Home

‘Ik heb me vaak afgevraagd: wat heb ik eigenlijk gedáán bij die psycholoog?’

Waarom zoeken in een welvarend land als Nederland zoveel mensen hulp bij coaches en al dan niet alternatieve therapeuten? Journalist Lena Bril dook voor haar boek in het therapielandschap. ‘Therapie is een soort spiritualiteit in een pragmatisch jasje.’

Haar ‘alarmbellen’, zo noemt Lena Bril (33) de gevoelens van spanning en onbehagen die haar nu en dan ernstig ontregelen. Op haar 21ste, vier jaar na de dood van haar vader, columnist Martin Bril, ging ze voor het eerst in therapie. ‘En voor je het weet ben je tien jaar verder,’ zegt de journalist en filosoof vanachter een glas cola zero met citroen in een Amsterdams restaurant.

Deze week verschijnt haar eerste boek, In therapie, waarvoor ze zich verdiepte in de vraag waarom in een welvarend land als Nederland zoveel mensen, net als zij, in therapie zijn of hulp zoeken bij een coach. En is therapie of coaching eigenlijk wel de oplossing, vroeg ze zich af.

Bril beperkte zich voor haar boek niet tot de reguliere geestelijke gezondheidszorg (ggz), waartoe de psycholoog en psychiater behoren bij wie ze zelf af en aan in therapie was. Ze was ook nieuwsgierig naar de reden achter de populariteit van de vele alternatieve therapieën en coachingtrajecten die in Nederland worden aangeboden, zoals paardencoaching.

Om met eigen ogen te zien wat er achter die gesloten deuren gebeurde, volgde ze een aantal mensen tijdens hun alternatieve behandeling. Soms deed ze er ook zelf aan mee, zoals tijdens een familieopstelling en psychedelicatherapie. Want de vraag die als een rode draad door het boek loopt, is hoe ze die ellendige alarmbellen eindelijk het zwijgen oplegt.

Wat deed je besluiten om dit boek te schrijven?

‘Toen ik in 2021 stopte met werken bij De Correspondent omdat ik me voor de tweede keer overspannen voelde, was ik erg zoekende. Ik vroeg me af: wat is er nou mis met mij? Mijn aanpak is dan: veel lezen. Zowel wetenschap als journalistieke boeken over mentale gezondheid. Daarin ging het steeds over de sterke toename van mentale problemen de laatste tien jaar en de oorzaken daarvan. Bijvoorbeeld: jongeren die te veel sociale media gebruiken en daardoor onzeker worden.

‘Wat ik miste, was oog voor de beoogde oplossing. En de beoogde oplossing voor mentale problemen in dit land is therapie. Of coaching, dus. Want veel mensen in mijn omgeving vertelden enthousiast over alternatieve behandelingen die door de reguliere ggz vaak worden afgedaan als kwakzalverij. Ik wist: hier wil ik als journalist dieper in duiken.’

De reguliere ggz kende jij toen al van binnenuit.

‘Nou ja, kennen. De bekende psychiater Jim van Os, die kritisch is over de manier waarop de ggz in Nederland is georganiseerd, beschrijft het mooi. Als je in therapie bent, zegt hij, heb je weinig zicht op hoe dat hele ggz-landschap er nu eigenlijk uitziet. Wat houden de verschillende behandelingen in, waarin verschilt de ene therapeut van de andere?

‘Ik begreep toen ik in therapie was eigenlijk helemaal niet waar ik nu precies ‘in’ zat. En ik begreep ook niet zo goed waaróm ik die therapie kreeg. Maar dat was wat iedereen kreeg als het niet goed met je ging of als je een ouder had verloren. Ik begon me ook af te vragen of therapie me wel hielp, want mijn problemen gingen niet weg.’

Bril belandde op haar 21ste op verwijzing van haar huisarts bij een psycholoog. Die behandelde haar met met cognitieve gedragstherapie (cgt), de meest voorgeschreven therapie in Nederland. Bril beschrijf hoe ze er vooral doodmoe van werd om de hele tijd haar eigen gedachten te moeten bevragen.

Waarom is in Nederland juist cgt het populairst?

‘Het is een pragmatische therapievorm die goed past bij onze oplossingsgerichte cultuur. Cgt gaat uit van een specifiek idee over wat de hersenen zijn, met in- en output. De voortgang is meetbaar, het is evidence based. In Frankrijk of Argentinië is bijvoorbeeld meer aandacht voor psychoanalyse.

‘Cgt gaat sterk uit van het idee dat jij invloed hebt op je gedachten, je gedrag en op hoe je omgaat met de wereld. Het lijden komt in die optiek niet voort uit wat er op je afkomt, maar uit hoe jij reageert op dat lijden. Die aanpak sluit goed aan bij een wereld die ervan uitgaat dat het individu verantwoordelijk is voor zijn eigen geluk en succes, zoals we in Nederland vinden.’

Tegelijk hebben we wereldwijd de hoogste psychologendichtheid. Dat heeft iets tegenstrijdigs.

‘Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat Nederland sterk seculier en niet-spiritueel is. Ik denk dat therapie een soort spiritualiteit in een pragmatisch jasje is. Een geaccepteerde vorm van zelfonderzoek, van je verhouden tot iets groters dan jezelf. Wat mensen in Amerika of Tsjechië spiritualiteit noemen zoeken wij bij een psycholoog, want dat is wetenschappelijk onderbouwd, er is een duidelijk doel, een oplossing. Een nuchtere vorm van spiritualiteit.’

Bij je psycholoog kreeg je behalve cgt ook EMDR, een bewezen effectieve behandeling waarbij je, door twee dingen tegelijk te doen, de scherpe kantjes van een traumatische herinnering af kan halen. Hoe heb jij dat ervaren?

‘Als een dunne pleister op een wond. Het probleem was toegedekt, ik voelde niet meer de scherpte van die ene, specifieke traumatische ervaring. Ik liep die ruimte uit en dacht: oké, deze herinnering was dus het probleem en dat is nu overschreven. Klaar. Maar er waren nog tal van andere dingen die me wakker bleven houden. In die zin heeft het mij niet geholpen, maar werkte het wel.’

Hoe kijk je terug op dat cgt-therapietraject van toen je begin twintig was?

‘Ik heb me vaak afgevraagd: wat heb ik eigenlijk gedáán bij die psycholoog? Terwijl, dat heb ik ook wel geleerd in mijn onderzoek: zoiets als het formuleren van je hulpvraag is het allermoeilijkste wat er is. Wanneer weet iemand dat hij hulp nodig heeft? Waarvoor heb je hulp nodig? Eigenlijk is het hele proces om te onderzoeken wat je hulpvraag is.’

EMDR dekte de traumatische herinnering af. Met je psychiater ben je later juist naar die herinnering teruggegaan.

‘Ja, en toen kwam er heel veel emotie los. Ik denk dat ik dat echt nodig had. Toen hebben we de hele wond doorzocht. Ik voelde me ook echt een open wond. Toen ik op mijn 29ste bij de psychiater kwam dacht ik: o god, het is echt serieus nu. Terwijl ik mijn contact met hem helemaal niet zo heb ervaren.

‘Ik heb ook nooit een psychiatrisch label gekregen van hem. We waren gewoon met elkaar aan het uitzoeken: hoe maken we een verhaal over wat er met jou gebeurd is? En hoe ga je dan verder met leven? Daar kwamen wel medicijnen bij, maar ook dat was samen zoeken. Als het ene niet werkte, probeerden we het andere.’

Dat klinkt als goed samenwerken. Je hoort vaak dat mensen in de ggz vinden dat ze te weinig inspraak hebben in hun eigen behandeling.

‘Klopt. Dan hebben ze het over wat de therapeutic alliance wordt genoemd: de relatie tussen behandelaar en cliënt. Uit wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van de verschillende – reguliere – therapievormen blijkt dat de ene niet beter is dan de andere. Een ervaren therapeut is ook niet per se beter of effectiever dan een beginnende, en veel empathische mensen zijn betere therapeuten dan horkerige, ervaren therapeuten. Het enige wat blijft staan, is de kwaliteit van de relatie tussen behandelaar en cliënt.’

Hoe kijk je nu aan tegen de kloof tussen reguliere en alternatieve therapie?

‘Kijk, die protocollen van psychologen, psychiaters hebben natuurlijk wel zin. Dat je een systeem, beroepseer, code en zorgplicht hebt, heeft allemaal een functie en dat heb je niet in dat alternatieve circuit. Maar je hebt wel veel mensen met, denk ik, veel aanleg voor therapie geven of coachen, die hun eigen systeem maken vanuit hun eigen ervaring. Doordat ze dingen uitproberen, doen ze nieuwe ontdekkingen. Het zijn niet per definitie slechtere behandelaren dan in de ggz.’

Een van de alternatieven in je boek is de familieopstelling, waarbij iemand onder leiding van een coach in één sessie belemmerende patronen in zijn familie onderzoekt. Een soort Griekse tragedie, zeg je.

‘Het heeft iets heel theatraals. Je kan zo’n sessie met poppetjes doen of met een groep mensen die je niet kent, die jouw familieleden representeren. Soms met toeschouwers erbij. Ik zat in het publiek en je voelde iedereen snakken naar de catharsis. Er was een man die niet echt openbrak – bijna iedereen gaat huilen en trillen – en toen dat niet gebeurde voelde je de onvrede, want iedereen was uit op een ontlading. Net zoals je naar de film Titanic gaat, dan wil je aan het einde huilen.’

Wat is de therapeutische meerwaarde?

‘Dat je in groepsverband emoties ervaart. Mensen hebben steeds minder plekken en momenten waarop ze schaamteloos emoties ervaren met anderen. Dat herken ik, ik heb een sterke behoefte aan controle over mijn emoties en veel angst om die te laten zien.

‘Het moet allemaal beheerst. Het liefst breng je je gevoelens onder woorden, terwijl het lichamelijke aspect, zoals huilen, heel belangrijk is. Dat heb ik ook gezien bij de mensen die ik volgde bij bijvoorbeeld paardencoaching of psychedelicatherapie.’

Je kreeg tijdens een familieopstelling te horen dat je voor je geboorte de helft van een tweeling was. Ik heb dat opvallend vaak gehoord van mensen die ook een familieopstelling hebben gedaan. Maakt zoiets je niet argwanend?

‘Ik denk dat die coach mijn verhaal aanhoorde en dacht: ‘Zij heeft alle wegen al verkend in de ggz. Het enige wat ik kan doen, is een nieuw verhaal aanreiken.’ Dit is het enige verhaal waar geen bewijs voor is. Klaarblijkelijk resoneert dat erg bij mensen.

‘Ik geloof er zelf niks van dat dat enig effect heeft op hoe je de wereld ingaat, als jij na zes weken een afgestorven eicel naast je hebt gehad. Maar ik wilde het wel graag geloven. Ik zou alles kunnen teruggeleiden naar dat moment, heel overzichtelijk.’

Je noemt het een ontwrichtende ervaring en kreeg opnieuw last van slapeloosheid.

‘Door dat verhaal ging ik alles wat ik over mezelf wist, de identiteit die ik had opgebouwd, afbreken. En alles opnieuw tegen het licht houden, waardoor het voelde alsof ik er niet meer echt was. Ik was heel erg in de war.

‘Als je dat met een therapeutische bril bekijkt, was wat ik ervaren heb bij die coach een herbeleving van iets wat ik heb meegemaakt in mijn jeugd, wat me destijds en nu opnieuw helemaal overweldigde. Maar dat kwam ook door mijn ontvankelijkheid, ik heb nogal veel fantasie.’

Daarvoor waarschuwt de onderzoeker die je hebt gesproken. Tegen zulke stellige uitspraken door de coach kan je je onmogelijk wapenen, want door de opbouw van zo’n sessie word je supergevoelig en afhankelijk gemaakt.

‘Toen ik daar binnenkwam, dacht ik: ik kan hier als journalist sceptisch tegenover gaan zitten, of ik stel me open. Ik deed dat laatste. Ik ben ervan geschrokken hoe goed ik dat kon. Ik denk dat het kwam doordat ik mij radeloos voelde. Dus dan hoop je gewoon dat er iets gebeurt.’

Is dat niet precies wat al die aanbieders je verkopen: verlossing van je probleem?

‘Ja. Ik vond het wonderlijk om te merken dat ik me op een gegeven moment, want ik ben voor mijn onderzoek best veel bij andermans therapie aanwezig geweest, ging verheugen op zo’n sessie, waar ik als buitenstaander toch óók even onderdeel van werd. Je bereikt een kortstondige, extreme intimiteit met iemand die je niet kent, in een niet-wederkerige relatie. Therapeut en cliënt hoeven niks van elkaar.

‘Ik begreep wel waarom mensen na een coachingtraject coach willen worden. Het voelt belangrijk en waardevol. Je voelt op dat moment ook – heel cliché – verbinding met elkaar.’

Omdat zo’n niet-wederkerige relatie uiteindelijk geen oplossing is, houdt het circuit van aanbieders zichzelf in stand, zou je een beetje cynisch kunnen denken.

‘Ja, dat is wel zo. Aanbod creëert ook vraag. Dat had ik zelf met slaaptherapie. Het ging eigenlijk best wel goed, het werkte. Tot we mijn slaapefficiëntie onder de loep gingen nemen. Die bleek dus niet optimaal te zijn. Daarna verviel ik in slaapperfectionisme en was ik weer terug bij af.’

Je bent voorstander van een nieuw ‘ecosysteem voor de ggz’, zoals Jim van Os voorstelt. Wat houdt dat in?

‘Iemand die jou begeleidt, je ‘kernheler’, laat op een routekaart zien wat je opties zijn. Dat kan een psycholoog, psychiater, paardencoach of familieopsteller zijn. Maar ook een zangkoor of een zwemclub, of iemand die jou helpt een sociaal netwerk op te bouwen. Je gaat voelen: waar heb ik behoefte aan, wat werkt voor mij?

‘Dat is een meer holistische kijk op mentale gezondheid, waarbij ook naar de context van het individu wordt gekeken, want de bron van veel psychische klachten is contextgebonden. Zo kunnen we op zoek naar collectivistische oplossingen voor dingen die we tot nu toe als iemands eigen probleem zien.’

De norm waaraan iedereen moet voldoen, wordt intussen steeds nauwer, concludeer je.

‘Dat zie je het meest met ADHD. Nu is er vooral veel aandacht voor de toename van ADHD bij vrouwen, eerder werd het meer met hyperactieve jongens geassocieerd. Ik vroeg me af: is dat echt emancipatie? Want zo wordt het gepresenteerd, als vooruitgang, omdat zij hun problemen lang hebben moeten maskeren.

‘Enerzijds is dat zo, eindelijk wordt ADHD bij hen erkend. Maar het zorgt ervoor dat dat label wordt opgerekt, waardoor de norm waaraan een functionerende vrouw moet voldoen steeds krapper wordt. De enige route die je nog hebt om af te wijken, is het omarmen van dat label. Onder de noemer ADHD, dat veel vrouwen hebben en dus helemaal niet uniek is, kun je je uniciteit dan nog een plek geven. Dat dat met een feministische saus overgoten was, daar was ik wel even verdrietig over.’

Welke route zou jij als kernheler voor de Lena van tien jaar geleden uitstippelen?

‘Ik had denk ik iets nodig om bij mijn emoties te komen, om bijvoorbeeld mijn verdriet te voelen. Ik zou met mij zijn gaan zoeken naar hoe ik die emoties met de mensen om mij heen zou kunnen delen. Ik had willen rouwen met familie, vrienden en mensen in mijn omgeving.

‘Daarvoor had ik het meest aan mijn psychiater, want met hem ben ik dat gaan doen, en aan mijn psychedelica-ervaring. Die kwam dicht bij iets spiritueels, dat was zo’n overgave, mijn behoefte aan controle over mijn emoties kon ik toen echt loslaten.’

Wanneer wist je: ik ben klaar met therapie?

‘Door het inzicht: ik kan het wel dragen – de situatie, het leven. Ik vind het nog steeds vervelend als mijn alarmbellen afgaan. Ik accepteer ze niet, wil dat ze voorgoed stil zijn. Maar ik kan ze verdragen en dat geeft een soort kalmte, waardoor ik niet meer in die alarmbellen duik.

‘Ik ben gestopt met zoeken: waar komen ze vandaan, hoe klinken ze, hoe lang blijven ze? Ik heb mentale klachten ervaren als een groef waar je maar niet uitkomt. Aanvaarden dat dit is hoe het nu is, heeft het voor mij mogelijk gemaakt om uit die groef te komen en te bewegen naar anderen.

‘We hebben een hardnekkig idee dat mensen alleen maar met zichzelf bezig zijn. Maar ik heb gezien hoe mensen die in diepe crisis verkeerden de intuïtie voelden om te bewegen naar anderen. Elkaar wilden helpen. Dat vond ik hoopvol.

‘Het gaat niet om een soort ‘authentieke kern’ leren kennen, niet om luisteren naar je innerlijke gefluister en daaruit handelen. Nee, gewoon, dat je een beetje hangt met de mensen die je leuk vindt en naar elkaar luistert.’

Lena Bril: In therapie.

Uitgeverij Prometheus; 288 pagina’s; € 22,99

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next