is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Jerry Greenfield heeft de handdoek in de ring gegooid. De oude hippie die het ijsmerk Ben & Jerry’s oprichtte in de bergen van de Amerikaanse staat Vermont, heeft het geloof verloren. Hij denkt niet dat er nog iets van de oude idealen te behouden valt en is opgestapt als ambassadeur, de laatste functie die hij nog had. Zijn toenmalige partner en mede naamgever Ben Cohen moddert nog even door om te redden wat er te redden valt.
In 2000 verkochten Ben Cohen en Jerry Greenfield hun ziel aan de duivel. Ze stemden in met de overname van hun eigen ijsmerk Ben & Jerry’s door het machtige Unilever. Ze stonden onder druk van hun mede-aandeelhouders, maar ze hadden er ten koste van een ruzie een stokje voor kunnen steken. Maar ze hoopten met de afgedwongen garanties ook onder Unilever bij te kunnen dragen aan een betere wereld van duurzaamheid, vrede en rechtvaardigheid.
Binnen Unilever bedongen ze een uitzonderingspositie. Ze mochten zelf de managers benoemen en het sociaal-activistische beleid uitstippelen. Onder de Unilever-CEO’s Paul Polman en Alan Jope, die duurzaam en sociaal ondernemen propageerden, lukte dat heel aardig. Maar toen de beurskoers minder rooskleurig bleek, dwongen de Unilever-aandeelhouders het concern de prioriteiten te verleggen van wereldverbetering naar winstmaximalisatie.
Unilever is nu bezig zijn ijsdivisie te verzelfstandigen onder de naam Magnum. In november moet dat bedrijf een beursnotering krijgen en dan moeten er geen lastpakken meer zijn. Enkele weken geleden stelden Ben en Jerry voor het bedrijf terug te kopen voor 2 miljard dollar - 25 jaar geleden betaalde Unilever er 300 miljoen voor - maar Unilever had daar geen oren naar. Het ijsmerk is te winstgevend. En er zijn praktische problemen; Ben & Jerry’s laat tegenwoordig zijn ijs ook produceren bij andere Unilever-fabrieken in de wereld, zoals de Ola-fabriek in Hellendoorn.
Over de duurzaamheid en gezonde karakter van het volvette roomijs van Ben & Jerry’s valt te redetwisten. Maar aan de politieke idealen van de oprichters valt niet te twijfelen. Sinds de oprichting in 1978 hebben ze zich verzet tegen hebzucht, onderdrukking en de weggooimaatschappij. Hun ijsbekers met speelse namen als Chunky Monkey, Spectacu-love en Bohemian Raspberry waren pamfletten tegen homofobie, atoomwapens en bankiersbonussen.
In 2011 steunden ze de Occupybeweging. In 2016 werden de oprichters gearresteerd toen ze bij het Capitool een demonstratie hielden tegen de macht van de banken. En in mei werden ze uit een senaatszitting verwijderd tijdens een sit-in tegen de oorlog in Gaza.
Het conflict met hun baas Unilever escaleerde pas toen werd besloten geen ijs meer te verkopen in de ‘door Israël bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever’. Nadat Unilever daarop had besloten dit deel van Ben & Jerry’s te verkopen aan de licentiehouder, waren Cohen en Greenfield woedend en daagden Unilever voor de rechtbank. Tevergeefs.
Ben & Jerry’s is nu eigenlijk alleen nog maar Ben’s. Totdat Ben Cohen ook de handdoek in de ring gooit en de idealen met de peace & love-generatie ten onder gaan.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant