Home

Zie een betrokken vader niet als ‘cadeau’ aan de moeder

Ouderschap Ja, vaders zijn meer betrokken bij hun kinderen, maar dat wordt nog steeds vaak gezien als een gunst aan de moeder, merkt schrijver Floor Bakhuys Roozeboom. Terwijl die betrokkenheid vaders ook zoveel oplevert.

Zie je, ik was een beetje vastgelopen. Niets ernstigs hoor. Gewoon de verantwoordelijkheden van een jong gezin, de hectiek van het werk als schrijvend freelancer, in combinatie met de naderende deadline van een boek. Een boek waarvoor ik al een contract had, maar dat ik maar niet geschreven kreeg. De rust en focus die ik nodig had om te kunnen schrijven, leek te zijn opgelost in een zee van voetbalsokken, balletpakjes, uitnodigingen voor partijtjes, schoolmails, playdates en deadlines voor columns en artikelen die altijd net te vroeg leken te komen.

Uiteindelijk concludeerden mijn vriend en ik dat het boek alleen af zou komen als ik af en toe ergens in een huisje zou gaan zitten. Als ik mensen in mijn omgeving hierover vertelde, lokte dat – vooral bij de vrouwen – zowel verbaasde als verrukte reacties uit. Dat ik de deur achter me kon dichttrekken en dat thuis alles gewoon door bleef draaien, werd niet alleen gezien als bewijs van de uitzonderlijke vaderlijke betrokkenheid van mijn vriend (‘lot uit de loterij!’), maar ook als een groot geschenk aan mij dat ik in diepe dankbaarheid diende aan te nemen. Alsof hij verantwoordelijkheden overnam die feitelijk bij mij lagen. Weg kunnen, ontbreken, niet aanwezig zijn, dat is blijkbaar een privilege dat vrouwen met gezinnen nog niet zonder meer toekomt.

Boek

Dit artikel is een voorpublicatie uit Daar ben jij nu eenmaal beter in, dat deze week is verschenen.

Er zijn artikelen, essays, ja hele boeken volgeschreven over de vraag of het moederschap wel te combineren valt met een scheppend leven. Maar deze vraag gaat niet alleen over kunstenaars. Iedere vrouw die zowel een kinderwens heeft als een carrière die veel vraagt (door de tijdsinvestering, de mentale of fysieke belasting of het dragen van verantwoordelijkheid), wordt vroeg of laat geconfronteerd met de vraag of dit zich laat combineren.

Toen Jacinda Ardern premier was van Nieuw-Zeeland en een baby kreeg, ging het niet alleen over de vraag of dat wel samenging. Het ging ook voortdurend over haar man, die toch maar bereid bleek om de boel thuis op te vangen en zich op wel heel onzelfzuchtige wijze opofferde voor de carrière van zijn vrouw. Over de vele familiemannen op het politieke wereldtoneel worden dit soort gesprekken zelden gevoerd. Het laat zien hoe bijzonder het nog altijd wordt gevonden dat een man bereid is om ‘offers’ te brengen om zijn vrouw professioneel te laten floreren, maar ook hoe afhankelijk ambitieuze vrouwen nog altijd zijn van deze bereidheid.

Vorig jaar las ik in NRC een gesprek tussen programmamaker Johan Fretz en cabaretier Freek de Jonge. Fretz, vader van jonge kinderen, legt De Jonge voor hoe hij sinds hij vader is anders is gaan kijken naar de helden uit zijn jeugd, waaronder artiesten en cabaretiers. Ooit bewonderde hij vooral hun toewijding, de romantiek van het idee dat zij volledig leefden voor de kunst. Nu realiseert hij zich dat dit ook betekent dat ze nooit thuis waren. En dat er thuis iemand was die dat allemaal mogelijk maakte. De Jonge erkent dat zijn vrouw Hella toen de kinderen klein waren vooral moeder is geweest, maar hij zegt ook eerlijk niet te weten hoe het toen anders had gemoeten: „Je kunt niet alles tegelijk.”

Het gesprek tussen Fretz en De Jonge raakte me, omdat het feilloos het verschil tussen twee generaties vangt. Voor de oudere generatie vaders was de ongelijkheid in ruimte en bewegingsvrijheid vanzelfsprekend. De jongere generatie vaders is zich hier veel meer van bewust en wil het misschien wel anders, maar loopt nog steeds aan tegen de erfenis van oude rolpatronen. Hierin worden mannen vooral beoordeeld op wat ze buitenshuis presteren (en verdienen) en worden vrouwen gezien als hoofdverantwoordelijke voor het gezin. Door die erfenis voelen mannen nog altijd de druk om (veel) te werken en is het voor vrouwen met een gezin nog altijd minder vanzelfsprekend om ruimte voor professionele zelfontplooiing te claimen.

Extra oppas of opvang

Het punt is: ook vrouwen met ambities kunnen niet alles tegelijk. In een artikel met de kop If You Can’t Find a Spouse Who Supports Your Career, Stay Single beschrijft Avivah Wittenberg-Cox, ceo van een internationaal adviesbureau gespecialiseerd in gendergelijkheid, hoe ze tijdens een diner met acht succesvolle vrouwen (35 tot 74 jaar) steeds een variatie op hetzelfde verhaal hoorde: vrouw probeerde florerende carrière te combineren met gezinsleven, maar voelde zich uiteindelijk toch genoodzaakt een flexibelere en minder veeleisende baan te kiezen. Omdat een gezin met opgroeiende kinderen nu eenmaal meer vraagt dan met de ‘dan maar meer kinderopvang’-oplossing kan worden ondervangen.

Na jaren onderzoek en ervaring heeft Wittenberg-Cox geconcludeerd dat er voor vrouwen met serieuze ambities in feite maar twee opties zijn: a supportive partner of no partner at all. Terwijl van ambitieuze vrouwen verwacht wordt dat zij op werkgebied compromissen sluiten zodra er kinderen komen, vormen kinderen voor mannen doorgaans geen noemenswaardige belemmering in hun loopbaan. Veel mannen steunen hun vrouw om ‘alles te doen wat ze wil’, extra hulp in de vorm van oppas of opvang is meestal geen probleem, stelt zij. Maar dat mannen hun werkritme of uren aanpassen, wordt vaak niet als een optie gezien.

Volgens Wittenberg-Cox kan dit verklaard worden door het feit dat we midden in een half-afgemaakte transitie zitten van de opkomst van vrouwen op de arbeidsmarkt en in het professionele leven: „In de 20ste eeuw zagen we de opkomst van vrouwen. In de 21ste eeuw zullen we de aanpassingen van mannen zien (of niet) aan de gevolgen van die opkomst.” Tot nu toe is veel aandacht uitgegaan naar hoe vrouwen zich moeten aanpassen aan organisaties en verwachtingen die ooit volledig op mannen waren toegesneden. Maar dat deze verschuiving ook iets van mannen vraagt, is onderbelicht gebleven.

Ook in Nederland blijven moeders in het emancipatiedebat hardnekkig centraal staan. Gratis kinderopvang wordt vaak aangedragen als een manier om vrouwen meer te laten werken, in plaats van als een voorziening die alle werkende ouders ten goede komt. Om mij heen zie ik dat werkende moeders de hoge kosten van de kinderopvang vaak alleen afzetten tegen hun eigen salaris om na te gaan of het ‘de moeite waard is’. Toen een bevriend stel besloot een vaste oppas te nemen, viel het me op dat ze dit beiden presenteerden als een manier om haar meer ademruimte te geven. Het is kenmerkend voor de manier waarop moderne gelijkheidsidealen botsen met oude, ingesleten patronen en overtuigingen. Mannen krijgen vaak mee dat hun werk niet onder hun privéleven mag lijden, vrouwen dat hun gezin niet mag lijden onder hun werk.

Zelfs als je je van deze patronen bewust bent, is het niet gemakkelijk eraan te ontsnappen. Christien Brinkgreve beschrijft in haar bestseller Beladen Huis hoe zij als hoogleraar sociale wetenschappen en vrouwenstudies als een boegbeeld van de vrouwenemancipatie werd gezien, maar zich in haar eigen huwelijk schikte om de boel bij elkaar te houden. In haar boek concludeert ze dat er tegelijkertijd veel en weinig is veranderd in de gezinsdynamiek tussen mannen en vrouwen. Jonge vaders zijn betrokkener en meer bereid dan ooit om in elk geval te proberen de zorgtaken gelijkwaardiger te verdelen. Jonge moeders zijn misschien wel strijdbaarder dan ooit om die gelijkwaardigere verdeling ook op te eisen. De generatie van Brinkgreve accepteerde de dubbele belasting als de prijs die vrouwen nu eenmaal voor hun professionele bevrijding betalen. Nu is een generatie vrouwen aan zet die is opgegroeid met idealen van gelijkwaardig ouderschap.

Maar die idealen verwezenlijken blijkt vaak moeilijker dan gedacht, omdat zowel mannen als vrouwen te maken hebben met tegenstrijdige verwachtingen. Vrouwen krijgen mee dat ze moederschap en werk vooral moeten combineren, maar moeten zich ook nog steeds verhouden tot een sterke moederschapscultuur die hen als ‘hoofd gezin’ blijft neerzetten. Mannen worden aangemoedigd om betrokken vaders te zijn, maar worden in die rol nog onvoldoende ondersteund en serieus genomen. Dat heeft gevolgen. De praktijk is traditioneler dan hoe ouders van minderjarige kinderen zeggen dat ze het graag zouden willen: 9 procent verdeelt werk en zorg gelijk, terwijl 50 procent zégt dat te willen, zo blijkt uit cijfers van het CBS over 2024.

Hoewel van oudsher voornamelijk vrouwen zich hierover in het publieke debat laten horen, voegen zich steeds meer mannen bij het koor. Vaders die zich ook niet thuis voelen bij het beperkte beeld dat van mannelijkheid en de vaderrol wordt geschetst. Zoals Tim Gouw, die het boek De thuisblijfvader schreef over zijn keuze om fulltime voor zijn kinderen te zorgen. Volgens hem wordt zijn keuze om ‘thuisblijfvader’ te zijn en zich actief uit te spreken over emancipatie vaak uitzonderlijk gevonden, omdat de overtuiging nog altijd springlevend is dat mannen geen belang hebben bij meer gendergelijkheid.

Opoffering

Ik merkte dat zelf ook. Zodra ik mensen vertelde over het nieuwe evenwicht dat bij ons thuis was ontstaan, gingen de reacties vaak over hoe prettig dit voor mij moest zijn. Mensen hadden duidelijk het idee dat mijn vriend zich opofferde en ik hiervan profiteerde. Dat het hem ook iets opleverde, was minder evident. Gelijkwaardig ouderschap wordt nog vaak als een soort ‘gunst’ aan vrouwen geframed. Zo blijft ook het beeld in stand dat de strijd tegen ongelijkheid altijd een winnaar en een verliezer kent, terwijl uiteindelijk iedereen van meer gelijkwaardigheid profiteert. Dat beeld gaat namelijk voorbij aan de voldoening die vaders ervaren wanneer zij meer tijd met hun kinderen doorbrengen, en de waarde van betrokken vaders in het leven van hun kinderen. Uit onderzoek blijkt ook dat stellen met een gelijkwaardige taakverdeling vaker tevreden zijn over hun relatie (en seksleven).

In het rapport The State of Dutch Fathers uit 2019 concludeerde kenniscentrum Rutgers dat vaders wel meer tijd met hun kinderen willen doorbrengen, maar dat zij nog onvoldoende gebruikmaken van de beschikbare voorzieningen. Hoewel de verlofmogelijkheden voor vaders sindsdien zijn uitgebreid, bleek in 2022 uit een evaluatie dat een kwart het aanvullende geboorteverlof niet opneemt. Hierbij spelen financiële belemmeringen een rol, die weer samenhangen met de druk op mannen om kostwinner te zijn. Volgens Rutgers is „een culturele omslag nodig op alle niveaus van de samenleving om vaders meer te betrekken bij de zorg en opvoeding van hun kinderen en het gezinsleven”.

Bovendien biedt een actieve en betrokken vaderrol mannen nog iets anders: een vorm van zingeving en bestaansrecht die nu eens niets met competitie, prestatie of economische productiviteit te maken heeft. De afgelopen jaren lezen we de ene na de andere analyse over de crisis of masculinity waarin mannen zouden verkeren nu hun rol in de samenleving verandert en het oude manbeeld van de primaire kostwinner vaker botst met de veranderende werkelijkheid. Veel zelfverklaard voorvechters van mannenrechten betogen dat mannen weer het gevoel moeten krijgen dat ze onmisbaar zijn. En dat we dat het beste kunnen bereiken door terug te keren naar het klassieke rolpatroon. Maar juist als we dat klassieke rolpatroon nog verder doorbreken, kunnen mannen floreren in een rol waarin ze allang onmisbaar zijn: die van betrokken vader en gelijkwaardige partner voor de persoon die ze liefhebben.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next