Sarina Wiegman zet zich al haar hele leven in voor verandering en ontwikkeling van het vrouwenvoetbal. Nu trapt ze ook op de rem: de sport moet wel haar eigen identiteit behouden.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Een verrassing is het inmiddels niet meer: als Sarina Wiegman een individuele prijs pakt, gebruikt ze haar toespraak voor een maatschappelijke boodschap. Maar op het Ballon d’Or-gala legde ze een nieuw accent: vrouwenvoetbal moet zichzelf blijven.
De bondscoach van de Engelse voetbalsters, die in de zomer opnieuw de Europese titel pakte, kreeg maandagavond in Parijs de Johan Cruyff Trophy uitgereikt. Volgens een groep internationale journalisten is zij de beste coach in het vrouwenvoetbal, dat in het laatste decennium stormachtig is gegroeid.
‘Met die groei komt verantwoordelijkheid’, hield Wiegman een zaal vol met voetbalprominenten voor. Vrouwenvoetbal moet volgens haar zijn eigen ‘identiteit’ behouden. ‘Het moet authentiek zijn, inclusief, een plek waar iedereen thuishoort.’
Wiegman hamert al veel langer op verandering van de voetbalwereld: die moet inclusiever worden, met meer gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Toen ze twee jaar geleden de UEFA-prijs voor beste coach pakte, gebruikte ze haar toespraak om Jennifer Hermoso en het Spaanse team na de onvrijwillige kusaffaire een hart onder de riem te steken.
Maar de laatste tijd zegt ze er expliciet iets bij: vrouwenvoetbal moet niet alleen maar veranderen, maar juist vooral zichzelf blijven. De sport, zei ze vorige week al op een conferentie in het Engelse Cambridge, staat op ‘een kruispunt’. ‘We willen groeien en winnen, maar het belangrijkste is dat we de identiteit van het vrouwenvoetbal in gedachten houden en niet gewoon het mannenvoetbal kopiëren.’
Volgens oud-international en analist Leonne Stentler staat Wiegman niet alleen met haar zorgen. Zij ziet zelf ook dat de invloed van commercie, de toegenomen aandacht en betere faciliteiten voor speelsters het karakter van de sport veranderen. ‘De pure liefde voor de sport verwatert op het moment dat het allemaal commerciëler wordt.’
Wiegman en vele anderen hebben zich ervoor ingezet dat vrouwenvoetbal zich heeft ontwikkeld van hobby, waar door velen op werd neergekeken, tot een steeds professionelere en gewaardeerde sport. Maar met de komst van meer geld en meer publiek zijn ook schaduwkanten gekomen, waar het mannenvoetbal al eerder last van had.
Zo kreeg de Engelse international Jess Carter afgelopen zomer tijdens het EK te maken met racistische bejegeningen op sociale media. Uit protest stopte het Engelse team met knielen voor de wedstrijd.
Maar Wiegman richt zich nu ook op de mensen die in het vrouwenvoetbal zelf actief zijn. Die moeten volgens haar het ‘hoger doel’ niet uit het oog verliezen. Het gaat niet alleen om winnen, maar ook om meer mensen te betrekken bij vrouwenvoetbal en om te zorgen voor ‘positieve veranderingen’ voor vrouwen.
‘Het is natuurlijk heel goed dat voetbalsters zich nu met hun sport bezig kunnen houden’, zegt Stentler. ‘Maar je ziet ook dat jonge speelsters daaraan gewend raken. De eisen nemen toe, er komen makelaars bij kijken. Dat zijn allemaal aspecten, die uit het mannenvoetbal komen, die de sport niet altijd leuker maken.’
Dat de sport verandert, is volgens haar onvermijdelijk, zo zorgt de groei alleen al voor een ander contact met het publiek. ‘Wij hadden vroeger heel erg het besef dat we nog een extra keer naar die fans toe moesten. Nu zitten de stadions vaak vol en dan kan dat niet meer, maar het is jammer als die dankbaarheid en bescheidenheid verloren gaat. Ik ben blij dat Sarina daar aandacht voor vraagt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant