Home

Juist degenen die zich niet kunnen wapenen tegen overmatige stress verdienen onze bescherming

is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.

In het laatste seizoen van de HBO-serie White Lotus komt een Amerikaans gezin aan in een luxueus sterrenhotel in Thailand. Bij het welkomstgesprek biedt een hotelmedewerker aan om de mobiele telefoons bij aankomst op te bergen in een speciale kluis als bijdrage aan ‘digitale detox’. Het gezin reageert onthutst, terwijl de oudste zoon Saxon hardop klaagt: ‘Wat moet ik hier de hele week doen zonder mijn telefoon?’

Het Volkskrant-interview met zorgbestuurder Bart Berden vorige week deed me denken aan die scene. Want ‘vorige week zaterdag heeft Bart geoefend. Zes uur lang was hij onbereikbaar. Zijn telefoon thuis, hij het centrum van Nijmegen in. Zijn collega’s wisten ervan, hij had ze van tevoren ingeseind. Toch voelde het onrustig. Continu bevoelde hij zijn zakken, wilde hij controleren of hij geen belangrijke boodschappen had gemist. Telkens kwam het besef: niet nodig, de telefoon ligt thuis.’

Beide fragmenten illustreren onze haast existentiële hang naar mobiele telefonie, zelfs (of juist) op vakantie of tijdens het weekend. Maar waarom hebben we constant het gevoel dat we altijd bereikbaar moeten zijn? Waarom denken we ‘altijd aan’ te moeten staan? Want ook terwijl ik dit schrijf staat mijn mailbox open, mijn telefoon aan en stromen er diverse appjes binnen.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Niet voor niets bestaat er in Frankrijk, Spanje en Australië een wet om onbereikbaar te zijn, om buiten werktijd offline en niet bereikbaar te mogen zijn. Want ondanks die out-of-office reply en ondanks die vijfdaagse of 40-urige werkweek is voor velen de verleiding te groot of de (in)formele werkcultuur te dwingend om tijdens vrije tijd, vakantie of weekend die werkmail of telefoon te negeren. Niet voor niets bereid ook de Tweede Kamer al langere tijd wetgeving voor zodat werknemers onbereikbaar mogen zijn. Die initiatiefwet ligt echter al vijf jaar op de plank.

Deze ‘right to disconnect’ is het arbeidsrechtelijk antwoord op toegenomen burn-out en stressklachten, en bevestigt onze bereikbaarheidsnorm. Het vormt een juridische correctie zodat mensen alleen tijdens werktijd bereikbaar hoeven zijn voor de werkgever. De wet op onbereikbaarheid doet namelijk in de landen waar deze wordt toegepast niets af aan de impliciet culturele norm van bereikbaarheid die ons allen teistert.

Nu komt die hang naar bereikbaarheid, hier in Nederland, een land met meer mobiele telefoons dan inwoners, veelal tot uitdrukking via onze smartphone, maar daartoe is het zeker niet beperkt. Want bereikbaarheid vormt een culturele constante conditie. Zo stelt de Duitse socioloog Hartmut Rosa dat zich in de moderniteit een bijzonder krachtig idee heeft ontwikkeld, namelijk dat de sleutel tot een goed leven ligt in de uitbreiding van ons bereik in de wereld. En dat doen we volgens een helder modern mantra: ‘Handel altijd zo dat je bereik in de wereld wordt vergroot.’ Ons bereik en wat we bereiken drukt dus een fundamentele verhouding uit.

Bovendien heeft het woord ‘bereik’ of ‘bereikbaarheid’ twee betekenissen. Namelijk een communicatieve betekenis, zoals het bereik van een mobiele telefoon of het bereikte publiek in de vorm van kijk- of luistercijfers. En daarnaast een doelmatige betekenis, waarmee een bepaalde vorm van verdienste of prestatie kan worden uitgedrukt, zoals het behalen van een diploma of bestemming.

Zowel het communicatieve bereikbaar zijn als doelmatige iets bereiken slaan beiden op het grondidee van bereikbaarheid. Zowel die existentiële noodzaak tot mobiele bereikbaarheid als onze prestatiemaatschappij, voortkomend uit wat filosoof Michael Sandel de ‘tirannie van verdienste’ noemt, toont bereikbaarheid als grondpatroon in ons leven. Wij lijken altijd en overal bereikbaar te moeten zijn en iets te moeten willen bereiken.

Maar dat moderne verlangen om bereik te vergroten drukt vooral dat uit: een verlangen. En daarmee is bereikbaarheid ook inherent tragisch. Want zodra de top van de Mount Everest is
bereikt, zal het voltooide verlangen zorgen voor doelverplaatsing, nieuwe doelen moeten worden gesteld. Zodra bereikbaarheid de norm is, zorgt onbereikbaarheid voor ‘een onrustig gevoel’, zoals bij Bert Berden.

Die vorm van zelfverwezenlijking heeft iets tragisch. Want die hang naar bereik voedt het constant onvoltooide, met rusteloosheid tot gevolg. Daarmee heeft die bereikbaarheidsnorm iets inherent tragisch, als constante Sisyphusarbeid of Tantaluskwelling.

Ieder jaar lopen de cijfers van mensen met overmatige stress, oververmoeidheid en burn-out op. Het is dus maar weinigen gegeven zich hieraan te onttrekken. En juist degenen die zich niet kunnen wapenen verdienen onze bescherming. Volgens mij alle reden om die initiatiefwet op de plank eens goed op te poetsen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next