Home

De operazangers worden steeds dunner: ‘Ze willen dat je eruitziet als Brad Pitt en zingt als Pavarotti’

In operaproducties komen vollere zangers steeds minder voor. Opvallend, want juist met een groot lichaam beschikken zangers over een machtig instrument. Dat werd tenminste lang aangenomen. Maar klopt die aanname eigenlijk wel? En zo ja, waarom wordt de opera dan toch ‘dunner’?

schrijft voor de Volkskrant over opera.

Bij De Nationale Opera staat de tweede akte van Die Walküre op het punt te beginnen. Mijn buurvrouw en ik zijn het erover eens dat Eva-Maria Westbroek echt een fantastische Sieglinde is. Ik zeg dat ik de tenor ook zeer goed vind, waarop mijn buurvrouw licht teleurgesteld reageert: ‘Ja, maar hij is zo dik.’

Iedereen kent de stereotypen van de operazanger of -zangeres: een zwaarlijvige vrouw met een gehoornde helm, een buikige tenor in rokkostuum of een mollige vrouw van middelbare leeftijd met parelsnoer, à la Bianca Castafiore uit de Kuifje-verhalen.

In de opera draait het om de stem, en de beste stemmen bevinden zich toevallig in lichamen van alle soorten en maten. Een gezette sopraan in een romantische hoofdrol zou gewoon vanzelfsprekend moeten zijn, terwijl zo’n verschijning bijvoorbeeld in een film eerder uitzonderlijk is.

Maar wat de laatste tien jaar steeds opvalt: in operaproducties zie je nog maar heel zelden vollere zangers. Zangers van nu zien er zeer fotogeniek uit: de vrouwen hebben modellenlijven, de mannen afgetrainde armen en strakke buikspieren. Worden stevige zangers tegenwoordig gepasseerd ten faveure van hun dunne collega’s?

Krachtige stemmen

‘Het lijkt wel alsof het management bang is om dikkere zangers in dienst te nemen, want een lover kan alleen maar zo’n perfecte man zijn’, zegt de Nederlandse sopraan Wiebke Göetjes (64), die een mooie carrière achter de rug heeft. ‘Daarover kun je discussiëren, want wat is nou perfect? Daar maakte ik me altijd zo kwaad over.’

Het verband tussen lichaamsbouw en stemtype is niet exact meetbaar, maar het bestaat heus wel. De stembanden bepalen in principe het stemtype: hoe korter en dunner de stembanden, hoe hoger de stem, hoewel het verschil tussen de stembanden van een sopraan (zeer hoog stemtype) en die van een en bas (zeer laag) slechts zes millimeter is.

Maar een zanger zingt met het hele lichaam. De stem resoneert in alle holtes van de schedel en het middenrif zorgt voor ademsteun. Uitzonderingen daargelaten: zangers met krachtige stemmen geschikt voor het zwaardere repertoire zijn vaak ook groter en breder.

Tenor Marcel Reijans (62), al 35 jaar werkzaam in het vak: Ik heb van alles gezongen, van Monteverdi’s L’Orfeo tot en met Das Rheingold en Der fliegende Holländer (opera’s van Richard Wagner met een grote bezetting, red.). In een Wagner-productie ben ik vaak de kleinste, en ik ben 1,82 meter lang.’

Striptease

Niet dat er vroeger geen slanke, knappe zangers op het podium liepen. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de Italiaanse sopraan Lina Cavalieri beroemd als ‘de mooiste vrouw ter wereld’. Haar nog beroemdere tijdgenote Mary Garden werd behalve om haar acteertalent ook bewonderd om haar schoonheid. Het kon geen kwaad dat Franco Corelli (1921-2003) eruitzag als een filmster, al had zijn krachtige tenorstem hem sowieso een glansrijke carrière bezorgd. En Maria Callas, de diva der diva’s, viel flink af en groeide uit tot een stijlicoon.

Maar tot een generatie of twee geleden kon je ook met een plus confectiemaat een operaster worden – denk aan Jessye Norman, Luciano Pavarotti en Montserrat Caballé. Dat geldt niet voor de grote sterren die nu al vijftigers zijn, zoals Jonas Kaufmann, Anna Netrebko en Cecilia Bartoli.

Nu zijn er bepaalde rollen die duidelijk niet geschikt zijn voor corpulente zangers, bijvoorbeeld die van de aan tuberculose stervende Violetta in La traviata. De wereldpremière in 1853 flopte, deels omdat de prachtig zingende Fanny Salvini-Donatelli vrij fors was. Het publiek vond dat ze er te gezond uitzag. En Caballé, vocaal een weergaloze Salome, besloot om de titelrol in het gelijknamige stuk van Richard Strauss niet meer te spelen toen ze wat zwaarder werd, vanwege de sluierdans, in feite een soort striptease.

Er blijven in het operarepertoire echter genoeg rollen over waarin een kilo of twintig meer niets uitmaakt. In het echte leven worden niet alleen slanke mensen aantrekkelijk gevonden, bemind en begeerd, en toch wordt er van zangers die romantische rollen vertolken verwacht dat ze aan een bepaald schoonheidsideaal voldoen, zoals twee beruchte operarellen bewijzen.

In 2004 speelde de little black dress-affaire, toen het Royal Opera House in Londen stersopraan Deborah Voigt ontsloeg. Ze zou de titelrol zingen in Ariadne auf Naxos, een van haar paraderollen, maar de regisseur vond haar te zwaar voor een cocktailjurk die hij had laten ontwerpen. Een afgeslankte Voight zong vier jaar daarna alsnog de rol in de nauwsluitende jurk, maar in haar autobiografie noemt ze haar ontslag ‘belachelijk’.

In 2014 laaide ‘Dumpygate’ op. Op het Glyndebourne Opera Festival vonden de Britse (mannelijke) critici mezzosopraan Tara Erraught niet overtuigend als de jonge graaf in Der Rosenkavalier. Zowel The Guardian als The Telegraph gebruikte het woord ‘dumpy’ (klein en dik). The Times of London noemde haar ‘ongeloofwaardig, lelijk en onaantrekkelijk’. De verontwaardiging over deze hatelijke opmerkingen was groot, temeer omdat Erraught toen aan het begin van haar carrière stond.

Verschuivende verwachtingen

Het is geen toeval dat het in beide gevallen om zangeressen ging. Een artiestenagent die in Londen werkt bij een internationaal impresariaat, en die van haar werkgever alleen anoniem geciteerd mag worden, twijfelt er niet aan voor wie de schoonheidslat hoger wordt gelegd. ‘Altijd voor vrouwen, net zoals in het echte leven. Misschien wordt er van jonge baritons verwacht dat ze er op een bepaalde manier uitzien, maar de druk ligt vooral bij vrouwen.’

Toch zijn de verwachtingen ook voor mannen verschoven, merkt tenor Reijans. ‘De tijden zijn echt veranderd, met name door social media en al die video-opnames.’ Gekscherend: ‘Ze willen dat je eruitziet als Brad Pitt en zingt als Luciano Pavarotti.’

Omdat het publiek gewend is geraakt aan realistische kunstvormen als film en series, lijken ook operagangers minder bereid tot de suspension of disbelief. Dit is een mechanisme waarbij we in het theater ons ongeloof negeren en accepteren dat, bijvoorbeeld, een vijftiger de tiener Siegfried speelt in Wagners gelijknamige opera.

Bovendien is de operawereld ook niet immuun gebleken voor de hedendaagse obsessie met het uiterlijk, die continu wordt gevoed door het delen van bewerkte foto’s en filmpjes. Daarin hebben twee belangrijke ontwikkelingen een handje geholpen: opera in de bioscoop en de toenemende macht van de operaregisseur.

In 2006 werd Mozarts Die Zauberflöte vanuit de Metropolitan Opera in New York in bioscopen in verschillende landen rechtstreeks via satelliet uitgezonden. Het was de eerste ‘Live in HD’-opera, een briljant idee van algemeen directeur Peter Gelb. Andere gezelschappen deden hem na met meer live opera, toneel en ballet.

Opera op video en operafilms bestonden al langer, maar gefilmd in high definition werden elke porie en elke rimpel van de zangers genadeloos op het scherm uitvergroot. Peter de Caluwe was tot deze zomer bijna twintig jaar lang algemeen en artistiek directeur van de Brusselse opera De Munt. Hij beaamt dat de eerste opera-uitzending in de bioscoop samenviel met grote veranderingen in de maatschappij, zoals de opkomst van social media.

Weerspiegeling van de werkelijkheid

‘Toen Peter Gelb hiermee begon, waren er eigenlijk helemaal geen fysieke eisen. Het toneel en het theater van de Metropolitan Opera zijn zó groot, dat iedereen op het podium klein lijkt, ook zangers met een indrukwekkende gestalte, zoals Jane Eaglen. Maar zodra ze op het scherm verschenen, leken ze juist enorm.

‘Sindsdien is opera een soort weerspiegeling van de werkelijkheid geworden. Ik geloof ook niet dat ze vandaag de dag nog dezelfde soort zangers zouden casten als vroeger. Wat nu voor ons werkt, zijn mensen die er ook echt uitzien als hun personage.’

Maar wat betekent dat precies? Onze verwachtingen over hoe een personage eruit hoort te zien, zijn vaak gebaseerd op een ideaalbeeld dat eeuwenlang is bevestigd in de literatuur en de beeldende kunst, en later ook in films en op tv.

Als directeur artistieke planning en productie bij De Munt is Florian Köfler verantwoordelijk voor de casting. Voor hem speelt in ieder geval het uiterlijk in de eerste auditieronde geen rol.

‘Meestal nemen we de tijd om echt naar de stem te luisteren’, zegt Köfler. ‘Ik ben heel erg van prima la voce (de stem voorop, red.), maar dat is sterk veranderd, omdat de samenleving in de tijd van Instagram zelf ook enorm is veranderd. Inmiddels zijn we allemaal veel visueler ingesteld geworden: minder tekst, meer beeld.’

Hoe zwaar het uiterlijk meetelt, heeft ook te maken met hoeveel andere zangers meedingen naar dezelfde rol. Bepaalde stemtypes, bijvoorbeeld lichte sopranen geschikt voor Mozart en opera’s uit de baroktijd, komen veel vaker voor dan zogenoemde ‘dramatische’ sopranen die de zware rollen van Verdi of Wagner aankunnen, bijvoorbeeld Isolde of Lady Macbeth. In deze rollen is het daarom meer geaccepteerd dat een zwaarlijvige zestiger de rol van een twintiger zingt, simpelweg omdat dit type stem schaarser is.

De tweede bepalende factor

De agent: ‘Het is zoals met alles: hoe groter de vijver waaruit je kunt vissen, hoe meer mensen ook kritisch op andere dingen letten. Als je tien sopranen hebt die allemaal Susanna (een Mozart-rol, red.) kunnen zingen, dan ga je ineens op andere dingen selecteren. En dan komt natuurlijk de regisseur om de hoek kijken, die misschien iemand ziet die beter past bij zijn of haar visie – iemand die jonger is, aantrekkelijker.’

En dat brengt ons bij de tweede bepalende factor: de regisseur. Hoewel in een operahuis de dirigent nog steeds de opperbaas is, kregen regisseurs vanaf halverwege de twintigste eeuw steeds meer zeggenschap. Een regisseur is tegenwoordig vaak een ‘auteur’, iemand die niet slechts de ideeën van de componist en de librettist overbrengt, maar daar als scheppend kunstenaar ook een eigen creatieve draai aan geeft.

Sowieso maken zangers die niet kunnen acteren tegenwoordig geen kans, wat de kunstvorm alleen ten goede komt, want opera is tenslotte theater. Maar bemoeien regisseurs zich ook met hoe zangers eruit moeten zien?

De agent: ‘Ik ken situaties waarin de dirigent iemand wel ziet zitten, maar de regisseur niet zo enthousiast is, of dat de regisseur weigert samen te werken met iemand met wie de dirigent graag wil werken.’

Reijans beaamt dit. ‘Ja, regisseurs stellen natuurlijk eisen aan hoe iemand eruitziet. Als zij een Tosca willen en ze kunnen kiezen tussen een vrouw die 130 kilo weegt en een vrouw van 70 kilo, en ze kunnen allebei even goed zingen – want daar gaat het natuurlijk om – dan speelt dat uiterlijk mee. Maar als je glorieus zingt, dan word je altijd nog gecast.’

De agent gelooft ook dat de grootste talenten altijd carrière maken. ‘Als je een sterke uitstraling hebt, een mooie stem en echt iets te bieden hebt als artiest, dan red je het wel.’

Dat geldt misschien voor de absolute top, maar wat als een getalenteerde zangeres niet eens de kans krijgt om zich te ontwikkelen omdat operahuizen liever haar dunnere concurrent engageren? Grotere stemmen hebben ook meer tijd nodig om te rijpen, dus als je bij voorbaat vollere zangers uitsluit, krijgt misschien die ene zeldzame stem nooit de kans om te bloeien.

En zelfs als je tot de wereldtop behoort, zoals mezzosopraan Jamie Barton, ben je nog niet van de vooroordelen af. Onlangs vertelde ze aan The Financial Times dat ze nog steeds te maken heeft met dirigenten, ontwerpers en regisseurs die telkens weer haar gewicht ter sprake brengen.

Wanstaltig voorkomen

Wiebke Göetjes weet er alles van. Zij heeft een ‘jugendlich-dramatische’ sopraanstem, een vol, dragend stemtype waarnaar veel vraag is. Maar als vrouw met een voller figuur moest ze veel incasseren.

‘Ik heb veel in Duitsland gezongen, waar ik door het publiek altijd op handen werd gedragen. Maar ik heb ook eens meegemaakt dat een dirigent mij per se wilde voor een rol maar de regisseur een dunner iemand wilde.’ Bij de audities ving de regisseur bot, dus moest hij met Göetjes werken. ‘Toen heeft hij me driekwart van de tijd in een kuil gezet en tijdens de repetitieperiode zes weken lang in mijn oor gefluisterd: ‘Dat is omdat ik uw wanstaltige voorkomen niet wil zien.’’

Ze vreest dat de situatie nu erger is geworden. Göetjes werkte een tijdje geleden als roostermaker bij een internationaal zangconcours, en hoorde toevallig de juryleden praten over een dikke zangeres die duidelijk de beste was. ‘Hoe ze eruitzag – ze had een beetje een onflatteuze jurk aan – en dat ze er dan tóch uit ging vliegen. Toen ben ik mijn boekje te buiten gegaan.’

Göetjes leende een paar van haar avondjurken aan de zangeres en zij won, in een creatie van Mart Visser. ‘Daarna had ze een hele tijd bijna geen werk, terwijl ze dus echt geweldig was. En toen heeft ze een maagverkleining ondergaan en nu is ze heel slank. Ze kan nog steeds mooi zingen, maar het is niet te vergelijken met de prachtige stem die ze toen had. Maar ze heeft nu wel een wereldcarrière.’

Overtollige kilo’s

Het is niet wetenschappelijk bewezen dat als je magerder wordt, je stem ook aan volume en kwaliteit inboet, maar deze observatie hoor je desondanks vaker van fans en mensen in het vak. Wel is het een feit dat zangers na een fors gewichtsverlies of een zwangerschap als het ware opnieuw moeten leren zingen, of beter gezegd, leren zingen met hun nieuwe lichaam.

Je kunt het een beetje vergelijken met een cellist die aan een nieuw instrument moet wennen, met het wezenlijke verschil dat cellisten hun instrument op elk moment kunnen opbergen, terwijl zangers het altijd bij zich dragen.

Göetjes gelooft dat overtollige kilo’s ook voordelen kunnen hebben, dat ze een soort stevige bodem kunnen vormen voor gulle stemmen en dat dunnere zangers vaak hun stem moeten forceren om hetzelfde aantal decibellen te produceren. ‘Ik ben ook wel dunner geweest en ik geef les aan dunnere en dikkere mensen. Zangtechnisch gezien voelt het alsof die stem veel lekkerder is ingedaald in dat vollere lijf. Wij hoeven niet zoveel moeite te doen om haar daar te voelen.’

‘Ik vergelijk het wel graag altijd met auto’s. Een mooie Twingo kan ook echt wel 160 kilometer per uur op de snelweg, maar die is dan toch in een soort overdrive, vergeleken bij een Mercedes of een Rolls-Royce. Bij een stevig iemand voel je het soort relaxedheid van die Mercedes die de Twingo niet heeft. Als we de berg op gaan, dan moet zo’n autootje echt zwoegen.’

Gevoelig

Dus wat moeten beginnende zangers met overgewicht? Reijans is behalve tenor ook docent zang aan het Codarts Conservatorium in Rotterdam. Wat raadt hij zijn studenten aan?

‘Dat ligt heel gevoelig, natuurlijk. Ik heb wel eens tegen een student gezegd: je moet zorgen dat je er fit uitziet. Of je dan wat voller bent of superslank, maakt me niet uit. Daarmee vermijd ik een beetje de discussie. Ik zeg niet: je bent eigenlijk te zwaar, maar ik ben eerlijk, want als je gaat auditeren, is de concurrentie heel erg groot.’

Göetjes probeert ook altijd eerlijk te zijn tegen haar studenten. Een zangeres met een zwaar dramatische stem en een ‘moederlijke’ lichaamsvorm probeerde steeds auditie te doen voor de rol van de zeemeermin Rusalka. Göetjes raadde haar aan zich op andere rollen te richten.

‘Je kunt nog honderd keer auditie doen voor die rol, maar je gaat het nooit worden. Ik vind misschien een mollige zeemeermin wel heel erg leuk, maar het gaat niet om wat ik vind.’

‘Met mijn vechtersmentaliteit heb ik zelf wel veel bereikt, maar het heeft eigenlijk te veel gekost voor wat het opbracht. Ik ben vaak gekwetst en gekleineerd. Ik heb ook wel heel vaak huilend in bed gelegen en ben zo depressief geweest dat de dokter moest komen. En ja, dat wil ik ze dan besparen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next