Hoe ziet een naoorlogs vrouwenleven eruit dat niet wordt bepaald door de moederrol? In Egelskop stippelt de 21ste-eeuwse verteller een andere route voor haar grootmoeders uit.
In de Volkskrant staan geregeld interviews met 100-jarigen. Als je er een paar achter elkaar leest, valt op dat de levens van de vrouwen sterk overeenkomen. Als dochter in veelal grote gezinnen kregen ze vaak al een zorgende rol toebedeeld om hun moeder wat te ontlasten. Velen wilden doorleren, maar braken hun studie tijdens de oorlog af, omdat ze de Duitse loyaliteitsverklaring niet wilden tekenen, of er eenvoudigweg geen geld voor een vervolgopleiding was.
De generaties vrouwen na hen hadden meer geluk: het werd steeds makkelijker om ergens voor door te leren, en kinderen hoefden niet meer in zulke grote getale ter wereld te komen uit zulke jonge moeders – na de komst van de pil.
Maar wat als deze 100-jarige vrouwen dezelfde kansen hadden gekregen als de generaties na hen?
Deze ‘wat als?’-vraag vormt de leidraad van Egelskop, de debuutroman van Teddy Tops (1989). De naamloze ik-verteller is wees, haar ouders verdronken toen ze in hun auto te water raakten toen ze 4 was, zelf kon ze ternauwernood worden gered. Daarom wordt ze door haar grootmoeders opgevoed: oma Jo en oma Levi.
Oma Jo is de jongste van dertien kinderen en verhuist als kind uit een plaggenhut in Drenthe naar Eindhoven, om met het hele gezin te gaan werken bij de Philipsfabriek. Daar maakt Jo lange dagen als ‘lampenmeisje’: Philips nam veel vrouwen in dienst, omdat hun kleine handen zo geschikt waren om de gloeidraden in de lampen te priegelen.
Oma Levi is een Joods meisje uit Amsterdam, dat tijdens de oorlog ondergedoken zit en daarna met haar zussen een woning betrekt. Hun ouders kwamen niet terug. Levi heeft talent voor stijldansen, en kijkt regelmatig te diep in het glaasje.
Tops schetst in deze roman de jaren vijftig en hoe alles zo snel verandert. Er komen televisieprogramma’s, puntige zonnebrillen, twintig soorten wasmiddel. In De familie Doorsnee, het radiohoorspel van Annie M.G. Schmidt, wordt een ‘homofiel’ opgevoerd. De vrouwenemancipatie neemt een vlucht, dankzij Corry Tendeloo komt er een einde aan het automatische ontslag van gehuwde vrouwen. Oma Jo gaat naar bijeenkomsten van de Bond van Sociaal Democratische Vrouwenclubs, de Rooie Wieven.
‘Mijn oma’s bleven hun leven lang ondergronds, hun verzet bevatte geen grote woorden, maar wel een aaneenschakeling van kleine daden. Tot ze door de tijd werden gedwongen om te kiezen voor de weg die alle vrouwen namen. Waardoor mijn moeder geboren werd, en mijn vader. En toen ik.’
Het is hier dat de verteller ingrijpt en een andere route uitstippelt voor de levens van haar grootmoeders. Jo krijgt een miskraam, Levi voert zelf de klassieke horrorabortus uit met een breinaald. Zo wordt deze roman een gedachte-experiment, een onderzoek naar wat je nooit kunt weten: hoe het ook had kunnen gaan.
‘Ze zullen rouwen om een leven dat ze niet hebben geleid, ze zullen zich vrijer voelen dan ooit. Ze kunnen kiezen, wat misschien betekent dat ze besluiten om stil te komen staan.’
Hoe ziet een naoorlogs vrouwenleven eruit dat niet bepaald wordt door het innemen van de moederrol in een kerngezin? Of, hier meer van toepassing: hoe ziet een naoorlogs vrouwenleven eruit in de fantasie van een 21ste-eeuwse verteller?
Egelskop gaat over toen, maar werd overduidelijk nu geschreven. Tops voert een scène op waarin een jonge oma Levi, ’s nachts dronken over de Wallen zwalkend, wordt opgepikt door een vrouw die afwisselend met de ouderwetse benaming ‘prostituee’ en het modernere ‘sekswerker’ wordt aangeduid, een woord dat zijn oorsprong vindt in de jaren tachtig. Hoe ze tegen Levi praat, met een rock-’n-roll-Engels zinnetje als ‘No worries baby’ tussendoor, detoneert na de beschrijvingen van stofzuigers van 15 kilo en vrouwen die voor hun trouwen het felbegeerde (dure!) kunstgebit cadeau kregen (waarvoor ze vrijwillig al hun tanden lieten trekken!).
Is dat erg? Egelskop speelt een spel met heden en verleden, niet alles hoeft waarachtig te zijn. Juist de grote hoeveelheid historische details die Tops in deze roman verwerkte, laat zien dat we hier te maken hebben met een auteur die zich bewust is van die tijdsgebonden achtergrond. Toch hebben de personages, verlangens en zegswijzen van Levi en Jo soms iets anachronistisch of zelfs programmatisch. Dat is niet erg, ze zijn de opvoering van een fantasie van de ik-verteller. Maar de worsteling van een vrouw die niet volgens het geijkte pad wenste te leven, juist in díé tijd, komt daardoor niet helemaal goed uit de verf. Egelskop zegt daarmee meer over onze verlangens voor vrouwen van toen.
Toch is dit een warmbloedige, avontuurlijke roman, waarin de lezer aan het denken wordt gezet over waarom een leven loopt zoals het loopt. Hoe worden onze verlangens gevormd door de tijd waarin we leven, en hoe stellen we die bij door wat er onverhoopt met ons gebeurt, buiten onze macht?
Voorin zette Tops dichtregels van Esther Jansma: ‘Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,/ thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.’
Teddy Tops: Egelskop. Nijgh & Van Ditmar; 158 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant