De Raad van State kraakt het wetsvoorstel waarmee demissionair minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting het wil verbieden om bij de verdeling van sociale huurwoningen voorrang te geven aan statushouders. Het voorstel leidt tot ongelijke behandeling en is daardoor in strijd met de Grondwet.
is chef van de politieke redactie.
Het wetsvoorstel werd voor de zomer ingediend bij de Raad, de belangrijkste adviseur van het kabinet als het gaat om nieuwe wetgeving. BBB-bewindsvrouw Keijzer wil ermee een einde maken aan de praktijk dat statushouders – mensen die hier met succes asiel hebben aangevraagd – in veel gemeenten behoren bij de groepen die voorrang (kunnen) krijgen bij de verdeling van sociale huurwoningen.
Die voorrang geldt bijvoorbeeld ook voor andere groepen die met spoed woonruimte zoeken omdat zij anders geen dak boven hun hoofd hebben, zoals kwetsbare gezinnen met jonge kinderen, ex-gedetineerden, mensen die uit een blijf-van-mijn-lijfhuis komen, mensen met medische beperkingen en mensen wier huis is afgebrand.
Statushouders horen in veel gemeenten ook bij de voorrangsgroepen, al is het maar omdat gemeenten van het Rijk voortdurend verzoeken krijgen om meer woonruimte voor statushouders te vinden. Vanwege het gebrek daaraan zitten veel asielzoekerscentra overvol met mensen die al een verblijfsvergunning hebben gekregen maar nergens naartoe kunnen.
Keijzer wil niettemin dat statushouders uit dat doelgroepenbeleid worden gehaald en voert daarmee een afspraak uit die in het Hoofdlijnenakkoord van het demissionaire kabinet vorig jaar werd gemaakt.
De minister vindt het voorrangsbeleid moeilijk te verkopen aan de kiezers. ‘Nederlandse twintigers en dertigers wonen bij hun ouders op zolder of delen met twee of drie een appartement. Ik vind dat dit ook moet gelden voor alleenreizende jonge statushouders’, zei ze er in augustus over op de EO-radio.
Maar dat stuit op grote bezwaren, maakt de Raad van State maandag duidelijk. Die merkt op dat statushouders behoren tot de mensen met een achterstandspositie op de woningmarkt.
‘Dit wetsvoorstel ontneemt gemeenten de mogelijkheid om deze achterstand met een voorrangsregeling te compenseren. Als een instrument voor ongelijkheidscompensatie voor één bepaalde groep wordt ingetrokken, terwijl die groep zich niet in een gelijke uitgangssituatie bevindt, leidt dit tot ongelijke behandeling (...) Hierdoor komt het wetsvoorstel in strijd met het door de Grondwet gewaarborgde recht op gelijke behandeling.’
In haar toelichting op het wetsvoorstel benadrukt Keijzer dat het niet haar bedoeling is om statushouders het recht op woonruimte te ontzeggen. Ze dringt er bij gemeenten juist op aan snel veel meer speciale woonruimte voor hen te bouwen, bijvoorbeeld door het ombouwen van leegstaande overheidsgebouwen en het bouwen van tijdelijke woningen.
Dat is de Raad van State niet ontgaan, maar die vindt het ‘onrealistisch’ om te verwachten dat dit snel effect zal hebben. ‘Vergunninghouders blijven daardoor op achterstand staan.’
Wat Keijzer nu met het wetsvoorstel doet, is nog niet bekend. De Raad adviseert de bewindsvrouw het voorstel niet in te dienen bij de Tweede Kamer. Het kabinet hoeft adviezen van de Raad van State niet over te nemen maar nu dit het stempel ongrondwettelijk heeft gekregen, slinken de kansen om het door de Eerste Kamer te krijgen. Die hecht over het algemeen grote waarde aan de oordelen van de Raad.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant