Home

Lost in translation

Is het nodig om elkaar te kunnen verstaan om te weten wat een ander wil? Begrijp je elkaar beter als je dezelfde taal spreekt? Nee, betoogde de Britse schrijver Robert Macfarlane maandag in een uitverkocht TivoliVredenburg. Als voorbeeld noemde hij de verwoede pogingen om met AI walvistaal te ontcijferen. „We weten allang wat walvissen willen: schoon water om in te zwemmen. Een stille oceaan om elkaar te kunnen horen. Een verbod op harpoenen.” Iets soortgelijks geldt, zo zei hij, voor rivieren: we hoeven ze niet woordelijk te begrijpen om hun rechten te verdedigen.

Ik voelde me een groupie. Daags tevoren had ik Macfarlane óók gezien, in het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Samen met de Middellandse Zee, de Seine, de lagune van Venetië en de IJslandse gletsjer Vatnajökull was hij eregast bij de opening van de Confluence of European Water Bodies. Een conferentie over de rechten van water waarbij Europese waterlichamen vertegenwoordigd worden door mensen. Door andere waterlichamen kortom, in de stampvolle zaal bestonden we met z’n allen toch algauw uit zo’n 10.000 liter water, een uit de kluiten gewassen pierenbad. Helaas afwezig was de door Nederland toerende zeehond, die Amsterdam net had verruild voor Aalsmeer.

Er was performance art, er was een interview over Macfarlanes nieuwe boek Leeft een rivier? en er was één buitengewoon chagrijnige man: mijn vriend, die door mij was meegesleept. Zijn allergie voor spoken word speelde al in de eerste minuten op, zijn behoefte aan praktische oplossingen bleef onbevredigd.

„Maar hóé dan?” bleef hij herhalen. „Wat betekent het concreet als water rechten heeft? Mogen we het straks niet meer drinken, er niet meer in zwemmen?” „Het gaat om het idee”, riep ik uiteindelijk uit, gefrustreerd dat ik geen beter weerwoord had. Onze gemeenschappelijke taal was niet toereikend.

Na De Balie waren we op de trein gestapt naar Utrecht: als wederdienst zou ik hem vergezellen naar de opening van de European Microwave Week. Geen magnetronbeurs maar een internationale samenkomst van elektromagnetische-straling-experts. Zelden zag ik hem zó stralen als toen hij het programma voorlas. „Field plate engineering for FETs! S-band 600 W Power Amplifier MMIC in 0.5 μm GaN High Voltage Technology!”

Al na vijf minuten na binnenkomst voelde ik me zoals de keer dat ik met een dove vriendin meeging naar een festival waar iedereen gebarentaal sprak. Lost in translation. Ik spitste mijn oren toen ik een gesprek opving over mijnbouw – in De Balie was de grote protestmars in Ecuador ter sprake gekomen, waarbij vorige week 100.000 mensen de straat op gingen om te demonstreren tegen een mijn die de lagune Quimsacocha bedreigt. „Ja tegen water, nee tegen goud!” Maar nu ging het bij de koffieautomaat juist over 6G-technologie voor nog efficiëntere mijnbouw.

„Er staat ook een panelbijeenkomst over duurzaamheid op het programma”, wierp mijn vriend tegen. „De industrie wil echt vergroenen.” „Maar hóé dan?” vroeg ik onschuldig. „Wat betekent dat concreet?” Hij rolde met zijn ogen. „Het gaat om het idee.”

Uiteindelijk verschillen ze niet eens zo van elkaar, besefte ik: de taal van de verbeelding en de taal van harde feiten. Nu alleen nog leren luisteren.

Gemma Venhuizen is biologieredacteur en doet elke woensdag ergens vanuit Nederland verslag.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next