Home

Marjolein Faber heeft het goed gedaan, al zegt ze het zelf: ‘Ik was soms twee uur bezig om mijn zin te krijgen’

In haar memoires blikt de voormalig PVV-minister van Asiel terug op elf maanden ministerschap. Zijzelf is in haar verhaal de onbetwiste heldin.

is chef van de politieke redactie.

Marjolein Faber heeft een veelbewogen jaar achter de rug. Het ministerschap gaat een mens niet in de koude kleren zitten. Maar gelukkig is Marjolein Faber niet voor een kleintje vervaard, schrijft Marjolein Faber in haar vrijdag verschenen boek Mij krijgen ze niet klein. Onder alle omstandigheden bleef ze fier overeind.

Doordieselen, dat woord past haar wel

Over die keer toen zij op het ministerie nog maar één perswoordvoerder over had, omdat alle anderen om onduidelijke redenen waren vertrokken: ‘In die tijd moest ik mijn twee asielwetten door het kabinet loodsen en naar de Raad van State sturen. Maar ik liet mij niet kennen. Het was een kwestie van doordieselen. Een werkwoord dat heel goed bij mij past.’

Over die keren dat ze naar het buitenland ging: ‘Ik timmerde internationaal behoorlijk aan de weg.’

Over de dagen dat ze druk was op het departement: ‘Het was op mijn kamer een komen en gaan van bestuurders, ambtenaren, buitenlandse gasten. Gelukkig kan ik snel schakelen. Het ging mij prima af.’

En over de zoveelste keer dat ze door een geharnaste oppositie naar de Kamer werd geroepen: ‘Er kwamen apen uit verschillende mouwen, maar ik hield stand.’

Vele oorlogjes

Nederland heeft geen rijke traditie van politici die zich wagen aan hun memoires. Biografen moeten het vaak hebben van dagboekaantekeningen die pas worden vrijgegeven als de hoofdpersoon niet meer in leven is. Alleen al daarom is het interessant dat Faber – minister van Asiel en Migratie tussen juli 2024 en juni 2025 – vier maanden na haar vertrek haar gedachten al op een rijtje heeft.

Het nadeel van die korte bedenktijd is dat die gedachten nog wel erg rondtollen binnen de vele oorlogjes die ze in haar beleving dagelijks moest uitvechten.

Met de oppositie: ‘Henri Bontenbal kwam weer met zijn belerende vingertje.’ Met de media: ‘Als ze bleven zuigen op een bepaald onderwerp, kon mij dat wel eens irriteren.’ Met de coalitiepartners van Nieuw Sociaal Contract: ‘De rode draad van dwarsliggerij is in mijn ogen steeds NSC geweest.’

En niet in de laatste plaats met haar eigen ambtenaren, die ‘heel langzaam’ werkten, steeds beren op de weg zagen en voortdurend ‘een andere kijk op de zaken’ bleken te hebben.

Ze zou het zo weer doen

Ronduit onthullend over haar taakopvatting is Fabers beschrijving van het interne communicatieberaad op het departement. ‘Regelmatig had ik gesteggel over mijn tweets en andere berichten op sociale media. De voorgestelde tweets die ambtenaren hadden verzonnen vond ik vaak te soft. Het moest steviger. Dat leidde vaak tot ellenlange discussies (...) Ik was soms twee uur bezig om mijn zin te krijgen.’

Spijt heeft Faber nergens van. Nog nooit gehad, schrijft ze. ‘Zou ik het weer doen? Ja! Waarom? Niet voor mijzelf, het was de hel. Maar voor de generaties na mij.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next