan hun medestudenten. Ook moeten ze harder hun best doen voor een stage- of leerwerkplek.

Uit cijfers van statistiekbureau CBS komt naar voren dat van de mbo'ers die in 2022 afstudeerden, 18 procent van de studenten met een niet-Europese achtergrond een jaar later geen werk had. Het CBS rekent niet alleen mensen die buiten Europa zijn geboren tot deze groep, maar ook die waarvan dat geldt voor één of beide ouders.

Mbo'ers met ouders die in Nederland zijn geboren, hebben een rooskleuriger vooruitzicht: 6 procent van hen had een jaar na het halen van een diploma geen werk.

Al sinds 2007 ligt het aandeel werkende mbo'ers met een niet-Europese achtergrond lager dan gemiddeld. "Voor jongeren met een niet-Europese achtergrond die hbo of wo doen, is het vinden van een baan iets minder lastig", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. "Het verschil is daar kleiner, maar wel aanwezig. We kunnen niet zeggen waar dat precies in zit."

Volgens het CBS is er niet één duidelijke oorzaak voor de kloof. "Onderwijsrichting kan een rol spelen: met sommige opleidingen vind je sneller werk dan met andere. Maar dat verklaart slechts een klein deel van het verhaal", zegt Van Mulligen. "Het kost mensen die niet in Nederland zijn geboren, toch meer moeite." Dat is alles wat het statistiekbureau aan mogelijke verklaringen kan geven. "We hebben geen onderzoek gedaan naar discriminatie of de taalvaardigheid van de studenten."

Het beeld hangt samen met de economie. "Als het economisch slechter gaat, is het voor iedereen lastiger om een baan te vinden, maar voor mensen met buitenlandse ouders is dat effect groter", legt Van Mulligen uit. "De arbeidsmarkt is nu al lange tijd krap. In principe zou dat voor iedereen met een diploma een voordeel moeten zijn. Het feit dat deze groep tóch minder vaak een baan vindt, betekent dat er kansen blijven liggen."

De ongelijkheid begint al tijdens de opleiding. Voor mbo'ers is een stage verplicht, maar studenten met een niet-Europese achtergrond moeten daar harder voor werken. In 2024 moest 83 procent van hen solliciteren voor een stageplek, Van alle mbo-leerlingen zei 75 procent gesolliciteerd te hebben voor een stage- of leerwerkplek. De overige 25 procent hoefde überhaupt niet te solliciteren, omdat ze bijvoorbeeld al werk hadden of via bekenden een stage- of leerwerkplek vonden.

En wie solliciteert naar een stageplek, had niet altijd meteen beet. Bij leerlingen met een niet-Europese achtergrond zei 14 procent zeven keer of vaker te hebben gesolliciteerd. Bij mbo'ers met Nederlandse ouders was dit 7 procent.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next