Schoonheid met rafelranden De schilderijen van Ivna Esajas in museum De Fundatie zijn een viering van het leven, zonder de schaduwzijden ervan te verhullen. Centraal in haar werk staan zwarte vrouwen.
Ivna Esajas, ‘Between holding on and letting go’, mixed media op canvas, 2021.
Het gaat goed met kunstenaar Ivna Esajas. Ze beleeft een renaissance: nadat ze in 1996 cum laude afstudeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), begon ze 25 jaar later aan de tijdelijke master Blacker Blackness (2021-2023), die zich richt op zwarte representaties in de kunst, aan het Sandberg Instituut. Afgelopen mei ontving Esajas de ABN Amro Kunstprijs 2025 voor vrouwelijk talent. Als onderdeel van de prijs zal ze vanaf 15 november exposeren in het Stedelijk Museum Amsterdam.
Ivna Esajas. In The Garden of My Good Days, Museum de Fundatie in Zwolle. Info: museumdefundatie.nl
Maar eerst is er In The Garden of My Good Days in Museum de Fundatie in Zwolle, Esajas’ eerste museale solotentoonstelling. Een viering van het leven, zonder de schaduwzijden ervan te verhullen. Treffend is het eerste werk waarmee Esajas opent: …& the beautiful (2023). Een groep in elkaar verstrengelde vrouwelijke figuren in melancholische blauw is omgeven door klimplanten.
De figuren op de doeken – Esajas schildert voornamelijk zwarte vrouwen – zijn met elkaar verbonden. Er lijkt geen afstand tussen hen te bestaan. Ondanks de haast claustrofobische nabijheid lijken de figuren zich juist heel erg op hun gemak te voelen bij elkaar. Zonder erotische spanning.
De expositietitel is afkomstig uit The Ragged and the Beautiful, een prachtig gedicht van de Jamaicaanse dichter Safiya Sinclair (1984). Vrij vertaald: ‘Hier in het hart/ van mijn hart waar het nooit stopt met regenen/ Ben ik een buitenstaander die naar binnen kijkt. Maar in de tuin/ van mijn goede dagen, is geen lichaam verkeerd.’ (‘Here in the heart/ of my heart where it never stops raining, / I am an outsider looking in. But in the garden/ of my good days, no body is wrong.’)
De ‘tuin van de goede dagen’ is hier bedoeld als een paradijselijke plek waar zwarte schoonheid kan bloeien. Die schoonheid is niet onwetend en onschuldig zoals in het paradijs van Adam en Eva, maar gerafeld door kennis over de koloniale geschiedenis. Die rafelrandjes komen overal terug: de kunstenaar schildert soms ook op de achterkant van de doeken, zodat de latten zichtbaar zijn waarop het doek gespannen is.
De museumopstelling is net alsof je het schilderij in loopt: de muren bestaan uit latten en gespannen doeken, waar de schilderijen de ene keer hoog en de andere keer op knielhoogte zijn geplaatst. Het imposante werk A love story (2025) steunt op twee betonnen tegels. Door de vloeiende houtskoollijnen en het Madonna-blauw doet het schilderij aan glas-in-lood denken. Boven de groep mensen die elkaar innig omhelzen en vasthouden, slaat een grijze gans een beschermende vleugel om het gezelschap heen. Het beeld echoot de slotregels van Sinclairs gedicht (vrij vertaald): ‘We zijn net genoeg van onszelf om de wind in onze veren te vangen, / en zo perfect weg te vliegen’. (‘We are just enough of ourselves to catch the wind in our feathers, / and fly so perfectly away.’)
De zwarte utopie waarin zwarte mensen kunnen ontspannen en genieten zonder zich te hoeven verhouden tot de dominante witte norm, is al langer een terugkerend thema in de kunst en daarbuiten. Het afrofuturisme kwam in de jaren zeventig op vanuit de Afrikaanse diaspora en werpt de vraag op, hoe de zwarte toekomst eruit zou zien zonder onderbreking van kolonialisme. Een hedendaagse representant is kunstenaar AiRich met haar afrofuturistische collages. Ook wijdde fotograaf Tyler Mitchell in 1995 er de tentoonstelling I Can Make You Feel Good aan in Foam Fotografiemuseum.
Ivna Esajas, ‘No title yet’, mixed media op doek, 2024. Collectie van de kunstenaar
Mitchells portret Untitled (Two Girls in Embrace) (2018) roept gelijkenissen op met Esajas’ werk: de twee vrouwen vormen een sisterhood, de achterste in roze omhelst de voorste in felgroen. Samen kijken ze fier vooruit naar een horizon buiten het kader. De ondersteuning wordt benadrukt door de roze gehandschoende hand om het felgroene middel van haar zuster. Het trekt net zo opvallend de aandacht als de door Esajas geschilderde handen en voeten.
Opvallend is dat Esajas’ solotentoonstelling ook werk van twee andere kunstenaars bevat: Valentine Okon Efiong (Lagos 1957-2021 Amsterdam) en Frank L. Creton (Nickerie 1941). De in Nederland geboren Esajas lijkt zich hiermee nadrukkelijk in een traditie te plaatsen van haar voorgangers: een verbreding van de geijkte canon. Naast de felgekleurde werken van Efiong en Creton is Esajas’ werk dromeriger, met zachter kleurgebruik.
Esajas gaf eerder aan dat ze niet graag met de media praat omdat het dan om vanalles gaat, behalve over het werk zelf. Ze lijkt zich te beroepen op het ‘recht op opaciteit’, het recht om ongezien te blijven. Met dit concept pleitte de Martiniquaanse denker Eduouard Glissant (1928-2011) voor een benadering van kunst waarbij het werk noch de maker wordt gereduceerd tot stereotypen. Het vraagt de kijker om empathisch te kijken en luisteren.
Deze expositie is daar een warm welkom toe. Op de bovenste verdieping van Museum de Fundatie in Zwolle loop je letterlijk het schilderij in, de binnenwereld van Esajas. Hoe hard, veroordelend of melancholisch het leven ook mag zijn, in de kern moet je een tuintje verzorgen om met je zussen, vriendinnen en tantes ongezien te ontspannen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC