Home

Schaduwvijand

Soms, als ik plekken passeer die ik niet ken, heb ik de gewoonte om de plaatsnaam hardop te lezen. Dus toen ik onlangs met mijn liefde naar het zuiden van het land reed, en we een afslag naar een plaats met een vreemde samenstelling van letters passeerden, las ik hardop: Go-rin-chem.

„Gorkem”, corrigeerde mijn liefde naast me. Ik dacht dat hij een grapje maakte en het duurde een volle tien minuten aan discussie voordat hij me ervan had weten te overtuigen dat hij me niet in de maling nam, maar dat het toch – echt waar – op die manier werd uitgesproken.

Ik woon nu al sinds mijn kleuterjaren in Nederland maar de route naar integratie blijkt steeds opnieuw eindeloos, of in elk geval veel langer dan ik had kunnen vermoeden. Het is om moedeloos van te worden. En moedeloos ben ik, nu eigenlijk voor het eerst in mijn leven, door de beelden van de anti-migratieprotesten in Den Haag afgelopen zaterdag. Moedeloos van het uitvoeren van wat elke kleurling in het Westen zichzelf heeft voorgehouden: twee keer harder werken dan de witte ander, zodat je kan komen waar hij is. Om er vervolgens achter te komen dat die plek altijd ter discussie zal worden gesteld.

De tocht naar succesvolle integratie, bedacht ik, is niet eindeloos, maar gewoon kansloos. Want terwijl je jezelf als ambitieuze immigrant soms voor de kop slaat omdat je een detail over het hoofd hebt gezien, blijken er buiten jou veel grotere machten aan het werk die je überhaupt niet willen zien slagen.

Er is geen schaamte meer voor racisme, zelfs niet voor fascisme. Zaterdag werd er trots met de Prinsenvlag – ooit gelinkt aan de NSB – gezwaaid. Het logo van de VOC werd her en der omhooggehouden. Extreemrechtse groepen als Voorpost en Defend NL waren aanwezig . Een spandoek riep op tot ‘remigratie’. Het is duidelijk: het strengste asielbeleid is niet streng genoeg. Wat ze willen is een volledig wit Nederland, schoongewassen van elke buitenlandse smet. Hun opvattingen klinken extremistisch, maar hadden nooit kunnen woekeren als het huidige klimaat niet zo uitgesproken xenofoob was.

Ik keek naar de beelden en ik zag het: hoe lekker het voelde voor deze mensen, om te slopen en te vernielen, om te haten, ja, om de ander, die zij niet zijn, zo diep te verachten dat alle onvrede en verveling zich kan richten op dat ene simpele doelwit: de migrant.

Het is bevreemdend om dat doelwit te zijn. Beangstigend, ook. Mensen om me heen, die toch wel voor behoorlijk hete vuren hebben gestaan tijdens hun leven als migrant in Nederland, beginnen bang te worden. Ik hoorde het op Mart Radio, een spil in de Surinaamse gemeenschap, dat dit weekend werd overspoeld door telefoontjes van mensen die zich niet meer veilig voelen. Het verschil met pakweg vijftien jaar geleden is dat racisme succesvol is verpakt als oprechte bezorgdheid van de gewone burger. Het excessieve geweld van zaterdag wordt door de meeste media toegewezen aan voetbalhooligans, die er inderdaad ook waren. Daardoor kan het lijken alsof hun racistische overtuigingen losstaan van de gewone samenleving. Dat we in hoog tempo afglijden naar een land vol schaamteloos racisme, dat lijkt bij niemand echt door te dringen. Behalve bij ons, de migranten. Het is alsof we in gevecht zijn met een schaduwvijand: een schim op de muur die onkwetsbaar is, want onecht. De werkelijke vijand is buiten beeld. Het is de haat, zo menseigen en daarom zo machtig, dat elke strijd ertegen kansloos is. Het protest van zaterdag maakte alleszins duidelijk dat integratie nooit de bedoeling was. Het is slechts een van de vele stokken waarmee bij ons het besef erin moest worden geslagen: we zullen nooit goed genoeg zijn.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next