Grenzen trekken: het klinkt makkelijk, het is het niet. Dat bleek deze week weer, in de nasleep van het stenengooien, brandstichten en Hitlergroetbrengen afgelopen zaterdag in Den Haag. Ondanks advies van de NCTV om de rellen als rechts-extremistisch aan te merken, weigerde demissionair minister van Justitie en Veiligheid Foort van Oosten (VVD) dat aanvankelijk te doen. Eerder had zijn partijgenoot van Financiën, Eelco Heinen, in WNL op Zondag zelfs gezegd dat de rellen „niks met politiek te maken” hadden.
Nu zal niet elke steen met een expliciet rechts-extremistisch motief zijn gegooid, maar de initiële terughoudendheid van het kabinet om de betrokkenheid van rechts-extremisten te benoemen, terwijl iedereen de nazigroeten kon zien op zijn telefoon, was bevreemdend.
Foort van Oosten gaf tijdens het Kamerdebat donderdag toe: “Ik heb dat te voorzichtig gebracht. Ik ben daar misschien te bangig in geweest.” Dat bangige gold ook voor Heinen, die er zondag voor waarschuwde de rellen „gelijk politiek te maken”. Op de opmerking van Rob Jetten (D66) tijdens het Kamerdebat dat VVD-leider Dilan Yesilgöz ook een streep zou moeten trekken „als politici met extreme taal die extreme gevoelens in de samenleving aanwakkeren”, antwoordde zij simpelweg: „Die blinde obsessie met de heer Wilders deel ik niet.” Voorzichtigheid alom: geen grenzen trekken, geen etiketten plakken.
Het interessante is dat elders wél grenzen werden aangebracht: tussen woorden en daden, en tussen politiek en niet-politiek. Over dat eerste: Geert Wilders laat nooit na te wijzen op zijn afkeer van geweld, terwijl zijn woorden direct naar geweld verwijzen. Al jaren noemt hij regerende politici „crimineel”, verwijt hij ze „een oorlogsverklaring aan Nederland”, noemt hij de islam een „gewelddadige ideologie”, en ga zo maar door.
Toch blijft hij geloven in een Chinese muur tussen taal en geweld. Zo twitterde hij laatst nadat de gemeente Amersfoort de komst van twee azc’s afblies: „Fantastisch nieuws en het bewijs dat – geweldloos – verzet werkt!” Maar wás het verzet geweldloos? De burgemeester van Amersfoort was vanwege de komst van de azc’s telefonisch bedreigd. Een telefoontje is geen brandbom, maar dreigen met geweld is ook niet louter taal. Wilders negeert dit moedwillig. Toen Frans Timmermans donderdag zei: „Ik geef de heer Wilders niet de schuld, maar zijn retoriek draagt bij aan het risico op geweld”, antwoordde de PVV-leider simpelweg: „Mijn retoriek is de waarheid.”
Iedereen die meegaat in dit kunstmatige onderscheid tussen taal en daad is naïef of heeft last van kwaadaardige domheid, zoals Laurens Dassen (Volt) zei tijdens het debat.
Hetzelfde geldt voor de grens tussen ‘politiek’ en ‘niet-politiek’. Oud-PvdA-politicus Jacques Monasch klaagde bij WNL op Zondag over de rellen dat het „bij D66 en Partij van de Arbeid meteen politiek wordt gemaakt”. Daar haakte Eelco Heinen op in met zijn stelling dat de acties van die „hooligans” niks met politiek te maken hadden. Dilan Yesilgöz probeerde donderdag Heinens woorden wit te wassen door te beweren dat hij zich enkel uitsprak tegen het politiek inzetten van de rellen door linkse politici, die „een causaal verband proberen te leggen en hier partijen aan te wijzen”.
Maar dat is niet wat Heinen zei: hij had het over de relschoppers zelf. Zijn stelling dat die niks met politiek te maken hadden toont een wel heel bijzondere, en opnieuw naïeve, opvatting van wat politiek is. Niet al het politieke heeft een expliciet politieke vorm, zoals een stembiljet, petitie of inspraakronde dat heeft. Er zijn stemmen uitgebracht bij verkiezingen die minder politiek waren dan de stenen die zaterdag werden gegooid naar de politie. En dit keer was de politieke lading op wel heel veel manieren aanwezig. Het geweld vond plaats bij een politieke demonstratie; sommige geweldplegers maakten nazigroeten, riepen „buiten met buitenlanders” of liepen rond met NSB-vlaggen; anderen zeiden tegen de NRC-verslaggever dat ze boos waren over de woningnood, een politiek thema.
Als je in Heinens opvatting van politiek gelooft dan is bijna niets politiek, zelfs niet de moord op Charlie Kirk. De moordenaar, Tyler Robinson, heeft immers nog geen verklaring gegeven, en de teksten op zijn kogels zijn voor velerlei uitleg vatbaar. Ze „verwijzen eerder naar de ‘nerdcultuur’ dan dat ze wijzen op een politiek standpunt”, aldus een stuk in NRC over de online wereld waarin Robinson zich bewoog. „De jongeren in zo’n groep kunnen links zijn, rechts, apolitiek of ze kunnen een verwarrende mix van ideologieën hebben.” Maar wat zit er achter hun ironische posts en grove grappen? Is dat niet toch weer politiek? Misschien weten die jongeren het zelf niet eens. Het toont hoe moeilijk het soms is om te bepalen waar politiek begint en eindigt.
In plaats van zich te verschuilen achter kunstmatige grenzen tussen taal en daad, en politiek en niet-politiek, zouden politici grenzen moeten trekken waar ze ertoe doen. Dat betekent: het benoemen van extremisme, het afkeuren van opruiende taal, en het uitsluiten van politici die de democratische rechtsstaat ondermijnen.
Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC