Nydel Forgweh (25) haalde het niet als profvoetballer, maar zijn topsportmentaliteit behield hij. ‘Nu steek ik die drive in mijn kledingmerk.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Hoe ben je opgegroeid?
‘Ik ben in Kameroen geboren. Mijn moeder vertrok naar Nederland toen ik 2 was. Wij woonden bij mijn tante in Kameroen, zij was voor mij mijn moeder. Ik kende mijn eigen moeder alleen van een schermpje. Als je zo klein bent, heb je daar weinig aan. Je bent kind, je wil gewoon spelen. Toen ik 9 was, haalde mijn moeder ons naar Nederland.
‘Ik heb twee oudere zussen, Emilia en Kena. Kena is rechter, ze woont weer in Kameroen. En een jonger zusje Naomi. Mijn vader ken ik niet, ik weet niet wie mijn vader is.’
25 in ’25
In de serie 25 in ’25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Hoe is het om niet te weten wie je vader is?
‘Ik was er nooit mee bezig, mijn moeder is alles voor mij. Maar sinds tweeëneenhalf jaar is mijn moeder ziek, ze heeft uitgezaaide kanker. Als zij er straks niet meer is, ben ik wees, besef ik nu.’
Kun je je nog herinneren hoe de overgang van Kameroen naar Nederland was?
‘In het begin was het moeilijk, ik kende mijn moeder niet. Ik heb een jaar niet gepraat. Ons hele leven veranderde in Nederland. Ik ging van rijkdom naar armoede. In Kameroen sliep ik in een tweepersoonsbed, ons huis was groot, we hadden personeel. Bij mijn moeder kwamen we op een galerijflat terecht in de Bijlmer, met een stapelbed in een kleine kamer. Ik kon het niet plaatsen.
‘Ik wilde terug naar Kameroen. Dat heb ik ook vaak gezegd. Achteraf besef ik dat dat moeilijk is geweest voor mijn moeder. Maar ik was kind, ik begreep het niet. In Kameroen hadden we het goed, wat deden we in een flat in een koud land waar we niemand kenden?’
Weet je het antwoord op die vraag inmiddels?
‘Mijn moeder komt uit een gezin met twaalf kinderen, haar vader was architect en had een grote cacaoplantage. Opgroeien in de hogere klasse in Kameroen betekent ook dat de eisen en verwachtingen hoog zijn. Je móét presteren vanwege wie je ouders zijn, wie je familie is.
‘Ik denk dat mijn moeder zelf een persoon wilde zijn, los van haar familie. Daarom ging ze naar Nederland. Niet voor een beter bestaan, maar om het anders te doen dan de rest. Om geluk te zoeken op haar eigen manier.
‘Mijn moeder komt rond van 1800 euro per maand, maar ze heeft ons altijd alles gegeven. Als ik heel graag bepaalde schoenen wilde, spaarde ze ervoor en nam ze me mee naar de Footlocker. Zelf kocht ze haar kleren op de markt.’
Hoe is dat nu, is Nederland je thuis geworden?
‘Zeker. Ik ben een Nederlander. Als kind gaat het snel, binnen een jaar had ik een bepaalde band met Nederland, omdat ik de taal toen redelijk kon spreken, en ik voetbalde elke dag op het plein voor de flat.’
Denkt even na. ‘Als je eruit ziet zoals ik, zien sommige mensen je niet als Nederlander.’ Zucht diep. ‘Ik voel en weet dat: maar ik houd mijn mond en ik focus op presteren.
‘Als jongen uit de Bijlmer weet je dat niemand anders trots op je gaat zijn, je moet het zelf doen. Ik heb veel aan mijn moeder te danken. Zij heeft het in haar eentje gedaan. Wij spraken de taal snel, zij niet. Ze kon niet met onze leraren praten, niet mee naar voetbal, want ze had vier kinderen en moest werken. En ze had geen netwerk van andere mensen uit Kameroen, ze heeft het echt helemaal alleen gedaan. In Kameroen stond ik voor, in Nederland stond ik 6-0 achter.
Brede lach. ‘Maar ik ben aan het inhalen.’
Wat voor tiener was je?
‘Rustig. Doelgericht. Ik deed wat ik moest doen om mee te komen op school, maar het interesseerde me niet. Na het vmbo, heb ik mbo gedaan en toen hbo, om juridische dienstverlening te studeren.
‘Als kind voetbalde ik elk vrij moment op een pleintje voor de flat. Op mijn 12de zag een trainer van een club in Amstelveen me daar voetballen. Hij zei dat ik talent had. Ik heb mijn hele jeugd tweede- en derdedivisievoetbal gespeeld. Al snel mocht ik niet meer met mijn vrienden op straat voetballen, want dan kon ik geblesseerd raken. Ik ging er niet beter van voetballen, je voetbalt alleen nog maar zoals de club je het leert, zoals de trainer het zegt.
‘Ik dacht dat ik prof zou worden, ik liep stages bij De Graafschap, Volendam, Vitesse en NAC Breda. Toen ik op mijn 19de nog altijd niet was doorgebroken, wist ik: ik ga buiten de boot vallen. Toen ben ik van de ene op de andere dag gestopt met voetbal.’
Je voetbalt niet meer?
‘Nooit meer.
‘Ik mis voetbal niet. Als kind hield ik van voetbal, maar ik hou al sinds mijn 15de niet meer van voetbal. Ik trainde vijf keer per week, speelde steeds bij verschillende clubs, niet met vrienden. Op straat mocht ik niet voetballen. Voetballen was werk. Dat was niet erg, ik heb die drive. Nu steek ik die drive in mijn kledingmerk.’
Je hebt een eigen modelabel. Hoe is dat ontstaan?
‘Ik hou van kleding, mooie schoenen, ik heb een eigen smaak, ik zag er altijd net anders uit dan andere jongens op school. Ik hou van rood, van roze. Roze maakt geluid. Zwart, beige, wit en grijs zeggen: kijk niet naar mij. Als persoon ben ik rustig, maar ik hou van een stijl die opvalt, van kleur. De ene dag: ontspannen, oversized, trainingspakje, de andere dag: elegante Italiaanse kleding.
‘Op mijn middelbare school hadden we met kerst een verkiezing, ik heb vier keer gewonnen als best geklede jongen. Blijkbaar vinden mensen dat ik stijl heb, dacht ik.
‘Ik stopte met voetballen tijdens corona en ineens was ik veel thuis. Toen ben ik me gaan verdiepen in ontwerpen. Dat ging niet meteen goed. Ik begon met twee jasjes, via Vistaprint (site voor drukwerk, red.). Ze kwamen binnen en het was gewoon echt niet mooi, niet goed. Toen ben ik gaan uitzoeken hoe kleding wordt gemaakt, in welke landen, waar moet ik op letten, welke materialen.
‘Ik wil met mijn kleding een verhaal vertellen, een stem creëren, mijn buurtgenoten inspireren. Ik wil laten zien dat het niet uitmaakt in welke familie je geboren bent, dat je dezelfde behandeling en kansen verdient.
‘Als ik politici tekeer hoor gaan tegen mensen zoals ik, als ik denk aan racisme of discriminatie, dan denk ik: het beste wat ik kan doen is mijn stem laten horen door mijn label tot een succes te maken.’
Maak je je zorgen over politici die discriminerende dingen zeggen?
‘Met politiek houd ik me niet echt bezig. Maar u mag er wel inzetten dat ik het journalisten kwalijk neem dat er vooral over de Bijlmer wordt bericht als er een schietpartij is. Bij AT5 bijvoorbeeld. Altijd gaat het over criminaliteit. En al die mensen die andere levens leiden dan?
‘Ik weet dat nieuws gaat over dingen die erg zijn, maar de crimineel voelt zich alleen maar groter door alle aandacht in media. En hoe gaat iemand in Groningen, die hier nooit is geweest, over de Bijlmer denken op basis van dat nieuws?’
Studeer je ook nog?
‘Na mijn propedeuse ben ik gestopt. Om te werken en te sparen. Na vier jaar had ik genoeg voor een eigen store, hier in de Amsterdamse Poort, het winkelcentrum in de Bijlmer. The Forest Clothing heet mijn label, een verwijzing naar de natuur in Kameroen. Het loopt goed. Geld verdien ik vooral met de styling van artiesten. Ik geef ook gastlessen op scholen.
Nydel Forgweh werd 25 op 12 mei
Woonplaats: Amsterdam
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 6,5. Ik zou graag over een jaar of vijf vader worden, maar hoe ik voor een baby moet zorgen, geen idee.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Mijn generatie durft te zeggen: accepteer me zoals ik ben.’
Waar ben je over 7 jaar? ‘Dan mag ik het WK 2034-tenue ontwerpen voor Kameroen. Hopelijk maakt mijn moeder dat nog mee.’
‘Mijn voorbeeld in de modeindustrie is de Amerikaanse ontwerper Mike Amiri, hij heeft zijn eigen merk. En mijn droom is het niveau van het streetwearmerk Daily Paper te bereiken. Stores in het centrum van Amsterdam en Rotterdam. Wereldwijd verkocht worden, Londen, New York, Tokio. Shows in Parijs. Ik ben trots op wat ik heb bereikt, maar ook streng voor mezelf. Ik ben er nog niet.’
Hoe zien je dagen eruit?
‘Werken, naar het ziekenhuis, bij mijn moeder zijn. Met mijn zusje Naomi woon ik bij mijn moeder. Als ik artiesten style, ga ik naar hun optredens, dat is werk, maar ook een beetje ontspanning. Ik ben niet iemand met veel vrienden. Ik heb een beste vriend en nog een paar mensen. We zien elkaar niet vaak, maar we zijn er voor elkaar.
‘Ik ben doelgericht en ambitieus, eenzaamheid hoort daar soms bij.’
Je klinkt als een topsporter.
Knikt. ‘Focussen, me niet laten afleiden. Pijn bestaat, maar daar moet je mee dealen.
‘Ik heb mijn hart verstopt. Ik mag niet te veel voelen. Ik ben vaak bezorgd, bang om mijn moeder te verliezen. Maar ik dwing mezelf om me op het werk te focussen.’
Twee weken na het interview appt Nydel: ‘Mama heeft het niet gered.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant