Home

Een brillenroof waar de rechter snel klaar mee is: ‘Wij zijn niet de moraalpolitie’

Twee vriendinnen zijn een avondje aan het stappen en zien een onbewaakte, dure brillenkoker liggen op de bar. Het slachtoffer zit ook in de rechtszaal. „Ik heb ontzettend met u beiden te doen”, zegt de rechter.

De zaak

In het najaar van 2024 was Fleur B. (35) een avondje aan het doorzakken met vriendinnen in haar stamkroeg in Blaricum. Als gevolg daarvan zit ze op deze druilerige septemberochtend in de rechtbank van Almere. Ze draagt een getailleerd zwart jasje en in haar lange zwarte haar heeft ze een gouden klem.

Er is die avond iets gebeurd met een brillenkoker op de bar, waarin een zonnebril van Prada en een bril op sterkte zaten. Samen met een vriendin zou Fleur B. die bril gestolen hebben. Op de stoeltjes voor publiek zit een blonde vrouw, die met Fleur is meegekomen. De rechter vraagt of dat de andere verdachte in deze zaak is – die op een andere dag al veroordeeld is. B. schudt van nee. „Die vriendschap is enigszins bekoeld”, zegt haar advocaat.

Het slachtoffer, een man in een grijze tweed-colbert, zit ook op de publieke tribune. Hij wil graag een schadevergoeding voor het totale bedrag dat hij voor de brillen, die nooit meer zijn teruggekomen, heeft betaald: twaalfhonderd euro.

Van de gebeurtenis in de kroeg zijn camerabeelden gemaakt die inmiddels niet meer bestaan omdat ze automatisch zijn gewist. De politie heeft wel beschreven wat er op die beelden te zien is. „Vrouw één pakt de brillenkoker op en bekijkt de inhoud. Ze geeft de brillenkoker aan vrouw twee. Dan lopen ze ermee weg.”

Fleur B., vrouw één in de beschrijving, herinnert zich dat ze de koker terug op bar legde en dat haar vriendin die toen pakte. „De koker lag al best lang onbeheerd op de bar. Dus ik ging even kijken wat het was. Ik heb het opengemaakt en teruggelegd.” De eigenaar van de koker zegt dat hij even buiten een sigaret aan het roken was.

De rechter ziet het voor zich, zegt ze. „U bent nieuwsgierig, u maakt het open. U hebt net gezegd dat u het heeft teruggelegd, maar in een andere verklaring zegt u ook dat u het aan uw vriendin heeft gegeven. Om te laten zien denk ik.”

„Ik had ook een slok op”, zegt Fleur B. „Ik heb in ieder geval nooit de intentie gehad om het te stelen.”

En wat deed uw vriendin, vraagt de rechter. Die vriendin, zegt B., heeft de bril verstopt in de wc – maar dat hoorde B. pas toen de politie in de kroeg was aangekomen. De vriendin is de bril later nog gaan zoeken, maar kon die toen niet meer vinden.

De rechter vraagt aan de officier van justitie wat er gebeurd is in de zaak van de vriendin, die al ter zitting is geweest. B. antwoordt met een snik in haar stem: „Nou, die heeft dus strafvermindering gekregen omdat ze mee heeft gewerkt, en ík zit hier.”

B. werd boos op de politieagenten toen die na een melding in de kroeg aankwamen. „Ik moest mee naar achteren en ik dacht alleen maar: zoek het uit. Ga die camerabeelden maar bekijken. Ik ben niet iemand die rustig blijft op zo’n moment. Het is mijn stamkroeg, ik kom er iedere week.”

Dat ze boos heeft gedaan tegen de politie helpt niet mee in haar zaak, zegt de rechter.

„Los van het strafrechtelijke zit er ook een andere component aan: waarom zit je aan spullen die niet van jou zijn?” B. zegt dat ze „gewoon even ging kijken”. „Dat doe je gewoon als iets ergens lang onbeheerd ligt.”

„Of je zegt het tegen het personeel”, zegt de rechter.

Het slachtoffer, de man in het tweed-colbert, krijgt ook het woord. „Als ze de bril gewoon terug hadden gegeven had ik geen aangifte gedaan.” Hij hoopt dat hij de twaalfhonderd euro helemaal terugkrijgt.

Het oordeel

De officier van justitie vindt dat B. gestraft moet worden omdat zij „op enig moment als heer en meester heeft beschikt over de koker”. „Toen de politie kwam had mevrouw moeten zeggen hoe het was gegaan, maar dat deed ze niet. Toen de politie bij haar aan de deur kwam, was ze zelfs bijdehand en schold ze.” De officier vraagt de rechter om een taakstraf van 20 uur, en vindt dat ze haar deel van de dagwaarde van de brillen moet betalen. Niet het hele bedrag, want spullen verminderen nu eenmaal in waarde.

„Ik heb ontzettend met u beiden te doen”, zegt de rechter tegen de verdachte en het slachtoffer. „Maar eerder vandaag was er een ontvoeringszaak, en nu hebben we het over twee brillen.” Ze gaat hen niet langer in spanning houden, zegt ze. Tegen Fleur B.: „Ik ga u vrijspreken.” B. slaakt een zucht van verlichting. „Uit alle beelden blijkt dat u de koker heeft vastgehouden en daarna heeft overgedragen.” Het lijkt er volgens de rechter niet op alsof zij de intentie had om zich de bril toe te eigenen. „Dit is strafrechtelijk geen verwijtbaar handelen, en wij zijn niet de moraalpolitie.”

De rechter zegt niet te begrijpen hoe in de zaak van de voormalige vriendin van Fleur B. tot de veroordeling is gekomen. De vriendin moest een boete van 400 euro betalen, en een vergoeding van 182, 90 aan het slachtoffer – die daar nog niets van heeft gehad. „Ik blijf met vraagtekens achter”, zegt de rechter.

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next