Het kabinet wil niet speculeren over de motieven van de geweldplegers die zaterdag in Den Haag politieagenten en journalisten belaagden, de ruiten ingooiden bij D66 en het Binnenhof probeerden te bestormen. ‘Dat oordeel laten we bij politie en het OM.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Dat zei minister Foort van Oosten van Justitie en Veiligheid (VVD) dinsdag tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Van Oosten had zich ‘verschrikkelijk gestoord’ aan de beelden en noemde de rellen ‘Nederland onwaardig’, maar weigerde in te gaan op de politieke motivatie van de ‘relschoppers’. ‘Het oordeel over de motieven laten we bij politie en OM’, zei Van Oosten herhaaldelijk.
‘Ik weet niet wat ik hoor’, zei D66-Kamerlid Jan Paternotte. ‘Wie houdt u voor de gek? Er werd gesproken over kankerasielzoekers, over een kankergezwel dat zich uitbreidt. Instituties zijn aangevallen, journalisten. Er is ‘Sieg Heil’ geroepen. Waarom kunt u drie dagen later geen begin maken met de vraag waar dit vandaan komt?’
Van Oosten was niet te vermurwen. Het zou niet passen bij zijn rol als minister om te speculeren over politieke motieven. ‘Het is ongekend wat er heeft plaatsgevonden. Het viel niet te miskennen dat het het partijkantoor van D66 was, want er hing een vlag. Maar een oordeel over een motief is niet aan mij.’
Ook de minister had zich gestoord aan ‘uitingen en vlagvertoon’, zei hij, verwijzend naar de racistische leuzen die werden geroepen en het grote aantal mensen met prinsenvlaggen, de vlag die ook door de NSB werd gevoerd. ‘Ik heb daar afkeer van, maar dat is iets anders dan te zeggen: dit was het motief. Het is belangrijk dat dat goed onderzocht wordt. Ik ga geen analyse maken en zeker geen oordeel vellen.’
De houding van de minister riep woede op bij veel Kamerleden uit de linkse oppositie, die menen dat extreemrechts geweld pas kan worden bestreden als wordt erkend dat het geweld uit die hoek komt. ‘Wegkijken’, was het oordeel van Frans Timmermans (GroenLinks-PvdA). ‘Iedereen met gezond verstand heeft gezien wat er aan de hand was.’ Paternotte: ‘De minister danst eromheen. Het is vaagheid troef.’
Ook Mirjam Bikker (ChristenUnie) vond de reactie van Van Oosten onbevredigend: ‘Toen de hordes optrokken naar het Binnenhof, trokken ze op naar iets wat van ons allemaal is. Daar bevechten we onze meningsverschillen op vreedzame wijze. Doe een normerende uitspraak.’
Meerdere Kamerleden wezen op het feit dat het kabinet na de Maccabi-rellen van vorig jaar november meteen sprak van antisemitisme en wees op een ‘integratieprobleem’. Stephan van Baarle (Denk): ‘Na de Maccabi-rellen deed dit kabinet meteen de meest walgelijke uitspraken. Nu het gaat om nazi’s, om extreemrechts tuig, horen we ze niet.’
Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren): ‘Ik moet bijna een traantje wegpinken, zo ontroerd ben ik omdat de minister de rechtsstaat zo belangrijk zegt te vinden. Waar was die houding toen alle jongeren met migratieachtergrond in de verdachtenbank werden gezet?’
Van Oosten, die deze maand aantrad na de tweede val van het kabinet-Schoof, wilde geen vergelijking maken met de kabinetsreactie van destijds. Hij bleef zijn standpunt herhalen. ‘Ook ik heb met afschuw gekeken naar de beelden. Dit past in ons land niet. Maar wat in ons land ook niet past, is dat ik een oordeel ga vellen over wat er is gebeurd.’
Over de auteur
Sara Berkeljon is politiek verslaggever bij de Volkskrant.