Nederlandse huishoudens hadden in het tweede kwartaal van dit jaar meer uit te geven. De toename is vooral te danken aan de stijging van de lonen en sociale uitkeringen, blijkt uit nieuwe CBS-cijfers. De hypotheekschuld neemt ook toe.
Het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens was in het tweede kwartaal 2,8 procent hoger dan een jaar eerder, meldt statistiekbureau CBS. Het reëel beschikbaar inkomen is het netto-inkomen gecorrigeerd voor inflatie (prijsstijgingen).
Dat huishoudens meer te besteden hebben, komt vooral door hogere beloningen van werknemers. Dit geldt voor zowel mensen in loondienst als zelfstandigen. De totale beloning van werknemers lag in het tweede kwartaal 5,9 procent hoger dan eerder, dankzij hogere cao-lonen en een stijging van de sociale uitkeringen.
De cao-lonen waren 5,3 procent hoger en het aantal banen groeide met 1,5 procent. De sociale uitkeringen stegen 6,2 procent. Dat komt vooral doordat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het minimumloon, dat in dezelfde periode met 6 procent steeg.
Het CBS meldde dinsdag ook dat huishoudens in het tweede kwartaal meer uitgaven dan eerder werd gedacht. Deze uitgaven zijn belangrijk voor de Nederlandse economie, die hierdoor in het tweede kwartaal sterker groeide dan eerder werd gedacht.
De stijging van het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens is terug te zien in onderstaande grafiek.
De Nederlandse hypotheekschuld steeg met 12,6 miljard euro ten opzichte van het voorgaande kwartaal. De hypotheekschuld stijgt sterker dan vorig jaar doordat de woningprijzen omhoog blijven gaan en doordat er meer woningen werden verkocht.
De hypotheekschuld als percentage van het bbp steeg in het tweede kwartaal van 79,1 procent naar 79,2 procent. "Dit is de eerste stijging na het eerste kwartaal van 2021", schrijft het CBS.
Source: Nu.nl economisch