Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Altijd hetzelfde liedje. Ik daar staan, op het schoolplein, vol goede zin om haar op te tillen, mijn neus in haar krullen te drukken en haar slapen te kussen. Zij niet hoor. Zij komt – jas open, rugtas op half zeven – me tegemoet banjeren. ‘Mag ik afspreken?’ Ja hoor, dat mag, ga het maar regelen. Ze laat haar rugtas voor mijn voeten op de grond vallen en loopt naar twee klasgenootjes. De onderhandelingen zijn geopend. Wie gaat bij wie spelen en waar gaat er gespeeld worden? Van een afstandje kijk ik toe hoe de drie meisjes een beetje om elkaar heen draaien. Een van de moeders hoor ik zeggen: ‘Nou, dat is goed om te weten, dan kunnen we daar volgende keer rekening mee houden.’
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dit gaat nog wel even duren. En wat doen we als dingen nog even gaan duren? Heel goed, dan pakken we inderdaad onze telefoon. Ik check mijn mail, scrol door Instagram en kijk of John Heitinga al ontslag genomen heeft (helaas). Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn dochter weer bij me is komen staan. De onderhandelingen zijn afgelopen. Snel check ik nog even het nieuws. ‘En? Wat is het geworden?’ Ze reageert niet. Dan pas kijk ik haar aan. Ze staart voor zich uit, haar ogen waterig. Een dikke druppel vormt zich, ze knippert, en de druppel wordt een traan, die traag een glinsterend spoor over haar wang trekt en daarna van haar kin valt.
Er is geen snikken, geen snotteren. Geen slikken, geen snuiven. Stille tranen, pure tranen. Ik hoef niet eens te vragen wat er gebeurd is. Ze mag niet meespelen. Het hoort erbij, vandaag zijn het haar tranen, volgende keer die van iemand anders. Zo werkt het. En ik weet dat het zo werkt. Maar diep, diep van binnen, buiten het bereik van het licht der rede, vervloek ik die andere kinderen. Ze voelt zich al zo snel buitengesloten, ondanks die grote mond. Soms zegt ze zelfs dat ze helemaal geen vrienden heeft. Ik wil haar optillen, hier weghalen, was ze maar weer zo klein als toen, toen ze in een doek paste en ik haar op mijn borst kon dragen. Hoog, droog, warm, op veilige afstand van de anderen, de klote-anderen.
Verstandige vaders nemen hun dochters nu mee naar huis, voeren een gesprek met ze waarin ze vertellen dat het leven soms hard is, dat ze hier wat van kunnen leren, mooi groeimomentje. Welnu, fuck dat. Wij zetten koers naar de winkelstraat achter de school, naar een snoepwinkeltje dat twee dagen per week open is. Daar, in het schemerige binnen, tussen de potten met drop, de zuurstokken in alle kleuren en lollies in alle smaken, breekt de zon door. Want de troost van een vader is nooit zo zoet als de troost van een double dip orange & cherry.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant