Met zijn eerste actiefilm, One Battle After Another (met Leonardo DiCaprio en Sean Penn), brengt de Amerikaanse cineast Paul Thomas Anderson hoop in donkere tijden. Het is een film vol tragische helden, satire en politiek getinte actie, maar met humor en emoties.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Een verfilming van de roman Vineland van de Amerikaanse cult-auteur Thomas Pynchon stond al jaren op de lijst van Paul Thomas Anderson, als zijn volgende grote project. En een groot project van ‘PTA’, zoals zijn cinefiele koosnaam luidt, is bijna per definitie een groot project voor de filmwereld, een evenement uit een tijdperk waarin dit woord nog niet een tot op het bot gedevalueerd begrip was.
PTA is de regisseur van Boogie Nights (1997), Magnolia (1999), de film waarvoor Tom Cruise een Oscar had moeten krijgen, en There Will Be Blood (2007), door prominente critici uitgeroepen tot de beste Amerikaanse film van deze eeuw. En nu is er One Battle After Another, waarmee het hele najaarstraject van prestigieuze festivals werd overgeslagen, terwijl de geruchten over de eerste film van PTA met Leonardo DiCaprio langzaam in intensiteit toenamen. Niets te veel gezegd, kan nu worden geconcludeerd.
Gaat Vineland over Amerikaanse revolutionaire bewegingen in de jaren zestig, waarvan de leden zich twintig jaar na het uitdoven van het heilige vuur in het Amerika van Ronald Reagan bevinden, Anderson heeft de tijdvakken naar deze eeuw geschoven, zonder concrete verwijzingen naar het trumpisme overigens.
Met Leonardo DiCaprio als voormalig lid van een revolutionaire cel die zestien jaar later een geïsoleerd bestaan leeft, geheel gewijd aan een onderdompeling in de vergetelheid van een drugsroes. Als zijn dochter (de sensationale Chase Infiniti) bedreigd wordt door de groteske rechtse houwdegen kolonel Steven J. Lockjaw (een al even sterke rol van Sean Penn), moet hij zijn oude contacten en diepbegraven kennis weer opduiken, wat, understatement, niet vanzelf gaat.
One Battle After Another is niet alleen de eerste film van Anderson met DiCaprio, het is ook zijn eerste actiefilm, die je tegelijkertijd als thriller én komedie kunt beschouwen. En in elk genre is het een van de opwindendste films van het jaar, met de van PTA bekende tragische helden, in een absurdistisch universum dat steeds meer op de wereld van vandaag is gaan lijken.
Het is ook een film waarin de regisseur, bekend van zijn psychodrama’s, een spectaculaire draai aan de versleten trope van de auto-achtervolging geeft. En waarvan de soundtrack van huiscomponist Jonny Greenwood nog daags na de aftiteling in je hoofd blijft hameren.
One Battle After Another heeft een hoger budget dan voorgaande PTA-films, vele malen hoger dan zelfs zijn succesvolste titels hebben opgebracht. In de dagen voor de wereldwijde release valt een zekere omzichtigheid op. Ook omdat Anderson niet wil dat een film over, onder veel meer, een linkse revolutionaire beweging die asielzoekers met geweld uit detentiecentra bevrijdt en onderbrengt in een 21ste eeuwse versie van de underground railroad, in het verkeerde hokje wordt geplaatst. Want, laat dat duidelijk zijn, hij wil geen politiek filmer worden genoemd.
Anderson geeft een handjevol interviews in de weken voorafgaand aan de release. Via Zoom uit Londen, met de kanttekening dat hij niet in beeld wil. De journalisten moeten het in het Zoomgesprek doen met zijn stem, die soms nog duidelijk zoekt naar de stelligheid waarmee hij deze enorme film aan de man moet brengen.
Terwijl u in One Battle After Another werkt in elk denkbaar genre, van actiefilm tot komedie, lijkt het toch ook uw meest politieke film. Hoe staat u daartegenover?
‘Ik heb One Battle After Another toch echt gemaakt als een actiefilm, en als het verhaal over de worsteling van een vader om zijn dochter te vinden. Dat is voor mij de ingang van dit verhaal. En natuurlijk spelen er allerlei maatschappelijke en politieke dingen op de achtergrond, maar daarmee maak je het nog geen onderhoudende film. Het is niet genoeg. Je moet de humor én de emotie omhelzen: dat is voor mij de manier waarop ik over deze film denk.’
‘Ik geef een voorbeeld, zonder dat ik een kwaad woord over die film wil zeggen. Neem Reds (1981), de film van Warren Beatty over de Russische revolutie, een van mijn favorieten. Maar als het in die film over het verloop van de revolutie gaat of over de verschillende strijdende fracties, dan kan ik mijn aandacht er gewoon niet bij houden. Waar hebben ze het over? Ik weet er gewoon niet genoeg van.
‘Maar wat ik wel weet is dat als Warren Beatty Diane Keaton op het treinstation in zijn armen sluit, dat mijn hart op hol slaat. Dan valt de rest weg: this makes sense. Dat is ook mijn manier om verhalen te vertellen.’
De film is gebaseerd op Vineland, een roman over een revolutionair die in de jaren tachtig, het Amerika van president Reagan, terugkijkt op de jaren zestig. Als we naar de dag van vandaag kijken: is elke revolutie niet eigenlijk tevergeefs?
‘Het ziet er jammer genoeg wel zo uit. Er is een regel die wordt uitgesproken door het personage Perfidia Beverly Hills (zangeres en allround multitalent Teyana Taylor, red.), die zestien jaar later terugkijkt op haar eigen strijd als jonge revolutionair: ‘De wereld was nauwelijks veranderd.’ Ik denk dat het een realistische inschatting is.
‘In fictie heb je nogal eens de neiging om bij zo’n tijdsprong de wereld compleet te laten veranderen. Het komt er op neer dat we tevreden moeten zijn met kleine stapjes. Maar daar is de mens te ongeduldig voor. Misschien moeten we er zo naar te kijken: ‘Same old shit, different day’.’
PTA noemt het een misvatting dat we nu op een of ander breekpunt in de geschiedenis staan, een uniek moment in de geschiedenis van het land. Dat ligt, wat hem betreft, ook aan je perspectief. ‘Sla elk geschiedenisboek open. Er is een scène waarin Leo tegen Benicio del Toro (als Sensei Sergio, organisator van de ondergrondse smokkel van illegalen, red.) zegt dat hij spijt heeft dat hij justitie op hun spoor heeft gezet. En Benicio zegt: ‘Maak je geen zorgen. Dit maken we al honderden jaren mee.’
Het verhaal speelt tegen de achtergrond van twee fictieve extremistische organisaties, tegenpolen, die tegelijk elkaars spiegelbeelden in de illegaliteit zijn. De extreemlinkse French 75 en de extreemrechtse, racistische organisatie Christmas Adventurers Club.
Hoe verhouden die twee organisaties zich tot elkaar? Waar kwam de inspiratie vandaan?
PTA: ‘Ik sta open voor veel standpunten, maar het is duidelijk dat deze groepen ver gaan. De French 75 is geïnspireerd op historische bewegingen uit de jaren zestig en zeventig, zoals de Weather Underground, de Black Panthers en de Symbionese Liberation Army. Het waren groepen die heel zichtbaar waren, maar ook snel weer verwaaiden, doordat de leden dood gingen, of naar de gevangenis, of doordat ze terugkeerden naar het burgerleven.’
De Christmas Adventurers Club kwam voort uit de research die PTA deed in aanloop naar The Master (2012). De film gaat over een sekte die deels was gebaseerd op het ontstaansverhaal van de Scientology-kerk.
PTA: ‘Ik kwam een boek tegen dat in de jaren dertig erg populair was, Mankind United van sekteleider Arthur Bell, waarin een zogenaamd complot wordt geschetst om de wereld over te nemen, met antisemitische ondertonen. Het leek me niet al te zeer gericht op het verenigen van de mensheid, zoals de titel luidt. Maar ze waren erg opgewonden over het feit dat hun oprichting met Kerstmis had plaatsgevonden. Dat kon ik als vertrekpunt gebruiken, voor een fictieve organisatie die elke christelijke waarde negeert.’
Het oeuvre van PTA heeft al heel wat acteerprijzen opgeleverd. Hij is net zo bekend met het werken met grote namen als Philip Seymour Hoffman en Daniel Day-Lewis – en nu Leonardo DiCaprio en Sean Penn – als met het vinden van nieuw talent. De inmiddels 25-jarige Chase Infinity, als Willa Ferguson, dochter en doelwit, blijft in One Battle After Another volledig overeind tussen de acteerkanonnen.
‘De filmgoden waren mij gunstig gestemd. Ze komt uit het midden van het land, uit Indianapolis, in Indiana. Ik ben al een jaar of zeven bezig met deze film, maar al die tijd hadden we deze cruciale rol nog niet gevonden. En toen vonden we haar via het klassieke auditieproces, precies op het juiste moment , terwijl ze de juiste leeftijd had. En ik wil niet al te filosofisch, of zelfs sentimenteel worden, maar daardoor heb ik echt het gevoel gekregen dat deze film op dit moment gemaakt moest worden. Als zij in beeld komt dan kun je alleen maar denken: wie ís dit? Er wacht haar een grote toekomst.’
Aan het slot zien we de nieuwe generatie er op uit trekken. Met op de soundtrack American Girl van Tom Petty: ‘She couldn’t help thinkin’ that there/ Was a little more to life/ Somewhere else.’
Zou je dit een hoopvol einde kunnen noemen?
‘Ik ben zo blij dat dit gezegd wordt. Kijk, we zijn hier nu bezig om mensen naar deze film te krijgen, en dat is onder alle omstandigheden moeilijk. En helemaal als mensen het gevoel hebben dat het een film is die specifiek over de wereld van vandaag gaat. En misschien zijn mensen die wereld zat.
‘Daarom hoop ik dat ze zich laten verrassen door het feit dat we een in principe hoopvol verhaal vertellen. Ik heb kinderen; ik kan niet zonder hoop. Zo kom ik ’s ochtends uit mijn bed en zo kijk ik naar mijn kinderen. Ik móét gewoon optimistisch zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant