is columnist voor de Volkskrant en doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
In deze rubriek wil ik af en toe aandacht besteden aan wat ik de zeer particuliere klassiekers noem. Je hebt de algemene klassiekers die iedereen leest en bijna iedereen goed vindt, ik noem een Catcher in the Rye. Dan heb je de klassiekers die je eigenlijk moet lezen maar waar je al jaren tegenaan hikt, ik noem een De donkere kamer van Damokles. En dan heb je de geheel particuliere klassiekers, die je alleen zelf als onderdeel van de literaire canon ziet. Een van die boeken is voor mij Het geluid van vallende sneeuw van Jannie Regnerus, ondertitel: Herinnering aan Japan.
Meerdere elementen die ik fijn vind, komen in dit boek samen: Japan, een vrouw die een nieuwe wereld ontdekt, een memoir, en waar ik dan weer erg van hou binnen dat genre: een memoir over een héél specifieke periode in iemands leven.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘De gevoelige periode’ is een term van Maria Montessori: zij bedoelde daarmee dat een kind in zijn ontwikkeling op bepaalde momenten heel gevoelig is om bepaalde dingen te leren (zoals de vorm van letters, middels het voelen aan schuurpapieren, grote uitgeknipte letters). De gevoelige periode wordt in dit boek gevormd door een land: Jannie Regnerus woont een jaar in Japan, een voor haar redelijk nieuw land, en daarom is ze voor alles wat ze ziet ontvankelijk. Bovendien is ze kunstenaar, dan ben je ontvankelijk van nature.
Haar kunstwerken, hoort ze altijd van anderen, zijn ‘zo Japans’, en daarom heeft ze het voor elkaar gekregen om een beurs te krijgen om er te werken. Een Japanse vriendin van haar zegt dat haar werk ‘mono no aware’ is, dat betekent: ‘kleine dingen die je ziel beroeren’. En dat is precies wat dit boek ook is.
Tijdens haar residentie ontmoet Regnerus galeriehouder Hideki, die haar overhaalt om kunst te gaan maken in een volstrekt afgelegen pension. Regnerus sputtert tegen: in de tijd dat ze daarheen zou moeten gaan, is in Tokio de kersenbloesemexplosie. Maar Hideki praat haar om met twee argumenten: ‘Weet je niet dat de ware schoonheid van bloesem schuilgaat in het lange wachten erop?’, en: ‘Bloesem vertrapt op de stoepen is nog mooier dan hangend aan de bomen.’
Het is Regnerus’ oor voor goeie teksten die dit boek zo heerlijk maakt. Dat zie je ook aan de citaten uit brieven van haar moeder uit Nederland. ‘Hier gaat alles goed, je vader en ik hebben net de koffie op en zo dadelijk fiets ik naar het dorp om karnemelk in te slaan. Je vader schildert het buitenwerk.’
En: Jannie Regnerus heeft natuurlijk ook een goed oog. Er staan in het boek prachtige foto’s van haar. De in driehoekvorm uitgestalde leenslippers voor een tempel. Een tuinvrouw op een begraafplaats. Japanse wegwerkers die in hun pauze dutten op het asfalt. Allemaal heerlijk mono no aware.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant