Advies Raad van State Het veelbesproken wetsvoorstel van Mona Keijzer (Huisvesting, BBB) dat statushouders uitsluit van voorrang op basis van hun verblijfsstatus, is volgens de Raad van State in strijd met het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet. Keijzer dient het evengoed 'zo snel mogelijk' in.
Woningblok in Amsterdam Zuidoost waar gemengd wordt gewoond, zowel statushouders als studenten en medewerkers van het Amsterdam UMC krijgen hier met voorrang woningen toegewezen. Foto Kim van Dam / ANP Hollandse Hoogte
Heeft iemand die net een verblijfsvergunning heeft gekregen een gelijkwaardige positie op de woningmarkt ten opzichte van een reguliere woningzoekende, of is dat niet het geval?
Om deze vraag spant het en schuurt het tussen demissionair minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) en de afdeling Advisering van de Raad van State. Keijzer is van mening dat elke woningzoekende op dezelfde manier een sociale huurwoning moet zoeken en vindt dat het hebben van een verblijfsstatus op zichzelf geen reden is voor een voorrangsbehandeling. Het wetsvoorstel dat dit moest regelen, werd dit voorjaar aangekondigd en zoals gebruikelijk voorgelegd aan de Raad van State.
Maandagochtend publiceerde de de wetgevingsadviseur van de regering haar advies, en trekt een zware conclusie: het wetsvoorstel is in strijd met het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet. Daarom zou het niet ingediend moeten worden.
Hiermee volgt de Raad de aanvankelijke bezwaren van onder meer het College voor de Rechten van de Mens, dat in maart al waarschuwde dat het wetsvoorstel in strijd zou zijn met de Grondwet.
Minister Keijzer laat via een woordvoerder weten dat ze, het negatieve advies van de Raad van State ten spijt, het wetsvoorstel „zo snel mogelijk” naar de Tweede Kamer stuurt voor behandeling. Een reactie op het advies volgt later.
Met het wetsvoorstel, een wijziging van de Huisvestingswet, wil Keijzer gemeenten voortaan verbieden om statushouders op basis van hun verblijfsvergunning voorrang te geven bij toewijzingen van sociale huurwoningen. In de memorie van toelichting schrijft Keijzer dit voorjaar dat ze „gelijke kansen voor alle woningzoekenden” wil creëren. Volgens Keijzer kunnen statushouders prima op eigen gelegenheid zoeken naar woonruimte, door bij familie of vrienden te gaan wonen of zich in te schrijven op de wachtlijst bij een woningcorporatie.
Maar met Keijzers uitgangspunt van ‘gelijke kansen’ is de Raad van State het niet eens. Statushouders hebben een „ongunstige uitgangspositie” op de woningmarkt, zo stelt de Raad van State. En de voorrangsregeling die het speelveld voor hen gelijker maakt, wordt in het wetsvoorstel weggenomen. „Als een instrument voor ongelijkheidscompensatie voor één bepaalde groep wordt ingetrokken, terwijl die groep zich niet in een gelijke uitgangssituatie bevindt, leidt dit tot ongelijke behandeling”, zo stelt het advies.
Nu nog mogen gemeenten ervoor kiezen om statushouders als groep voorrang te geven bij het toewijzen van een sociale huurwoning. Niet alle gemeenten doen dit; volgens de laatste inventarisatie heeft iets minder dan de helft van alle gemeenten een verblijfsstatus opgenomen als urgentiecategorie. Zo’n 7 tot 10 procent van de sociale huurwoningen bij woningcorporaties gaat met een urgentieregeling naar statushouders. Exacte cijfers zijn niet beschikbaar omdat dit niet landelijk wordt bijgehouden – de verschillen tussen corporaties en gemeenten onderling zijn dikwijls groot.
Het wetsvoorstel moet per 1 juli 2027 volledig zijn doorgevoerd. Tot die tijd moeten de huidige huisvestingsachterstanden van statushouders bij gemeenten zijn weggewerkt, moet de woningvoorraad flink worden uitgebreid en moeten gemeenten sneller woningen kunnen toewijzen. Dat dit op tijd geregeld is, noemt de Raad van State „niet realistisch.” Zou de wet toch van kracht worden, dan blijven statushouders op achterstand staan, aldus het advies – dat spreekt van een „bijzondere, meervoudige achterstandspositie.” Dit zou in strijd zijn met het recht op gelijke behandeling in de Grondwet.
Ook ziet de Raad van State praktische bezwaren bij de uitvoering. Zo zouden gemeenten in grote problemen komen als zij statushouders geen voorrang meer mogen geven, omdat zij met de zogenoemde ‘taakstelling’ vanuit het Rijk nog altijd een verplicht aantal statushouders moeten huisvesten.
Meerdere organisaties wezen naast het gelijkheidsbeginsel vooraf op de praktische bezwaren. Volgens het COA beweert Keijzer in het wetsvoorstel dat statushouders zelfstandig aan een woning kunnen komen, „een onterechte veronderstelling”, zo zegt de opvangorganisatie. Het COA schrijft te voorzien dat statushouders, als de wet van kracht is, veel langer in azc’s moeten blijven. Met als gevolg dat de toch al grote druk op de azc’s veel verder toeneemt. Dit heeft „vergaande, negatieve consequenties” voor de inburgering van statushouders, aldus het COA.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) stelde vooraf al dat het wetsvoorstel „onuitvoerbaar” is. Door gemeenten te verbieden om statushouders voorrang te geven, loopt de doorstroming van statushouders „compleet vast”. Woningcorporatiekoepel Aedes waarschuwde in maart voor een nieuwe huisvestingscrisis als het wetsvoorstel het zou halen. Bovendien is het middel volgens corporaties veel erger dan de kwaal. Bij Ymere, de grootste woningcorporatie in Nederland, zou het één maand wachttijd schelen op een totaal van tien jaar als statushouders geen voorrang meer krijgen – zo vertelde Erik directievoorzitter in een interview met NRC.
Het is niet de eerste keer dit jaar dat een politieke poging om statushouders hun voorrangspositie af te nemen, op grondwettelijke bezwaren stuit. Begin juli werd het wetsvoorstel van Keijzer zijdelings ingehaald door een nog veel verstrekkender amendement van de PVV; dit voorzag een belangrijke volkshuisvestingswet van een totaalverbod op voorrang bij niet-Europese woningzoekenden. Volgens dit amendement kan een statushouder ook niet in aanmerking komen voor een andere urgentieregeling, bijvoorbeeld door chronische ziekte of vanwege een behandeltraject in een zorginstelling. Keijzer zag zelf in dat dit nooit de grondwettelijke toets zou doorstaan en liet weten het uit de volkshuisvestingswet te zullen schrappen.
Nu Keijzer het wetsvoorstel ondanks het negatieve advies toch instuurt, moet blijken hoe de politiek zich hierover opstelt. Vast staat dat er een brede wens leeft onder partijen om de voorrangsregeling voor statushouders te beëindigen. Zo is in de verkiezingsprogramma’s van PVV, VVD, BBB, JA21 en NSC een verbod op voorrang voor statushouders opgenomen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC