Om de mogelijkheid van werken bij Defensie onder hun aandacht te brengen, verstuurde het ministerie deze week een vragenlijst naar 17-jarigen. Het is de eerste stap richting een ‘gradueel meer verplichtend karakter’. Hoe denken die jongeren over werken bij Defensie en dienstplicht?
‘Ik zou nooit van mijn leven bij Defensie gaan’, zegt Luna (17) spottend. ‘Zoveel houd ik nou ook weer niet van dit land.’ Onder het groepje in de zon pauzerende studenten van het Amsterdamse Hout- en Meubileringscollege overheerst aversie tegen de krijgsmacht, blijkt uit de geluiden die opstijgen. Over een enquête hebben de meesten echter niks gehoord, terwijl er toch vier 17-jarigen bij zijn bij wie gisteren een brief op de mat moet zijn geland. ‘Waarschijnlijk naar mijn oude adres gestuurd’, zegt Luna.
Sinds dinsdag ontvingen 17-jarigen en nieuwkomers onder de 35 jaar per post een QR-code naar een online enquête van Defensie, met vragen over hun interesse om daar te komen werken. Na afloop verschijnt een scherm met allerlei doorklikmogelijkheden, onder meer naar vacatures en informatie over werk-leertrajecten. Het plan is om later alle jongeren tot 27 jaar die brief te sturen.
Het doel van de brief is om te polsen wie geïnteresseerd is in een baan bij Defensie, en om de mogelijkheid nog eens onder de aandacht te brengen bij jongeren. Wie benaderd wil worden kan aan het einde van de vragenlijst diens contactgegevens achterlaten. De vragenlijst is onderdeel van een enorme wervingscampagne die het ministerie de afgelopen jaren heeft opgetuigd, om te groeien van de huidige 74 duizend personeelsleden naar 200 duizend.
‘Als je zou willen werken bij Defensie, welk krijgsmachtdeel spreekt je dan het meest aan?’, is een van de vragen uit de enquête. Bij het onderdeel ‘Gedrag en fitheid’ staan stellingen als ‘Ik kan goed omgaan met regels’ en vragen over sportgewoonten.
De strategie met de vragenlijst is geïnspireerd op het Zweedse model, waarin iedereen die dienstplichtig is zo’n vragenlijst moet invullen. Alleen mensen die gemotiveerd zijn, beginnen vervolgens een militaire opleiding van een jaar. In Nederland is het voorlopig een vrijwillige enquête, maar het is wel de eerste stap naar een ‘gradueel meer verplicht karakter’, aldus een woordvoerder van Defensie.
Jits, ook 17 jaar oud, die naast Luna op een laag hekje zit in het gras, heeft de vragenlijst dinsdag wél ontvangen, maar niet ingevuld. Wellicht doet hij dat later alsnog: hij is best geïnteresseerd in werken bij Defensie.
‘Ik speel rugby op hoog niveau en had altijd het idee dat dat lastig te combineren zou zijn, dus heb me er niet verder in verdiept. Ik hoorde laatst dat ze daar wel regelingen voor hebben, dus misschien doe ik dat alsnog.’
Wat hem zo aanspreekt aan sporten op hoog niveau, is precies wat hem ook interessant lijkt aan de krijgsmacht: de discipline, samenwerken, een hechte band opbouwen. Het is ook een goede manier om ‘iets terug te geven’, zegt Jits. ‘Je maakt toch elke dag gebruik van de wegen en het openbaar vervoer. Als je werkt bij Defensie draag je iets bij.’
Maar de kritische geluiden van zijn klasgenoten gaan Jits niet in de koude kleren zitten. Antonyo (21), die naast Jits op het hekje zit: ‘De afgelopen kabinetten hebben Defensie zo goed als wegbezuinigd. En dan mogen wij daar zeker met stenen gaan gooien?’ Hij weet het goed gemaakt: ‘Ik wil wel in het leger als ik daar een huis voor terugkrijg.’
Zijn grootste bezwaar is dat hij niet zelf bepaalt waarvoor hij dan zou vechten. Dat staat Jits ook tegen. Bovendien heeft hij als eerstejaars nét de keuze voor deze opleiding gemaakt, en is hij niet van plan binnenkort het roer om te gooien. ‘Misschien als blijkt dat deze studie toch niks voor mij is, dat ik het nog eens overweeg.’
Ook in de media wordt vaak óver en zelden mét jongeren gesproken. Daarom stelde de Volkskrant, met hulp van jongerenorganisatie NJr, een panel samen. Dat bestaat uit 150 jongeren uit heel Nederland, met allerlei achtergronden, die hier onregelmatig worden geraadpleegd. Zie ook volkskrant.nl/jongerenpanel.
‘Ik heb hele andere toekomstplannen dan werken bij Defensie. Ik wil vanaf volgend jaar een studie economie en bedrijfseconomie volgen aan de Erasmus Universiteit. Maar ik sluit niet uit dat ik ooit nog bij Defensie ga werken. Nederland heeft me veel gegeven, goed onderwijs bijvoorbeeld. Zo zou ik iets terug kunnen geven.
‘Omdat ik familie in Polen heb, houd ik me vergeleken met mijn leeftijdsgenoten veel bezig met de oorlog in Oekraïne. Ik maak me wel eens zorgen om hen, en het is toch ook een stukje van je identiteit dat nu bedreigd wordt. Als Rusland morgen Polen aanvalt, sluit ik niet uit dat ik daarheen ga om te helpen verdedigen.
‘Maar als ik eerlijk ben heeft Defensie mij als vwo-leerling denk ik niet zoveel te bieden. Als ik bij hen een opleiding zou volgen, word ik alleen opgeleid om dáár te werken. Door eerst naar de universiteit te gaan, houd ik mijn opties open.’
‘Mijn plan was om als arts bij Defensie te gaan werken, maar dan moet ik eerst de geneeskunde-opleiding binnenkomen. Nu leer ik ook veel medische dingen, dus als de dienstplicht weer wordt geactiveerd, stel ik me zo voor dat ze me daarvoor inzetten.
‘Een opleiding volgen bij Defensie spreekt me aan door de spanning en afwisseling. En omdat die voor je wordt betaald. Maar ik vind het ook wel een stap om mijn sociale leven gedag te zeggen en in te ruilen voor zoiets intensiefs. Daar ben ik nog niet klaar voor.
‘In de toekomst zie ik mezelf niet op het slagveld, maar wel in een veldhospitaal. Ik wil graag mensen helpen. De opleiding tot engineer bij Defensie sprak me ook aan, maar ethisch gezien voel ik me daar niet fijn bij, dingen maken die andere mensen verwonden. Ik hoop immers over een paar jaar de eed van Hippocrates uit te spreken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant