Strafzaak De geruchtmakende zaak tegen de Belg Flor B. – verdacht van het invoeren van 16.000 kilo cocaïne – is vertraagd door wraking van de rechter. Het is een van de strafzaken die toont hoezeer de Nederlandse drugscriminaliteit is verweven met de Belgische. „Netwerken uit beide landen werken al vele decennia samen.”
De Belgische advocaat Hans Rieder arriveert in Brussel bij de rechtbank voor de rechtszaak tegen de internationale drugsbende.
Terwijl een zwaarbewapende agent Flor B. van handboeien ontdoet, kijkt de 39-jarige Vlaming fier de stampvolle zaal in van de extra beveiligde rechtbank in Brussel. In lichtgrijs pak gestoken torent de verdachte boven alle aanwezigen uit bij de aanvang van zijn strafzaak, vorige week maandag.
Vanwege de vrees dat verdachten zouden ontsnappen, heeft de rechtbank Brugge het proces verplaatst naar het gerechtsgebouw in Brussel, gevestigd in het oude NAVO-hoofdkantoor. Dat is omgebouwd tot een vesting voor de processen tegen de terroristen achter de aanslagen op vliegveld Zaventem en de Brusselse metro in 2016.
De strafzaak rond B. wordt door de Nederlandse opsporingsautoriteiten met argusogen gevolgd. B. is de spil in een crimineel netwerk dat een aantal Nederlandse verdachten kent en in de Belgisch-Nederlandse grensregio opereerde. Zo werd in 2020 in Eindhoven ongeveer 13 miljoen euro contant geld van B. gevonden.
Vermoedelijk was dat bedrag bestemd voor de Braziliaanse handlanger van B., te weten Sergio de C., een voormalig majoor. Ze zijn hoofdverdachten in een zaak die draait om de import van 16.000 kilo cocaïne in 2019 en 2020. De drugs hadden volgens het Belgische Openbaar Ministerie een waarde van 440 miljoen euro.
Evenals B. wordt ook de 67-jarige De C. vergezeld door twee bewapende politiemannen met bivakmutsen die de Braziliaan in de Brusselse rechtszaal geen seconde uit het oog verliezen. Het is een tafereel dat op de publieke tribune de vraag oproept in hoeverre een rechter nog onbevooroordeeld naar verdachten kan kijken wanneer die aldus worden binnengebracht.
Deze zogeheten onschuldpresumptie – een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen – wordt enkele dagen later de inzet van een rel die door de Vlaamse media breed wordt uitgemeten. Louis De Groote, raadsman van weer een andere cruciale handlanger van B., vraagt op donderdag of hij over de zware beveiliging enkele opmerkingen mag maken.
De rechtbankvoorzitter weigert dat verzoek, bevreesd voor de zoveelste vertraging van deze immense strafzaak, waarin naast B. en De C. nog dertig verdachten worden vervolgd. Hij wil dat het OM nu eindelijk kan ingaan op de beschuldigingen tegen de individuele verdachten. Daarop verlaten de advocaten en verdachten de zaal.
Als advocaat De Groote na de lunch opnieuw het woord wil nemen, wordt hij met een andere advocaat door de parketpolitie uit de zaal gezet: „Manu militari” schrijft de Vlaams krant De Standaard: met harde hand. Het gaat gepaard met veel commotie en een scheldpartij. Enkele advocaten maken de parketwachters en de rechtbank hoorbaar uit voor „smeerlappen” en „crapuul”, Vlaams voor ‘geteisem’ of ‘schorem’.
Nadat de zaak is stilgelegd verwoordt Hans Rieder, advocaat van hoofdverdachte B., tegenover de pers de stemming onder advocaten. „We zijn in een soort fascistisch systeem terechtgekomen”, zegt Rieder.
Maandagochtend hebben twaalf advocaten de rechtbankvoorzitter gewraakt, die heeft laten weten zich niet terug te trekken. En dat betekent dat de rechtbank gaat oordelen over mogelijke vooringenomenheid van de voorzitter. De zaak ligt minstens tot 12 november stil.
De gebeurtenissen in de zaak rond B. staan niet op zichzelf. In een andere megazaak rond cocaïnesmokkel is de rechtbank al twee keer gewraakt. Die zaak – Costa genaamd – draait om de smokkel van minstens 25.000 kilo cocaïne door vier criminele netwerken die elkaar diensten verleenden.
‘Bolle’ Jos Leijdekkers is een van de criminele kopstukken in deze zaak die bijna zestig verdachten telt. Het grootste transport in dit onderzoek – 11.500 kilo cocaïne verstopt in een container met schroot – staat op naam van een groep rond Geert F., de voormalig leider van de verboden motorbende Bandidos.
B. en F. kennen elkaar goed, zo blijkt uit chatberichten die ze elkaar stuurden met cryptotelefoons. „Alles goed daar, Snor?”, vraagt F. in augustus 2020 aan B. „Ja, gaat wel en daar?”, antwoordt B. Daarna beklaagt hij zich over de hack van Encrochat, een van de aanbieders van versleutelde telefoons. „Vandaag wel slecht nieuws van die encro. Hebben gewoon alles van me: chatberichten en ook geluidsopnames.”
Het is die informatie, verstuurd via Encrochat en concurrent Sky ECC, die inzicht heeft verschaft in de soms nauwe samenwerking tussen criminele netwerken uit België en Nederland. In die zin hebben de woorden van B. tegen F. voorspellende waarde. Het onderzoek rond F. bevat achttien Nederlandse verdachten, bijna een derde van het totaal. In de zaak van B. spelen in totaal zes Nederlanders een rol.
Een van hen is Peer S. uit het Brabantse Eersel, niet ver van grensplaats Lommel: de geboorteplaats van B. Bij het grote publiek is S. geen bekende naam, maar hij behoort sinds het begin van de jaren negentig tot de top van de Brabantse pillenmaffia.
Op het lange strafblad van S. staan onder andere twee veroordelingen van twaalf jaar voor grootschalige smokkel van xtc en cocaïne, in 2006 en 2025. In de tussentijd heeft hij B. leren kennen.
Het Belgische OM ziet S. als „de leermeester” van de ruim twintig jaar jongere B., die enkele jaren een relatie had met een van de dochters van S. Die relatie hield geen stand, maar de criminele vriendschap tussen B. en S. wel.
Naast persoonlijke relaties gaat de verwevenheid tussen Belgische en Nederlandse organisaties veel verder. De tien cocaïnetransporten van in totaal 16.000 kilo waarvoor B. en De C. worden vervolgd, kwamen allemaal binnen via de haven van Rotterdam. En hoewel F. smokkelde via de haven van Antwerpen, was een aantal van zijn transporten bestemd voor Nederlandse bedrijven. Criminele netwerken gebruiken zowel Belgische als Nederlandse infrastructuur.
Een derde onderzoek naar cocaïnesmokkel geeft ook blijk van die verwevenheid. Het betreft de smokkel via de haven van Vlissingen, waar zowel het Belgische als Nederlandse OM onderzoek naar doet. Daaruit blijkt dat de directie van het havenbedrijf Bulk Terminal Zeeland (BTZ) door een Belgisch-Nederlands crimineel netwerk is omgekocht. Een legaal bedrijf, gecorrumpeerd door criminelen uit België. Via BTZ is volgens het OM begin 2021 bijna tweeduizend kilo cocaïne het land in gesmokkeld. Er lagen plannen voor nog eens tweeduizend kilo.
Hoofdverdachte in dit onderzoek – dat in België de naam Kookwas kreeg – is de Bosniër Sani Al M., een handlanger van B. die ook in zijn zaak wordt vervolgd. De strafzaak tegen in totaal 23 verdachten begint eind september in de rechtbank Dendermonde. Al M., die lange tijd in Antwerpen heeft gewoond, gaat daar geen acte de présence geven: hij is voortvluchtig.
De Nederlandse strafzaak tegen drie directieleden van BTZ begint in november.
Dat de hoofdverdachten in dit onderzoek in België terechtstaan, is tekenend voor de kantelende verhoudingen tussen Belgische en Nederlandse criminele netwerken. Opsporingsinstanties gingen jarenlang ervan uit dat minstens 80 procent van de cocaïne die via Antwerpen, Rotterdam en Vlissingen werd binnengesmokkeld, voor in Nederland gevestigde criminelen was bestemd. Die trend lijkt gekeerd: de drie grootste strafzaken naar cocaïnesmokkel lopen nu in België. Weliswaar komen de verdachten deels uit Nederland, maar op Jos Leijdekkers na worden alle hoofdrollen vertolkt door Vlamingen of in Antwerpen opgegroeide vluchtelingen van de Balkan.
Binnen de opsporing is het de vraag af of de verhouding tussen Belgische en Nederlandse criminelen al niet veel langer verschuift. „Netwerken uit België en Nederland werken al vele decennia samen”, aldus een magistraat die werkt in het zuiden. (Naam bekend bij de redactie.) „Door het onderschepte berichtenverkeer uit Encrochat en Sky komt dat nu beter in beeld. Dankzij succes bij de aanpak van drugscriminaliteit zijn er gaten gevallen in netwerken die door anderen worden opgevuld.”
Rob van Bree, politiechef van de Landelijke Eenheid Opsporing en Interventie wijst naar de „consequente” aanpak van de internationale drugshandel. „Door interventies in de Rotterdamse haven zien we dat de criminaliteit zich verplaatst, naar andere havens in Nederland, maar ook naar Antwerpen.”
Volgens Van Bree is het niet verwonderlijk dat nu Vlaamse smokkelaars opduiken als leiders van die netwerken. „Als het werk zich deels verplaatst, verplaatsen het geweld en de sleutelspelers zich ook.”
Met als gevolg dat in Belgische rechtbanken nu ook de worsteling met de zware georganiseerde misdaad zichtbaar wordt. Die criminaliteit is geïmporteerd, volgens een in Vlaanderen wonende Nederlandse smokkelaar : „In de jaren tachtig en negentig trokken Nederlanders naar België, omdat het aantrekkelijk was voor smokkelaars. De Belgen hebben het vak van ons geleerd.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC