Wielrennen De Muur van Kigali is de bekendste klim van de WK wielrennen in Rwanda. De nu nog levendige buurt eromheen toont wat het regime voor ogen heeft met de hoofdstad: modernisering van bovenaf.
De Muur van Kigali, de beruchte klim in het WK-parcours in de Rwandese hoofdstad, eerder deze week.
Pas op, niet doen! Wie zomaar probeert de Muur van Kigali over te steken, wordt snel tot de orde geroepen. Door een bewoner, met een armgebaar. Of door het getoeter van een van de vele taxibrommertjes die met een rotvaart naar beneden komen rijden. ‘Hectisch’ is nog zacht uitgedrukt voor de verkeerssituatie ter plekke.
Komende zondag zal het er hier anders aan toe gaan. Dan is de weg afgezet en staat het acht rijen dik met toeschouwers: de WK-wegwedstrijd voor mannen komt langs. Want dat de Muur van Kigali opgenomen zou worden in het parcours van het eerste WK wielrennen in Afrika was onontkoombaar. De vierhonderd meter lange, loeisteile kasseienstrook is bekend bij koersliefhebbers over de hele wereld, dankzij de beelden uit de Tour de Rwanda, de belangrijkste wielerwedstrijd van Afrika.
Het zijn ook de wielerfans die de straat omdoopten tot ‘Muur van Kigali’. Bewoners zegt de naam niets; de taxichauffeur heeft grote moeite om de plek te vinden. Lokaal staat de straat bekend als Kwa Mutwe, vrij vertaald: ‘bij de kop’.
De Muur maakt zijn reputatie meer dan waar, zo blijkt op deze warme maandagochtend, een kleine week voor de WK-wegwedstrijd. De kasseien liggen er slecht bij, het stijgingspercentage gaat op sommige stukken richting de 20 procent. Een Afrikaanse versie van de Koppenberg of Paterberg uit de Ronde van Vlaanderen.
De Muur ligt middenin Nyamirambo, een wijk op een van de vele heuvels van Kigali. De sfeer hier is heel anders dan in de WK-bubbel bij het Kigali Convention Centre, hemelsbreed zo’n drie kilometer verderop. Daar tref je glanzende hotels en malls, hippe bars en restaurants, een golfbaan en tweebaanswegen met palmbomen. Iedere paar honderd meter zijn luxe-appartementen in aanbouw. Het conventiecentrum zelf is te herkennen aan een reusachtige glazen halve bol die ’s avonds oplicht in verschillende kleuren.
Niets van dit alles in Nyamirambo. Hier zie je Kigali zoals het er vroeger vermoedelijk overal uitzag. Lage huizen met golfplaten daken, winkels waar je kleding, beautyproducten, simkaarten of matrassen kunt kopen. Kleine gele hokjes op straathoeken waar bewoners krediet kunnen aanschaffen voor het nationale betaalsysteem MoMo.
Op de Muur zijn vandaag geen wielrenners te bespeuren. Wel veel gewone fietsen, met één versnelling, die in Rwanda veel worden gebruikt als transportmiddel. In de loop van de dag komen voorbij op een fiets: meerdere melkbussen, een verzameling latten, zeker 300 eieren en een minstens twee meter hoge toren van verfblikken. De bestuurders zijn afgestapt en duwen hun vervoermiddel de steile helling op: fietsen is geen optie.
Wat ook meteen opvalt: veel vrouwen met hoofddoeken. Nyamirambo is een buurt met veel moslims in een verder overwegend christelijk land – in de voetgangerszone verderop, vol terrassen van bars en restaurants, wordt meer thee gedronken dan bier. Verderop de heuvel ligt een reusachtige witte moskee die tot voor kort de naam droeg van zijn financier: wijlen dictator Gaddafi uit Libië.
Nyamirambo heeft een bijzondere reputatie, hoor je in Kigali. De wijk is altijd betaalbaar geweest, typisch een plek waar mensen die op zichzelf gaan wonen hun eerste huis huren. Er wonen traditioneel veel immigranten, uit Tanzania, Benin en Oeganda. Door die buitenlandse invloeden staan de bewoners in de rest van Kigali te boek als bijdehand en rap van tong. Kom je uit Nyamirambo, dan vinden mensen je al snel cool.
Overal langs de Muur is zichtbaar dat het WK eraan komt. Halverwege de klim zijn werklui grote spandoeken aan het bevestigen met slogans voor het WK („We juichen hard en we juichen trots”). In de cafés is wielrennen op tv te zien (op deze maandag de tijdrit van de beloften); alle wedstrijden worden gratis gestreamd. En veel huizen langs het parcours hebben een lik verf gehad. De bewoners, zo hoor je op straat, zijn door de overheid „geadviseerd” hun huis een goede beurt te geven.
Winkeltje voor fietsonderdelen in Kigali.
Er valt in Nyamirambo ook nog iets anders op – iets fundamentelers: de buurt is grondig aan het veranderen. Overal liggen stukken grond braak: de huizen zijn gesloopt. Bovenaan de klim verrijst een nieuw gebouw voor B&B-appartementen, met op de gevel het logo van Visit Rwanda, het toerisme-agentschap van de regering.
Beneden aan de voet, langs een afwateringskanaal, staan oude grijze huisjes leeg – ze worden binnenkort gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De oude bewoners zijn ‘geadviseerd’ om ergens anders te gaan wonen.
Als we een zijstraat inslaan, treffen we een ander beeld: een onverharde weg, kleine, bedompte huisjes, loslopende kippen, een man die kleine blikjes steenkool verkoopt. Maar deze plek zal binnenkort ook vernieuwd worden. Een timmerman op straat zegt desgevraagd „blij” te zijn met de op handen zijnde veranderingen. „De buurt wordt vernieuwd, maar we mogen onze levensstijl behouden.”
De stadsvernieuwing gaat van bovenaf en met harde hand – zoveel is duidelijk. Rwanda is ingedeeld in districten, de districten in sectoren, de sectoren in ‘cellen’ en de ‘cellen’ in dorpen. Door de regering krijgen deze bestuurlijke eenheden doelen aangereikt die ze iedere paar jaar moeten halen – bijvoorbeeld honderd nieuwe mensen met een zorgverzekering, of vijftig nieuwe huizen. Als die doelen niet worden bereikt, moet je verantwoording afleggen.
Zo gaat dat in het autoritair geregeerde Rwanda, waar president Paul Kagame vorig jaar met 99,18 procent van de stemmen werd herkozen. Rwanda moet van de president ook schoon en veilig zijn, en die boodschap is er goed ingehamerd bij de bevolking: vrijwel iedere Rwandees die je spreekt, begint er spontaan over. Vergelijk het hier eens met buurlanden als Oeganda, Burundi en Congo, zeggen ze – wat een smerige, onveilige plekken zijn dat.
Een eindje weg van de Muur zijn veel kinderen op straat, ook al is het een doordeweekse dag: alle scholen in Kigali zijn gesloten vanwege het WK. Links en rechts staan huizen met een rood kruis op de deur gekalkt: klaar om gesloopt te worden. Twee steile zijweggetjes illustreren hoe het werkt in Rwanda. Links een straat met klinkers – door de overheid aangelegd. Rechts een betonnen oprit naar een huis: die heeft de eigenaar moeten aanleggen van de regering – op eigen kosten.
Aan het einde van de weg ligt een nieuwbouwcomplex: flats van vier verdiepingen hoog in bruine baksteen. Hier kunnen gezinnen wonen wier huis is afgebroken. In de straat staat een auto met kenteken ‘GR’: government. De huizen zijn in trek – zelfs overheidsfunctionarissen komen hier wonen.
Terug bij de Muur zijn de bewoners van Nyamirambo vooral voorzichtig in hun antwoorden, het liefst praten ze alleen over het WK wielrennen in hun land. Een oudere vrouw die aan de voet van de klim rugzakken verkoopt, vijf schoenmakers in blauwe overalls die in een piepklein winkeltje aan het werk zijn, drie vrouwelijke dertigers die op een bank zitten in een kapsalon – allemaal geven ze dezelfde antwoorden. Ze weten dat zondag het WK over Kwa Mutwe komt. Ze houden van wielrennen. En ze gaan allemaal kijken. Een van de vrouwen in de kapsalon houdt haar telefoon omhoog waarop live-beelden van de beloftenkoers voorbijtrekken.
Veel jongeren in de wijk Nyamirambo beoefenen freestyle cycling.
In de winkel van het Nyamirambo Women’s Centre vertelt Jasper Upendu, een vrouw van begin dertig, over haar organisatie: vrouwen kunnen hier gratis cursussen volgen in lezen, schrijven, naaien en kappen. Ze geven rondleidingen aan toeristen en hebben een bibliotheek opgezet voor kinderen. Upendu wijst op een poster achter zich op de muur: „We hebben in de loop der jaren tweehonderd banen gecreëerd.” Of ze ook van wielrennen houdt? „Ben ik verzot op! Ik ben gisteren naar de tijdritten wezen kijken.”
Precies één persoon, een jonge man op een terras, geeft toe dat wielrennen hem geen fluit interesseert. Ja, hij is vandaag naar het conventiecentrum geweest, maar alleen om wat toeristen te begeleiden.
Tegenover het vrouwencentrum staan twee gebouwen naast elkaar. Het ene is oud en verweerd, met een spaanplaten dak en een donkerblauwe muurschildering. Het andere is nieuw: strak, grijs, een zware dakrand, ramen met tralies. De eigenaren van het oude pand zijn al geïnformeerd: over enige tijd gaat het tegen de grond om plaats te maken voor strakke nieuwbouw.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC