Home

Chinese exporteurs voelen gemis Amerikaanse markt, maar passen zich aan

Handelsoorlog De Chinese havenstad Ningbo wordt hard getroffen door de Amerikaanse invoerheffingen. Handelaars hebben het moeilijk, sommige fabrieken moesten sluiten. Tegelijk klinkt er vertrouwen over de toekomst van de Chinese export. „Ze kunnen niet zonder ons.”

Vrachtwagens rijden door de hoofdingang van de Chinese havenstad Ningbo. EPA/Alex Plavevski. Door de handelstarievenoorlog met de VS is de export vanuit de Chinese kustregio dit jaar gedaald.

Handelaar Andrew Wang legt twee paraplu’s op tafel: een blauwe en een zwarte. Wang nam ze mee omdat het regent in Ningbo, de grote Chinese havenstad ten zuiden van Shanghai. de NRC-verslaggever mag een kleur kiezen. „Ik heb er geen geld aan besteed hoor. Het zijn productiesamples”, zegt hij erbij.

In Ningbo, een van China’s grootste exportcentra, is men goed op de hoogte over waar producten precies vandaan komen, en waar ze naartoe gaan. De twee paraplu’s komen uit Shangyu, een district dat zo’n 90 kilometer verderop ligt, waar meer dan 1.400 paraplufabrieken staan. Het is een voorbeeld van het ‘made in China’-productiemodel, dat in de jaren tachtig in deze regio ontstond en waarbij elk stadje zich specialiseert in een bepaald product.

Deze paraplu’s gaan naar Wangs klanten in Turkije en Zuid-Afrika, de landen waar de 24-jarige handelaar zich op richt. Het exportbedrijf waar hij werkt, met zo’n achthonderd medewerkers, concentreert zich op de detailhandel („denk aan de spullen bij Walmart, of bij jullie de Action”). De focus van het bedrijf ligt steeds meer bij de opkomende niet-Westerse markten. Daar moet de groei vandaan komen, nu de handel met de Verenigde Staten lijdt onder hoge importheffingen.

Het is geen makkelijke transitie voor het handelsbedrijf van Wang. „Nergens ligt de winstmarge zo hoog als in Amerika, ook niet in Europese landen. Dus dat vervang je niet zomaar.”

Maar Ningbo moet zich wel aanpassen. In deze Chinese stad werd het meest met Amerika gehandeld: ruim een kwart van de export uit Ningbo – goed voor zo’n 30 miljard euro – ging vorig jaar naar de VS, tegen een landelijk gemiddelde van 14 procent. De handelsoorlog die de Amerikaanse president Trump dit voorjaar begon, kwam hier extra hard aan.

Fabrieken failliet

In het voorjaar, toen China met gelijke munt terugsloeg en de wederzijdse importheffingen tijdelijk opliepen tot ruim boven de 100 procent, gingen in Ningbo en omgeving veel fabrieken failliet die afhankelijk waren van Amerikaanse klanten. Orders uit de Verenigde Staten werden massaal geannuleerd.

Vijf maanden later zijn China en de Verenigde Staten nog altijd in onderhandeling over de heffingen, die op dit moment 30 procent hoger liggen dan vóór Trump begon aan zijn tweede termijn als president. De gesprekken tussen beide landen gaan inmiddels over veel meer onderwerpen dan de handelsoorlog tussen beide grootmachten, en er wordt toegewerkt naar een ontmoeting tussen president Xi en Trump, die dit najaar zou moeten plaatsvinden.

In Ningbo heeft men het liever niet over de economische tegenvallers. Verschillende bedrijven wijzen een interview met NRC af vanwege de „aanhoudende onzekerheid”, of houden het bij een kort negatief commentaar. Maar bij anderen klinkt ook zelfvertrouwen over China’s onderhandelingspositie en de toekomst van de Chinese export.

„Uiteindelijk kunnen de Verenigde Staten niet zonder de Chinese productieketen”, stelt Chen Jianxu, ceo van een bedrijf dat wereldwijde handelsdata analyseert voor Chinese exporteurs, in een telefoongesprek. Hij komt uit Ningbo, en ziet dat zijn stad hard is geraakt door de heffingen („meer dan welke andere stad ook”), maar ook dat de Chinese export zich al langer had voorbereid op dit scenario.

Andere routes naar VS

Zo begonnen Chinese ondernemers al na de vorige handelsoorlog, tijdens Trumps eerste presidentstermijn, met het verplaatsen van hun productie naar landen met betere verhoudingen met Amerika. Die Chinese fabrieken in Zuidoost-Azië, Centraal- en Latijns-Amerika breidden dit jaar hun productie uit en exporteerden die naar de VS. Met die extra export droegen ze eraan bij dat de impact van de heffingen dit jaar nog niet zo voelbaar was voor Amerikaanse consumenten. De lege schappen die de Amerikanen dit voorjaar vreesden bleven grotendeels uit.

Daarnaast bereikten dit jaar flink meer Chinese producten de Verenigde Staten via een tussenstop. De Chinese handel naar Zuidoost-Azië steeg dit jaar bijvoorbeeld met 14 procent. „Een significant deel van die Chinese producten ging door naar de VS”, aldus Chen. Het is een sluiproute die de Amerikaanse regering zegt te willen sluiten, maar dat is dit jaar nog niet gebeurd.

Chen is relatief optimistisch over de uitkomst van de onderhandelingen. „Je ziet dat Trump er niet meer zo hard in gaat, nu China zelf ook meer drukmiddelen heeft ingezet. Die druk heb je nodig. Anders blijf je afhankelijk, zoals jullie nu in Europa zijn.” Beijing gebruikte onder meer de vergunningverlening voor uitvoer van zeldzame aardmetalen naar het Westen om meer druk op de VS uit te oefenen.

Zicht op de haven van Ningbo vanaf het centrale havengebouw. De Chinese export richt zich door de handelsoorlog met Amerika nu meer op groei in andere continenten. Foto Alex Plavevski/EPA

Langere douanetijden

Desondanks blijft de impact van de handelsoorlog stevig voor Chinese producenten die veel leverden aan de Amerikaanse markt, en voor de hele logistieke keten daaromheen. Sinds de nieuwe heffingen van kracht zijn, is het verschepen van containers naar de VS „veel ingewikkelder” geworden, vertelt Kairong Wang van logistiekbedrijf Suyun Express in zijn kantoor in zuidelijk Ningbo.

Er wordt strenger toegezien op vrachtbrieven. Terwijl het eerder nog door de vingers werd gezien om een container met verschillende producten erin aan te geven in één productcategorie, worden nu meer eisen aan de administratie gesteld. Het team dat verantwoordelijk is voor de formulieren maakt dit jaar veel overuren.

Ook zijn de douanetijden in de Amerikaanse havens verdubbeld: van maximaal één week tot zo’n twee weken. Een paar keer kwamen de goederen van een klant ergens vast te staan, zegt Wang. „In de VS checken ze de import dit jaar heel streng. Om die vertraging op te vangen voor onze klanten proberen wij alles zo snel mogelijk te doen.” Zijn bedrijf, dat zich vooral richt op de zeeroutes tussen China en Noord-Amerika, heeft geen goed jaar. „De vraag blijft dalen.”

Andere Chinese afzetmarkten bieden een positiever beeld. Hier presteert de Chinese export dit jaar juist boven verwachting. Behalve de uitvoer naar Zuidoost-Azië steeg die ook naar Afrika (24 procent), Latijns-Amerika (7 procent) en Europa (7 procent) in de eerste helft van dit jaar hard.

Meer concurrentie in China

Deze groei vormt een lichtpuntje in China’s kwakkelende economie, die kampt met deflatie en een slepende vastgoedcrisis. En daarom blijft de exportsector – ondanks de heffingen – nieuwe mensen trekken. Vrachtwagenchauffeur Gao (44), die al zes jaar rijdt, heeft van de importheffingen weinig last, maar wel van de groeiende concurrentie op de weg, vertelt hij tijdens een verplichte rustpauze van twintig minuten, die hij doorbrengt op een parkeerplaats in de haven van Ningbo.

Gao heeft net een vracht opgehaald uit Yiwu, een bekende stad in de regio, omdat daar een groot deel van alle kerstdecoraties wereldwijd vandaan komt. „Er zijn dit jaar veel wagens bijgekomen. Het aantal orders is niet gedaald, maar voor elke tien vrachtwagens die er vorig jaar op de weg reden, zijn er dit jaar vijftien beschikbaar. Minder inkomsten per persoon dus.”

Die grotere concurrentie is een centraal probleem in China’s economie, die veel sectoren raakt. Het wordt in China beschreven als een proces van ‘involutie’ of neijuan, waarbij iedereen steeds harder moet rennen om op dezelfde plek te blijven. Die uitputtingsrace, waarin ieders winstmarges dalen in een race to the bottom, maakt het aanboren van nieuwe buitenlandse markten cruciaal voor Chinese bedrijven.

„We produceren hier voor de hele wereld”, zegt ook ceo Chen. „Dat kunnen we niet opeens binnenlands opvangen, zeker niet in deze zwakkere economie.” De Chinese overheid erkent het probleem inmiddels, maar het zal jaren duren om dat op te lossen, bijvoorbeeld door sectoren die te veel produceren aan banden te leggen.

De groeiende Europese zorgen over een toename van Chinese producten die onder de kostprijs in Europa worden gedumpt, vindt Chen wat overdreven. „De Europese consumentenmarkt is al zowat verzadigd. Zelfs als wij bij jullie dumpen, dan willen jullie die spullen niet per se kopen.” Een recente analyse van Oxford Economics concludeerde dat Chinese dumping weliswaar een risico vormt, maar dat de groei van Chinese export naar Europa van dit jaar ook komt door stijgende vraag vanuit de Europese industrie .

Belangrijker voor China is volgens Chen de verschuiving naar niet-Westerse markten, al moet men ook daar rekening houden met groeiende concurrentie van landen die zelf meer gaan produceren. „Maar willen ze daar net zo hard werken als wij? Dat is nog maar de vraag.”

Duurdere kerstspullen

Die trots op de „hardwerkende Chinese producent” is een terugkerend thema in Ningbo en omstreken. Dat slaat specifiek op de werkinstelling in dit kustgebied van China, dat bekend staat als de bakermat van de markteconomie in het land. Hier domineert de private economie – met veel familiebedrijven en ook relatief veel vrouwen in leidinggevende posities – en voelen Beijing en de grote staatsbedrijven uit noordelijk China ver weg.

Het succes van China’s exportsector zorgde ervoor dat de regio relatief vroeg welvarend werd, maar dat had een hoge prijs voor het privéleven, verzuchten verschillende Chinezen in persoonlijke gesprekken met NRC.

In de grote markthallen van kerststad Yiwu is dit goed zichtbaar. Ook laat op de avond brandt hier in veel zaakjes nog licht en zijn handelaren bezig met het inpakken van bestellingen. Kinderen vermaken zichzelf in de gangpaden.

In een zijpad maakt Lucas Yin (29) foto’s van de pastelkleurige kerstboomdecoratie die zijn fabriek exporteert. Ze zijn voor webshops. De grote kerstorders werden zoals gebruikelijk al in het voorjaar geplaatst, juist toen de handelsoorlog net was losgebarsten.

„Onze producten zijn van relatief hoge kwaliteit en gaan vooral naar westerse markten”, zegt Yin. Door de heffingen plaatsen Amerikaanse klanten dit jaar minder grote bestellingen, om zo de kosten te drukken. „Voor onze vaste klanten in de VS nemen wij ook een deel van de extra kosten op ons”, legt Yin uit.

Maar op een goedkoop product als een kerstbal is een heffing van 30 procent erbij niet niks. „De kerstspullen zullen dit jaar in Amerika zeker duurder zijn.”

Terug in Ningbo reflecteert de jonge detailhandelaar Wang op de toekomst van China in de wereldwijde detailhandel, van kerstspullen tot paraplu’s. Veel van China’s exportgroei zit nu in high-tech producten, maar ook in het goedkopere segment zal China belangrijk blijven, denkt hij, door de schaalgrootte en ervaring van de productiecentra in steden als Ningbo. Voorlopig maakt hij zich nog geen zorgen, zegt hij. „De komende twintig jaar neemt niemand onze plek in”, zegt hij optimistisch. „Of misschien wel nooit.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next