De Spaanse Beatriz Serrano schreef een nieuwe variant op het vervreemde-vrouw-vliegt-uit-de-bochtverhaal. Overtuigend vertolkt Ontevreden het algemeen gedeelde gevoel van zinloosheid onder millennials en gen Z’ers.
is filosoof en schrijft voor Volkskrant Magazine over moderne etiquette.
Het was 2015, banen waren schaars door de financiële crisis, dus ging ik na mijn studie ‘stage’ lopen bij een reclamebureau. Al snel leerde ik dat niemand het woord ‘reclame’ in de mond nam, maar sprak over ‘creatief werk’, waarmee ze ‘impact’ wilden maken.
In de eerste maand werd ik verantwoordelijk voor de onlinecampagne voor een oud, Nederlands bloemenbedrijf. Mijn opdracht: met Facebookadvertenties ‘groene innovators’ in Tokio en Londen bereiken voor een ‘incubatieprogramma voor duurzame start-ups’.
‘Hi Tokyo!’, tikte ik bij een foto van een verticale tuin, ‘Any green innovators over there?’ Ik staarde naar mijn scherm en dacht: is dit wat serieuze volwassenen de hele dag doen?
De tweede maand leverde een pakketbezorger een stapel dozen af bij mijn bureau. Eén gevuld met enveloppen, de overige met tienduizend knalerwten. Ideetje van de strateeg: het incubatieprogramma tijdens een ‘green innovator event’ (‘overal planten! urban jungle!’) inluiden met een bang.
De derde maand kreeg ik RSI.
De vierde maand werd ik met een camera en een collega-‘stagiair’ naar de klant gestuurd. We moesten ‘social content’ maken, ofwel: video-interviews met de ‘stakeholders’. Die filmpjes, wist ik inmiddels, waren niet zozeer bedoeld om te worden bekeken, maar om die ‘stakeholders’ te vleien. Achter de camera keek ik toe hoe CFO’s en executive managers die mij eerder aanspraken met ‘meisje’ veranderden in stotterende jongetjes uit Roelofarendsveen en Swifterbant.
Als ik de main character in een millennialroman of -serie was geweest, had ik in de vijfde maand een handvol lorazepampillen achterovergeslagen, de dozen die al maanden naast mijn bureau stonden op mijn bagagedrager gebonden en was ik daarmee naar het green innovator event gefietst. Ik had de avond geopend met een onsamenhangende speech over greenwashing, de onbewerkte filmpjes met stotterende CEO’s getoond, ze gewezen op hun hypocrisie en seksisme, en ze vervolgens net zolang met knalerwten bekogeld tot een strateeg mij van het podium afsleurde.
Onlangs verscheen een nieuwe variant op dit vervreemde-vrouw-vliegt-uit-de-bochtverhaal: Ontevreden, een roman van de Spaanse auteur Beatriz Serrano (1989). Tot dit genre kun je ook het cultboek Mijn jaar van rust en kalmte van Ottessa Moshfegh rekenen, Tobi Lakmakers De geschiedenis van mijn seksualiteit en series als Fleabag en Bodem.
Marisa, de hoofdpersoon in Ontevreden, werkt ook bij een reclamebureau, waar ze quiet quitting tot kunst heeft verheven. Ze slijt haar dagen op kantoor in een roes van onlinevideo’s, kalmeringsmiddelen en impulsaankopen, terwijl ze toekijkt hoe haar collega’s doen alsof het hun écht iets uitmaakt, de ‘feministische’ campagne voor een make-upmerk.
De hoogtepunten in Marisa’s dag zijn haar lunchmomenten in het mensenluwe Madrid van augustus, een bezoek aan een dure supermarkt en mechanische seks met haar onderbuurman.
Net als de andere heldinnen in de vervreemde-vrouwenverhalen, valt Marisa niet langer samen met het leven, ze hangt er eerder boven. Vanaf die afstand aanschouwt ze het theater op de moderne werkvloer, de performance die iedereen opvoert om zichzelf en collega’s te overtuigen van de waarde van hun werk, de onoprechtheid van al die kantoorpersona’s.
En net als de andere heldinnen gedraagt Marisa zich in toenemende mate onaangepast, wijkt ze steeds verder af van de normale kantoororde, zoekt ze de randen op van het betamelijke. Uiteindelijk komt de Madrileense millennial, in een weergaloze eindscène, tot een publieke ontploffing.
Met bewondering lees ik nu, een decennium na mijn reclamestage, over Marisa en de andere heldinnen in de vervreemde-vrouwenverhalen. Ik herken hun blik op de wereld: op de zinloosheid van die schijnbedrijvigheid, op de hypocrisie van bedrijven die ‘impact’ willen maken, op het, al dan niet zorgvuldig toegedekte, seksisme van mannen in machtsposities.
Ik schopte nergens tegenaan, durfde niet uit de pas te lopen. In werkelijkheid begon ik in mijn vijfde stagemaand om te ontsnappen aan mijn gevoelens met calorieën tellen en zelfhulpboeken lezen. Want, ja, net als de heldinnen kende mijn staat van vervreemding een voorgeschiedenis.
Ik vergat, voor het effectbejag, een sleutelmoment van mijn reclamestage te vermelden. Het was de vierde maand, de week voor het green innovator event. Op het perron van Station Bijlmer Arena wilden mijn benen niet meer bewegen. ‘Haha’, hoorde ik mezelf lachen. ‘Ik ben volgens mij bang voor metro’s geworden.’
Ik vertelde mijn stagemaatje over mijn vriend, die vlak voor de reclamestage begon in New York uit de metro was gevallen en dood op het spoor was aangetroffen. Mijn collega keek mij verbijsterd aan, de metro kwam aanrijden, mijn benen stapten de wagon in, en ik vervolgde het gesprek over het personeelsuitje waar wij, stagiairs, niet voor waren uitgenodigd.
Dit is, denk ik, precies het soort ‘traumaplot’ waarop verhalen als in Ontevreden, Bodem, Fleabag of Mijn jaar van rust en kalmte draaien. Is dat nodig? Zijn de gevoelens van vervreemding, van afgestomptheid, van woede richting de wereld, enkel legitiem als daar een andere, grotere, emotie aan ten grondslag ligt – die van een ingrijpend verlies? Is die rouw noodzakelijk om de rigoureuze keuzes van deze heldinnen geloofwaardig te maken?
Op het eerste gezicht lijken deze vervreemde-vrouwenverhalen op rouwverhalen, waarbij hun onderdrukte verdriet ten grondslag ligt aan hun dissociatieve staat en roekeloze gedrag. De enorme populariteit van deze boeken en series vertellen een ander verhaal: deze heldinnen vertolken een collectieve mood, een algemeen gedeeld gevoel van zinloosheid en onbegrip onder millennials en gen Z’ers. Van hun bullshitbaan, van de consumptiecyclus waarmee ze hun onvrede dempen, van romantische relaties die in toenemende mate als ‘werk’ voelen.
De rouw in deze vervreemde-vrouwenverhalen moeten we dan misschien ook niet zien als een verklaring voor hun gedrag, zoals de traumaplot voorschrijft.
De rouw van de heldinnen fungeert eerder als een soort waarheidselixer. Dicht bij de dood kunnen deze vrouwen het leven onder het late kapitalisme zien voor wat het is: absurd.
Beatriz Serrano: Ontevreden. Uit het Spaans vertaald door Lies Doms. Bezige Bij; 208 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant