Home

Pleegzorg en jeugdbescherming beloven beterschap na kritisch inspectierapport. ‘We moeten meer met kinderen spreken’

De pleegzorg en de jeugdbescherming moeten kwetsbare kinderen beter beschermen, oordeelt de Inspectie na ‘Vlaardingen’. Namens de sectoren reageren de bestuurders Nicolien van den Berg en Arno Lelieveld op de kritiek.

‘We moeten van de Inspectie beter toezicht houden op de veiligheid van de kinderen in de pleegzorg en de jeugdbescherming, en beter naar de kinderen luisteren. En dat gaan we ook doen.’

Nicolien van den Berg is bestuurder van pleegzorgorganisatie De Rading, Arno Lelieveld is bestuurder van Jeugdbescherming Gelderland. Namens brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland reageren zij donderdagochtend op de net verschenen onderzoeken van de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) naar de pleegzorg en de jeugdbescherming. De kritiek is niet mals. Jeugdbeschermers en pleegzorgmedewerkers spreken te weinig met de kinderen voor wie ze verantwoordelijk zijn. Te veel kinderen die onder toezicht staan, hebben geen vaste jeugdbeschermer.

‘De kloof tussen de richtlijnen en de praktijk moet worden gedicht, we gaan meer met de pleegkinderen praten, één op één, dus zonder aanwezigheid van hun pleegouders’, zegt Van den Berg. ‘En pleegzorgmedewerkers moeten meer ondersteund worden door gedragswetenschappers en andere collega’s, zodat zij er niet alleen voor staan in hun toezicht op de veiligheid in pleeggezinnen.’

Signalen gemist

Aanleiding voor de onderzoeken was de zaak van het Vlaardingse pleegmeisje. Zij belandde in mei 2024 zwaargewond in het ziekenhuis, haar pleegouders worden verdacht van zware mishandeling. De betrokken pleegzorgmedewerker en jeugdbeschermer bleken niet met het meisje gesproken te hebben, ze werkten niet samen en ze misten vele signalen dat het kind niet veilig was in het pleeggezin.

Voor de pleegzorg was het voor het eerst sinds jaren dat de inspectie de hele sector onder de loep nam. ‘Eerder kwamen er vooral positieve verhalen in de media, over mooie ervaringen van pleegkinderen en pleegouders, en meestal gaat het ook goed’, beklemtoont Van den Berg, die zelf ook pleegouder is. ‘Het verhaal over het Vlaardingse pleegmeisje is zo schokkend dat ik eerst niet kon geloven dat dit kon gebeuren.’

De pleegzorgbestuurder vertelt dat de sector al bezig was zich te verbeteren. Zo is er nu meer aandacht voor het contact van de biologische ouders met het pleegkind. Door de schok van ‘Vlaardingen’ en het inspectierapport begrijpt de pleegzorg volgens haar dat er nog een tandje bij moet. Het is ingewikkeld, legt Van den Berg uit, omdat pleegzorgorganisaties maar voor een paar uur per maand begeleiding per pleeggezin worden betaald, waarin veel moet gebeuren. Daarbij piept en kraakt het in de pleegzorg. ‘Er zijn te weinig pleeggezinnen en de pleegkinderen hebben gemiddeld steeds zwaardere problemen. Dat vergt meer begeleiding.’

Meer complexe scheidingen

Voor de jeugdbescherming was het zeker niet het eerste kritische rapport. Al zo’n zes jaar worden keer op keer de tekortkomingen benoemd van een sector die als opdracht heeft gezinnen te helpen waar de kinderen mogelijk niet veilig zijn. Het komt erop neer dat de overheid de meest kwetsbare kinderen al jaren niet goed beschermt. Hoe kan het dat een sector met zo’n precaire taak blijkbaar niet in staat is zichzelf voldoende te verbeteren?

Dat veel gezinnen in de jeugdbescherming zich niet gehoord voelen, komt ook door het toegenomen aandeel van vechtscheidingsdossiers, denkt Lelieveld – hij spreekt overigens van complexe scheidingen. ‘Er spelen dan intense emoties waaronder de kinderen lijden, en de partners beschuldigen elkaar vaak over en weer. Beide ouders verwachten van de jeugdbeschermer dat die de situatie onderzoekt vanuit hun gezichtspunt, maar dat is glad ijs.’

Eerder is geopperd dat de jeugdbescherming veel vechtscheidingszaken beter kan overlaten aan instanties die zich met bijvoorbeeld mediation bezighouden. Lelieveld: ‘Maar wij kunnen ons niet afzijdig houden als de veiligheid van kinderen in het geding is.’

Te weinig jeugdbeschermers

De jeugbeschermingsbestuurder erkent dat het anders en beter moet. ‘We zijn al jaren gewend om te roeien met de riemen die we hebben. Als het niet kan zoals het moet, dan doen we het zoals het wel kan. Maar de inspectie zegt nu duidelijk dat dat niet goed genoeg is.’

Dat betekent, zegt Lelieveld, dat de jeugdbescherming soms eerlijker moet zijn. Bijvoorbeeld tegen de kinderrechter, als de jeugdbescherming niet in staat is om een vaste jeugdbeschermer te bieden bij een ondertoezichtstelling.

Want dat is een van de grote knelpunten. Er zijn, ondanks alle wervingscampagnes, niet genoeg jeugdbeschermers om elk gezin in de jeugdbescherming een vaste jeugdbeschermer te bieden. Daarom hebben de jeugdbeschermingsorganisaties een noodwerkwijze ontwikkeld waarbij ze die gezinnen zonder jeugdbeschermer helpen in teamverband. In de praktijk betekent het dat telkens andere hulpverleners beslissingen nemen over het gezin. Dit werkt niet goed, concludeert de inspectie nu. Ouders en kinderen voelen zich niet gehoord. In een door de Inspectie aangeleverd voorbeeld is een van die hulpverleners een zzp’er die het dossier niet heeft gelezen.

Minder gezinnen helpen

Wat zou kunnen, suggereert Lelieveld, is dat de jeugdbescherming sommige gezinnen, waar de problemen net wat minder ernstig zijn, niet meer helpt. ‘De lat moet omhoog in de hele jeugdzorg, een op de zeven kinderen krijgt een vorm van jeugdzorg, dat is niet vol te houden. We moeten de schaarse middelen inzetten voor de kinderen die het het hardst nodig hebben.’

Maar hierin schuilt volgens hem ook een risico. Het kan gebeuren dat bij zo’n gezin de aanvankelijk bescheiden problemen escaleren. ‘Niemand wil de schuld krijgen als het mis gaat. Wij zijn ingesteld op het vermijden van risico’s.’

Dat de pleegzorg en de jeugdbescherming beter gaan samenwerken, is wel al in gang gezet, vertellen de bestuurders. Ruim de helft van de 20 duizend pleegkinderen in Nederland is door de rechter uit huis geplaatst en heeft dus ook een jeugdbeschermer die toezicht moet houden op zijn veiligheid. Maar, waarschuwen de bestuurders, ‘die extra gesprekken tussen pleegzorgmedewerkers en jeugdbeschermers om op één lijn te komen, kosten meer tijd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next