Misdaadcijfers worden al decennialang misbruikt voor politiek gewin. Tijd om alle verklaringen voor dit schijnverband nog maar eens op een rijtje te zetten, stelt Barbara Zwirs.
Het viel natuurlijk te verwachten: Geert Wilders die ook bij de Algemene Beschouwingen de misdaadcijfers weer even moest misbruiken om mensen met een migratieachtergrond te demoniseren. We kunnen namelijk veel van Wilders zeggen, maar verrassend en vernieuwend is hij niet.
Al meer dan veertig jaar misbruiken rechtse politici misdaadcijfers om mensen met een migratieachtergrond in een kwaad daglicht te zetten: van Hans Janmaat in de jaren ’80 tot Frits Bolkestein in de jaren ’90, van Pim Fortuyn in 2002 tot Wilders in ons huidige tijdperk, met nauwelijks van elkaar te onderscheiden imitatoren als Dilan Yesilgöz, Joost Eerdmans en Caroline van der Plas. Als we het hebben over misbruik van misdaadcijfers kunnen we daarom met recht spreken van een ‘rechtse hobby’.
Barbara Zwirs is schrijver, docent Nederlands en voormalig universitair docent Criminologie.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat de intolerantie en xenofobie zijn toegenomen, waarvan we dit weekend nog de uitwassen zagen, is dan ook de verdienste van deze rechtse hobbyisten. Na tientallen jaren van dehumanisering en criminalisering van allochtonen, is een deel van onze bevolking namelijk daadwerkelijk gaan geloven dat etniciteit een oorzaak is van criminaliteit. En dat het uitzetten van mensen of het sluiten van grenzen dus heilzaam zou werken – met de nadruk op ‘heil’.
Naast dat het juridisch onmogelijk en moreel onwenselijk is, zou het vanzelfsprekend helemaal geen endlösung bieden voor het criminaliteitsvraagstuk. Ook als we de natte droom van Wilders realiseren en alle allochtonen het land uitzetten, zal criminaliteit niet verdwijnen. Criminaliteit wordt namelijk niet veroorzaakt door etniciteit, zoals rechtse politici hopelijk ook wel weten. We hebben het hier immers over een schijnverband, een verband dat veroorzaakt wordt door andere factoren.
Ten eerste: sociaaleconomische oorzaken. Schooluitval, werkloosheid en armoede vergroten de kans op criminaliteit. Wanneer onderzoeken corrigeren voor inkomen, opleiding en arbeidsmarktpositie, verdwijnen criminaliteitsverschillen tussen etnische groepen grotendeels (voor de rechtse roeptoeters: het resterende deel verdwijnt door verderop genoemde oorzaken).
Dit laat zien dat criminaliteit veroorzaakt wordt door sociaaleconomische omstandigheden en niet door etnische afkomst. Logisch ook: een lagere sociaaleconomische status hangt immers samen met minder legale kansen, meer stress en zwakkere bindingen, die de kans op criminaliteit vergroten.
Een tweede factor is leeftijd. Jongeren plegen meer delicten dan ouderen. De bekende age-crime curve is een universele bevinding en verklaart ook voor een deel waarom groepen met een jonge bevolkingsopbouw – waaronder veel migranten – oververtegenwoordigd lijken in de criminaliteit. Dat criminaliteit gedurende de adolescentie piekt, komt door factoren als impulsiviteit, risicobereidheid en groepsdruk. Voor de meeste jongeren is dit tijdelijk gedrag dat verdwijnt zodra werk, opleiding of gezinsleven meer stabiliteit en verantwoordelijkheid brengen.
Een derde risicoverhogende factor van criminaliteit is woonomgeving. Criminaliteit komt vaker voor in stedelijke gebieden, vanwege een lagere sociale cohesie, grotere ongelijkheid en meer gelegenheid. Mensen met een migratieachtergrond wonen vaker in steden (door werk, huisvesting en bestaande netwerken). Dus als je groepen vergelijkt zonder rekening te houden met stads- of buurtniveau, dan vergelijk je appels met peren, waardoor de peren (of de appels) onterecht oververtegenwoordigd lijken in de criminaliteitscijfers.
Een vierde cruciale factor is selectie in opsporing en vervolging. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat mensen met een migratieachtergrond vaker aangehouden en vervolgd worden, en vervolgens zwaarder gestraft worden dan mensen zonder migratieachtergrond. Ook bij hetzelfde gedrag. Etnisch
profileren en institutionele vooroordelen spelen daarbij een rol. De strafrechtketen is deels dus zelf verantwoordelijk voor de oververtegenwoordiging van migranten in criminaliteitscijfers.
Tot slot, het specifieke geval van asielzoekers: wie langdurig in een azc verblijft, zonder werk, taalaanbod of toekomstperspectief en opgesloten zit met veel mensen, ervaart verveling, stress en frustratie. Dergelijke opvangomstandigheden verhogen de kans op incidenten, ongeacht of er asielzoekers zitten, of u en ik. WODC-rapportages en COA-registraties tonen dat ongeregeldheden vaak samenhangen met bezettingsgraad, leefomstandigheden en gebrek aan een zinvolle dagbesteding of toekomstperspectief.
Kortom, het is (uiteraard) niet een migratieachtergrond die criminaliteit veroorzaakt. Het zijn factoren als werkloosheid, schulden, schooluitval, groepsdruk en slechte
opvangomstandigheden. Om dus daadwerkelijk iets aan criminaliteitsproblemen te doen, moet er geïnvesteerd worden in armoedebestrijding, onderwijs en werkgelegenheid. Daarnaast dient de strafrechtketen transparanter te opereren en onafhankelijk gecontroleerd te worden om etnisch profileren en discriminatie tegen te gaan.
Voor wat betreft de asielopvang: een zinvolle dagbesteding, taalaanbod en toestemming om te werken zullen niet alleen de spanning en incidenten op de korte termijn verminderen, maar ook de integratie op de lange termijn verbeteren. Het is echter de vraag of (extreem) rechtse politici dat überhaupt beogen; het daadwerkelijk aanpakken van problemen is nu eenmaal veeleer een ‘linkse hobby’.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant