De laatste bladzijde Boudien de Vries , een van de eerste vrouwen in de geschiedwetenschap, was tegen haar studenten streng en direct.
Boudien de Vries in 2020
Als achttienjarige maakte Boudien de Vries zelfverzekerd en nieuwsgierig haar entree in de academische wereld. Het was 1969, haar vriendin Els Muijlaert ziet haar nog zó binnenstappen bij het geschiedenisinstituut in het centrum van Utrecht, door het poortje van de achteringang, in haar minirok („die droegen we toen allemaal”) en met een open en tikkeltje uitdagende blik. „Ze had lef. En ze had er vooral zin in. Alsof ze met zichzelf had afgesproken ‘ik máák er wat van’.”
Vanzelfsprekend was het bepaald niet dat Boukje, zoals ze vroeger genoemd werd, zou gaan studeren. Ze groeide op in Eindhoven, haar ouders waren immigranten van arme komaf uit Friesland. Zoals ze het zelf ooit verwoordde in een mail aan een bevriende collega: „Als iemand uit een milieu waar geen enkel boek in huis was, en studeren absoluut niet normaal was, heb ik het nog ver gebracht.” Ze werd een gewaardeerd historisch onderzoeker en een geliefde en enigszins gevreesde universitair docent.
Toen ze negen was, overleed haar vader. Haar moeder bleef achter met vier jonge kinderen, zonder enige opleiding en met veel te weinig geld. En in Brabant had ze zich als Friezin sowieso nooit thuisgevoeld. Sinds de dood van haar man had ze veel last van migraine en leed ze aan depressies. Toch was het aan haar te danken dat Boudien en haar oudere zus Petra, allebei slim en leergierig, naar de universiteit konden. Niet alleen vond ze het belangrijk dat haar dochters zich wél zouden ontwikkelen, ze wilde ook dat ze zelfstandig en onafhankelijk werden, zodat haar eigen lot hun bespaard zou blijven. Toen ze ontdekte dat er bij Philips, de werkgever van haar man, een studiefonds bestond, maakte dat voor hen de weg vrij naar de universiteit.
Petra de Vries bestrijdt overigens dat er in hun jeugd helemaal geen boeken in huis waren. ,En onze moeder leende voor ons boeken uit de bibliotheek.” Niettemin noemt ze het ‘een wonder’ dat zijzelf en Boudien een academische opleiding konden volgen. „Van de zestig neven en nichten van moederskant waren er maar een paar die überhaupt middelbare school hadden, en dat waren jongens. Wij dachten dat de universteit iets was voor mensen waar thuis een piano stond.”
Omstreeks 1990
Na haar afstuderen in 1975 ging Boudien de Vries aan de Universiteit Leiden werken, als docent bij de afdeling economische en sociale geschiedenis. Ze was destijds een van de weinige vrouwen in de door mannen gedomineerde geschiedwetenschap. Het zou nog decennia duren voordat vrouwelijke historici aan de universiteit – door sommige mannelijke collega’s ‘de meisjes’ genoemd – een min of meer gelijkwaardige positie kregen.
Al die tijd, ook nadat ze in 2000 was overgestapt naar de Universiteit van Amsterdam (UvA), is ze een rolmodel geweest voor vrouwelijke studenten en jonge vrouwelijke collega’s. Maartje van Gelder, nu hoogleraar vroegmoderne stadsgeschiedenis aan de UvA, was zo’n jonge collega. „Boudien was klein van stuk, maar ze nam ruimte in. Ze liet zich niet wegzetten. Zonder iemand te schofferen, wist ze meestal gedaan te krijgen wat zij vond dat er moest gebeuren.” Daarbij, zegt Van Gelder, stelde ze altijd ‘het collectief’ voorop. „Ze stak heel veel tijd in bestuursactiviteiten en allerlei noodzakelijk maar niet per se dankbaar regelwerk. Tegenwoordig zouden we het ‘hidden labour’ noemen.”
In haar onderzoek specialiseerde De Vries zich in negentiende-eeuwse stadsgeschiedenis. Daarin kon ze, vertelt Thomas Smits, oud-student en nu ook als historicus verbonden aan de UvA, het best haar brede belangstelling kwijt voor de economische, sociale en cultuurhistorische facetten van het leven in de negentiende eeuw. Die wijde blik, en de creatieve manier waarop ze kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden combineerde, maakten haar tot een geroemde wetenschapper. Voor Een stad vol lezers (2011), haar magnum opus, over de leescultuur in negentiende-eeuws Haarlem, ontving ze de Professor Van Winterprijs voor het beste boek op het gebied van lokale en regionale geschiedenis.
Studenten begeleidde ze op geheel eigen wijze. Ze was streng en direct, maar uiterst betrokken. Thomas Smits: „Ze nam je serieus. Ook al was je nog maar student, ze zag je als volwaardig onderdeel van de wetenschap.”
Hij herinnert zich scherp hoe het toeging als ze samen in haar kamer op het PC Hoofthuis een werkstuk of een hoofdstuk uit zijn scriptie bespraken. „Uit grote stapels papieren haalde ze mijn tekst tevoorschijn, terwijl ik uit mijn ooghoeken keek hoeveel rode strepen er deze keer in stonden. Het was altijd erger dan ik dacht. Vaak ging het om spelfouten, ik sputterde eens dat ik een beetje dyslectisch was. ‘Nee Thomas’, reageerde ze, ‘je bent gewoon lui.’ En ze had gelijk. Van haar heb ik niet alleen geleerd hoe belangrijk het is om helder te denken en te schrijven, maar ook dat wetenschap bedrijven hard werken is. Ik gun iedereen een Boudien in zijn of haar leven.”
Ook Maartje van Gelder memoreert De Vries’ directheid. „Ze zei een keer: ‘Je gaat toch géén tweede kind nemen, hè?’ Ik was op dat moment een paar maanden zwanger. Maar toen ik haar dat vertelde, omhelsde ze me hartelijk, en niet lang daarna zat ze vrolijk een truitje te breien.”
Zelf besloot De Vries al jong dat ze geen kinderen wilde. Het was, vertelt haar vriendin Els Muijlaert, „totaal geen kwestie in haar leven”. Zus Petra: „Haar eerste echtgenoot, Ernst Pluijmackers, die ze al vroeg verloor, en haar tweede man, Eddy Grootes, hadden allebei al kinderen. Dat maakte het wel gemakkelijker.” Met Grootes, timmermanszoon en van 1976 tot 1997 hoogleraar historische Nederlandse letterkunde aan de UvA, had ze haar eenvoudige afkomst gemeen én haar liefde voor literatuur. Hij overleed in 2020 op 83-jarige leeftijd.
De chique mantelpakjes, die mogen niet ongenoemd blijven. Zeker aan de UvA viel De Vries op door haar mooie en verzorgde kleding, zegt Maartje van Gelder. „Ook in dat opzicht was ze een verademing, tussen de vale tweedjasjes met elleboogstukken.”
In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC