Home

Campagne van Nederlandse politie leidt na decennia nog tot identificatie van dode vrouwen

Dankzij een internationaal opsporingsprogramma, opgezet door de Nederlandse politie, kan de identiteit van onbekende, vaak vermoorde vrouwen soms na decennia nog worden vastgesteld. Donderdag lukte dat opnieuw.

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Twintig jaar geleden werd in de regio Barcelona een vrouw dood aangetroffen, maar nooit werd duidelijk wie zij was. Tot donderdag. Een Nederlandse opsporings-campagne leidde tot de identificatie van de destijds 31-jarige Liudmila Zavada uit Rusland.

Zavada is de derde vrouw die via de zogenoemde Identify Me-campagne werd geïndentificeerd. Haar lichaam werd in juli 2005 langs een weg in Viladecans aangetroffen, een plaats in de regio Barcelona. Haar dood werd door de politie als verdacht aangemerkt. Ze werd door de opsporingsautoriteiten ‘the woman in pink’ genoemd, om dat ze ten tijde van haar dood een roze topje en een roze broek droeg. Twee decennia lang bleef haar echte naam onbekend.

Delen van data

De zaak werd vorig jaar aan de Identify Me-lijst op de website van Interpol toegevoegd. Interpol vroeg vervolgens landen wereldwijd om de zaken op de lijst te vergelijken met de nationale politiedatabases. De identiteit van Zavada kon worden vastgesteld via haar vinger-afdrukken. Die bleken in een database van de Turkse politie te staan. Daarna werd dna-onderzoek gedaan bij een familielid in Rusland om haar identiteit definitief te bevestigen.

Via het politieproject werden eerder al Rita Roberts (31) uit Wales en Ainoha Izaga Ibieta Lima (33) uit Paraguay geïndentificeerd. Het lichaam van Roberts werd in 1992 in België gevonden, dat van Lima in 2018 in Spanje.

Dat de vrouwen zo lang na hun dood alsnog konden worden geïdentificeerd, is het resultaat van internationaal opsporingswerk. Nederland nam daarin het voortouw: de Identify Me-campagne werd in het leven geroepen door het Landelijk Team Opsporings-communicatie van de politie, dat ook het AvroTros-programma Opsporing Verzocht mede produceert.

Slachtoffers vaak onbekend

Om een potentiële moord op te lossen is het belangrijk om te weten met wie iemand contact heeft gehad, hoe zijn of haar leven eruit zag of waar die persoon is geweest. Daarvoor is een naam vaak noodzakelijk, legt projectleider Martin de Wit uit. ‘Zolang je niet weet wie het slachtoffer is, zit je onderzoek bij voorbaat al in een heel lastige hoek’.

In dat soort zaken wordt volgens hem doorgaans alles geprobeerd om de identiteit van het slachtoffer te achterhalen, via bijvoorbeeld vingerafdrukken, DNA en oproepen in de media. Maar als een dode niet afkomstig is uit het land waar iemand gevonden wordt, loopt het onderzoek soms vast.

‘Als niemand de overledene lijkt te missen, wordt het heel lastig’, zegt De Wit. In sommige gevallen kan niet worden voorkomen dat een dode anoniem wordt begraven, zoals gebeurde met de 31-jarige Zavada.

Femicide

Toen De Wit het project opzette, viel hem op dat Nederland relatief veel onbekende vrouwen kent die door een misdrijf zijn omgebracht. In vergelijkbare zaken die uiteindelijk alsnog zijn opgehelderd, komt soms als motief femicide naar voren. Dat bleek anders dan bij overleden mannen, waarbij een ‘waaier’ aan doodsoorzaken is te zien.

Dat een speciale campagne voor vrouwelijke slachtoffers nodig was, realiseerde De Wit zich na een zaak die speelde in Limburg. Het slachtoffer in die zaak kon een half jaar lang niet geïdentificeerd worden. ‘Uiteindelijk is haar partner veroordeeld voor haar dood. Vermoedelijk heeft hij haar bewust over de grens achtergelaten.’

Om het ‘zoekgebied’ voor zulk cold cases te vergroten, ging het Landelijk Team Opsporingscommunicatie samenwerken met de autoriteiten in Duitsland en België. Later kwamen daar Frankrijk, Italië en Spanje bij. Ook die landen werden gevraagd anonieme doden in kaart te brengen.

Internationale signaleringen

Cruciaal in het project is de rol van de internationale opsporings-organisatie Interpol. Die werkt met zogenoemde black notices, oftewel internationale signaleringen. In zulke opsporingsberichten staat, naast foto’s en vingerafdrukken, bijvoorbeeld ook informatie over de uiterlijke kenmerken van de doden en informatie over waar zij het laatst zijn gezien.

Voor Indentify Me werd gelanceerd, was die informatie alleen toegankelijk voor opsporings-organisaties, niet voor het publiek. Speciaal voor de campagne zijn openbare versies gemaakt van de signaliseringen.

Het lichaam dat van Rita Roberts bleek te zijn, werd gevonden in een rooster in Groot Schijn, een rivier bij Antwerpen. Ze was neergestoken. Toen de campagne werd gelanceerd, werd de vrouw uit Wales geïdentificeerd. Familieleden herkenden haar aan een opvallend gekleurde tatoeage van een bloem. ‘Haar familie wist dat zij naar Nederland was gegaan. Maar ineens hielden de kaartjes op’, zegt De Wit. Vanaf dat moment tastten zij in het duister.

Identificatie heeft impact

De Wit had na de identificatie contact met haar nabestaanden en noemt die ontmoeting ‘indrukwekkend’. ‘Jarenlang leefde de familie in onzekerheid. Misschien was ze wel naar het buitenland vertrokken om een nieuw leven op te bouwen, of verongelukt. Ze hebben ook gedacht aan de Bijlmerramp. Zou ze daar misschien bij zijn omgekomen?’ Dat Roberts bleek te zijn omgebracht had ‘heel veel impact’, maar de familie kon haar dood door de match beter plaatsen en verwerken, aldus De Wit.

Nog altijd staan er 44 zaken open, veelal gaat het om jonge vrouwen. De meesten zijn volgens Interpol met geweld om het leven gebracht. De Wit: ‘Dat er een nu weer match is laat zien dat ook een tientallen jaren oude vermissing kan worden opgelost’.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next